Meer

Inhoud

Programma onderdelen

Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Aanleiding en achtergrond

Wij voeren actief beleid op de beheersing van de risico’s die wij lopen. Gekeken wordt naar de maatregelen die worden getroffen om de risico’s af te dekken. Voor de risico’s waarvoor geen maatregelen getroffen kunnen worden, bijvoorbeeld omdat het verzekeren ervan te duur zou zijn, wordt ingeschat welke buffer noodzakelijk is. Dit is het weerstandsvermogen. In deze paragraaf wordt verslag gedaan van de resultaten van de meest recente inventarisatie van risico’s en maatregelen afgezet tegen het risicoprofiel ten tijde van het opstellen van de jaarstukken 2018. Op basis van de geïnventariseerde risico’s en de beschikbare financiële middelen (weerstandscapaciteit) is het weerstandvermogen berekend.

Risicoprofiel

Door actieve risicobeheersing heeft de gemeente in beeld wat de risico’s zijn en is het mogelijk om het weerstandsvermogen te bepalen. Alle risico’s worden voor zover mogelijk tweemaal per jaar herijkt en er wordt continu geanticipeerd op nieuwe risico’s. Het getoonde risicoprofiel is bepaald vanuit de herijking/ inventarisatie zoals uitgevoerd t/m tenminste 1 juli 2019.
In het volgende overzicht worden de tien belangrijkste (geconsolideerde) risico's gepresenteerd die de grootste invloed hebben bij de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit. Bij ieder risico worden kort de beheersmaatregelen weergegeven.

Top 10 meest belangrijke risico's

Het bovenstaande overzicht toont risico’s die incidenteel schade op kunnen leveren met daarbij het maximale financiële gevolg. De onderstaande tabel geeft aan hoe groot de kans is in lengte van tijd. Bijgevoegde tabel geeft aan hoe de spreiding in tijd is terug te vertalen.

Kwantiteit Referentiebeelden Kansklasse Toelichting kansklasse
10% 0 of 1 keer per 10 jaar 1 Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het onwaarschijnlijk is dat deze zich in de komende jaren voordoen.
30% 1 keer per 5 – 10 jaar 2 Deze klasse hanteren we voor risico’s waarvan het niet waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar voordoen.
50% 1 keer per 2 – 5 jaar 3 Deze klasse hanteren we voor risico’s die zich in het komende jaar wel maar ook niet kunnen voordoen.
70% 1 keer per 1 – 2 jaar 4 Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar zullen voordoen.
90% 1 keer per jaar of meer 5 Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het zeer waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar gaan voordoen.

Op basis van de ingevoerde risico's is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag (€ 13.813.500 - zie tabel Tien belangrijkste financiële risico’s) ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden.

Beschikbare weerstandscapaciteit

De beschikbare weerstandscapaciteit van de gemeente bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken.

Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit, kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.

Benodigde weerstandscapaciteit bij verschillende zekerheidspercentages
Percentage Bedrag
5% € 2.631.300
25% € 3.400.200
50% € 4.098.700
75% € 4.944.200
90% € 5.926.000
95% € 6.545.900

Formule ratio weerstandsvermogen

 

De normtabel biedt de landelijk geaccepteerde waardering van de berekende ratio.

Weerstandsnorm
Waarderingscijfer Ratio Betekenis
A > 2,0 Uitstekend
B 1,4 – 2,0 Ruim voldoende
C 1,0 – 1,4 Voldoende
D 0,8 – 1,0 Matig
E 0,6 – 0,8 Onvoldoende
F < 0,6 Ruim onvoldoende

De ratio valt in klasse A. Dit duidt op een uitstekend weerstandsvermogen.

Ontwikkeling risicoprofiel Ridderkerk

Samenvatting risicoprofiel
Het Risicoprofiel toont een vrij stabiel beeld als het gaat om de middelen die tenminste beschikbaar moeten zijn om risico’s die incidenteel op kunnen treden af te dekken. Op dit moