Meer

Inhoud

Programma onderdelen

Paragraaf 4 Financiering

Doel

In deze paragraaf beschrijven we de plannen en acties op het gebied van liquiditeitsbeheer, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s voor de jaren 2020 tot en met 2023. Naast enkele onderwerpen die een wettelijk verplicht onderdeel uitmaken van deze paragraaf, gaan we ook in op een aantal ontwikkelingen, die van belang zijn voor een goede uitvoering van de treasuryfunctie.

Inleiding

De kaders voor de uitvoering van de financieringsfunctie zijn vastgelegd in de financiële verordening en uitgewerkt in het treasurystatuut. Hierbij is de Wet financiering decentrale overheden (FIDO) van toepassing. Deze wet stelt de kaders voor een verantwoorde en professionele inrichting van de treasuryfunctie bij decentrale overheden. Het belangrijkste uitgangspunt daarbij is het beheersen van risico’s. In 2017 zijn de financiële verordening en het treasurystatuut herzien en vastgesteld. Hierna zijn er geen wijzigingen geweest in wet- en regelgeving of in het gemeentelijk beleid.

Rentevisie en rentebeleid

Rente speelt een belangrijke rol in de begroting. Vooral door de omvang van deze bedragen is het gewenst dit onderdeel van de begroting voor uw raad inzichtelijk te maken. Daarbij gaat het om factoren die invloed op de rente hebben en om inzicht te geven in de keuzemogelijkheden. Dit alles vatten wij gemakshalve samen onder de term ‘rentebeleid’.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen korte rente en lange rente. We spreken van korte rente bij termijnen tot maximaal 1 jaar en van lange rente bij termijnen van 1 jaar of langer.

Renteontwikkelingen op de kapitaalmarkt zijn belangrijk vanwege de risico’s. Wij volgen de renteontwikkelingen daarom ook nauwlettend. We maken hiervoor gebruik van de informatie van een aantal geldverstrekkers, waarbij we op ieder moment van de dag de ontwikkelingen kunnen volgen en online op de hoogte worden gehouden van belangrijke veranderingen.

Al een aantal jaren is sprake van lage rentestanden. Ook het afgelopen jaar is hier geen verandering in gekomen. Bij de rente voor een kasgeldlening (looptijd < 1 jaar) is al geruime tijd sprake van een negatieve rente. Hierin valt op dat deze het laatste jaar vrij stabiel is. De rente voor een kasgeldlening van 1 maand staat bij de BNG al sinds juli 2016 op -0,38%. Komende tijd wordt hierin ook nog weinig verandering verwacht. De gemeente maakt van deze negatieve rentestand optimaal gebruik door bij liquiditeitstekorten een kasgeldlening af te sluiten en zo min mogelijk gebruik te maken van de kredietfaciliteit op de rekening-courant (rood staan).

Rentevisie BNG
De verwachting van de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) is dat het monetaire beleid van de Europese Centrale Bank (ECB) zeer ruim zal blijven. De rentetarieven lopen in de komende 12 maanden naar verwachting van de BNG-renteprognose wel iets op.

Actueel Over een jaar
forward rate Prognose BNG
3 maanden interbancair -0,34% -0,45% -0,30%
Staat 10 jaar 0,46% 0,64% 1,10%

Renterisicobeheer

Algemeen
In dit onderdeel krijgt u inzicht in de renterisico’s. De renterisiconorm heeft betrekking op leningen met een looptijd vanaf 1 jaar en de kasgeldlimiet op leningen met een looptijd tot maximaal 1 jaar. Deze twee normen zijn een verplicht onderdeel van deze paragraaf. Het doel van deze normen is om de budgettaire risico’s als gevolg van rentestijging te beperken.

Renterisiconorm
De renterisiconorm benadrukt vooral het belang van een goede spreiding van de leningenportefeuille en van de renterisico’s. De renterisiconorm houdt in dat niet meer dan 20% van het begrotingstotaal voor herfinanciering en/of renteherziening in aanmerking mag komen. Van renteherziening is sprake als in de leningsovereenkomst is bepaald dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar wordt aangepast. Wij hebben geen leningen waarin sprake is van renteherziening.

Het renterisico dat de gemeente in een jaar loopt, is onder andere afhankelijk van nieuw aan te trekken financiering in de komende jaren. Bij het bepalen van de renterisiconorm is in deze begroting rekening gehouden met de verwachting dat er in 2020 leningen ten behoeve van investeringen worden aangetrokken. In principe worden er lineaire leningen afgesloten. Hierdoor zijn de aflossingen over de looptijd gespreid en is het renterisico op vaste schuld lager. Het onderstaande overzicht maakt duidelijk dat er voldoende ruimte is binnen de renterisiconorm om ook eventuele extra investeringen of uitgaven ten behoeve van de grondexploitatie met lang vreemd vermogen te financieren.

Overzicht Kasgeldlimiet 1e kwart 2e kwart 3e kwart 4e kwart
1. Totaal vlottende schuld 11.300.000 11.300.000 11.300.000 11.361.100
2. Totaal vlottende middelen 700.000 700.000 700.000 641.700
3. Gemiddeld saldo schuld (-) of overschot -10.600.000 -10.600.000 -10.600.000 -10.719.400
4a. Begrotingstotaal 2020 128.863.100
4b. Bij ministeriële regeling vastgestelde percentage 8,5%
4. Kasgeldlimiet 10.953.400 10.953.400 10.953.400 10.953.400
Toets Kasgeldlimiet
5a. Ruimte onder kasgeldlimiet (4-3) 353.400 353.400 353.400 234.000

De liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte

Algemeen
De financieringspositie wordt bepaald door diverse factoren, zoals de ontwikkeling van het investeringsniveau en –tempo, wisselende baten in de grondexploitaties en mutaties in de geldleningenportefeuille. Met een liquiditeitenplanning brengen we structuur aan in de verwachte inkomsten en uitgaven. Hierdoor krijgen we inzicht in de financieringsbehoefte.

Verwachte financieringsbehoefte voor de komende jaren
Voor 2020 staan hoge uitgaven voor investeringen gepland. De ontvangsten uit grondexploitaties eind 2018 en in de loop van 2019 lijken voldoende te zijn om een deel van deze investeringen te kunnen financieren. Eventuele tijdelijke liquiditeitstekorten kunnen worden gefinancierd met kortlopende leningen. Financiële gevolgen van eventuele aanpassingen van de investeringsplanning of de grondexploitaties en daaruit voortvloeiende wijziging van de financieringsbehoefte worden in de tussenrapportages verwerkt.

Overzicht Financieringsbehoefte 2020 2021 2022 2023
Boekwaarde kapitaaluitgaven per 1 januari
Vaste activa 101.982.400 108.582.700 116.715.400 126.037.800
Grondbedrijf -22.357.800 -7.879.000 5.471.100 0
Totaal te financieren kapitaalgoederen 79.624.600 100.703.700 122.186.500 126.037.800
Boekwaarde financieringsmiddelen per 1 januari
Geldleningen 44.812.900 41.040.500 37.266.900 33.491.800
Reserves 50.552.000 47.006.200 45.357.000 43.395.400
Voorzieningen 14.224.500 13.039.800 12.189.100 11.558.700
Totaal financieringsmiddelen 109.589.400 101.086.500 94.813.000 88.445.900
Financieringsoverschot/-tekort 29.964.800 382.800 -27.373.500 -37.591.900

Leningenportefeuille
Bij een structureel liquiditeitstekort moet de gemeente geld lenen en sluit daarvoor een langlopende geldlening af. Voor langlopende geldleningen hanteren wij de marktrente en berekenen jaarlijks de gemiddelde rente over de langlopende leningen. In onderstaand overzicht staan de opgenomen langlopende leningen. De gemiddelde rente van deze leningen per 1 januari 2020 is 3,095%.

EMU-saldo
Hieronder wordt een beeld geschetst van het verwachte verloop van ons EMU-saldo over de periode van 2020 tot en met 2023. De gemeentelijke systematiek van nu investeren en afschrijven over een reeks van jaren, strookt niet met de manier waarop het EMU-saldo wordt berekend. Investeringen in een jaar worden direct ten laste gebracht van het EMU-saldo. Hierdoor ontstaat een negatief effect op het EMU-saldo. Dit effect heeft geen gevolgen.

2019 2020 2021 2022 2023
Omschrijving
Volgens raming tot en met 1e Tussen-rapportage 2019 Volgens begroting 2020 Volgens meerjarenraming in de begroting 2020
1. Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves -8.995.700 -2.696.200 -893.600 -718.300 614.400
2. Mutatie (im)materiële vaste activa 7.379.100 6.640.800 8.173.400 9.362.800 -3.224.700
3. Mutatie voorzieningen -1.231.300 -1.184.700 -850.700 -630.400 -402.700
4. Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie -22.357.800 -7.879.000 5.898.800 8.162.100 0
5. Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en verwachte boekwinst bij verkoop (im)matiële vaste activa 0 0 0 0 0
Berekend EMU-saldo 4.751.700 -2.642.700 -15.816.500 -18.873.600 3.436.400

Uitzettingen

Wanneer er sprake is van een overliquiditeit zijn de mogelijkheden om deze tijdelijk renderend weg te zetten op een deposito beperkt. Dit als gevolg van de wet op het verplicht schatkistbankieren. Bij de schatkist kunnen overtollige middelen eventueel tijdelijk op deposito worden weggezet. Hier krijgen we een rente vergoed die gelijk is aan de rentes die de Nederlandse staat betaalt op leningen die ze op de markt aangaat. Op dit moment is deze rente 0%, bij overliquiditeit wordt er daarom geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om dit op deposito zetten. Bij overliquiditeit kan dit conform het treasurystatuut ook gebruikt worden om tijdelijke liquiditeitstekorten binnen de BAR-organisatie op te vangen door het verstrekken van een onderlinge kasgeldlening tegen marktconforme rente. Zolang er sprake is van een negatieve rente op kasgeldleningen worden er geen onderlinge leningen afgesloten.

Verstrekte leningen
In 2014 is een lening verstrekt aan de BAR-organisatie voor de financiering van de materiële vaste activa die betrekking hebben op de bedrijfsvoering, welke zijn overgedragen van de gemeente aan de BAR-organisatie. In onderstaand overzicht wordt het verloop van deze lening weergegeven.

Naam geldnemer Saldo begin 2020 Mutaties 2020 Saldo eind 2020
BAR-organisatie 77.000 -34.000 43.000
Totaal verstrekte geldleningen 77.000 -34.000 43.000

Renteomslag

Het Besluit begroting en verantwoording (BBV) schrijft voor dat rente via de taakvelden wordt toegerekend aan de programma’s. Door gebruik te maken van een renteomslag wordt de manier van verantwoorden van de rente in de begroting geharmoniseerd. Op advies van de commissie BBV wordt voor het berekenen van de renteomslag onderstaand model gebruik. Hiermee geven we inzicht in de rentelasten voor externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening.
Het BBV schrijft voor dat de gehanteerde omslagrente niet meer dan 0,5% mag afwijken van de berekende omslagrente. Conform onderstaande berekening komen we voor 2020 uit op een renteomslag percentage van 1,4%.

Schema rentetoerekening
Externe rentelasten financiering +/+ 1.335.000
Externe rentebaten financiering -/- 3.200
Saldo rentelasten en rentebaten 1.331.800
Rente die doorberekend wordt aan de grondexploitaties -/- 95.800
Rente over het eigen vermogen +/+ 114.800
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente 1.350.800
Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) -/- 1.427.800
Renteresultaat op het taakveld Treasury -77.000
Toe te rekenen rente 1.350.800
Boekwaarde per 1-1-2019 101.982.400
Gemiddelde rente 1,32%

Garantstelling

In het verleden zijn regelmatig garantstellingen geweest voor leningen aan derden. Met het oog op de financiële risico’s die de gemeente hierbij loopt, wordt terughoudend omgegaan met het honoreren van deze aanvragen. Alleen als het maatschappelijk belang ermee gediend is en er voldoende zekerheden gesteld worden, wordt een garantie verleend. Per 1 januari 2019 is het totaal van de directe garantstellingen voor verenigingen en stichtingen € 57,3 miljoen. Het totaal van de garantstellingen met een achtervangfunctie via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw is € 131,8 miljoen. Het risico dat de gemeente loopt bij deze garantstellingen is meegenomen in de berekening van ons weerstandvermogen.

Relatiebeheer

Met onze huisbankier BNG vindt periodiek overleg plaats, waarbij de actuele ontwikkelingen worden besproken. Verschillende banken en financiële instellingen geven regelmatig adviezen over het vastzetten van gelden en het beheer van de leningenportefeuille. In het treasurystatuut staat de administratieve organisatie, interne controle en informatievoorziening beschreven. Handhaving hiervan en optimalisatie blijft onder de aandacht.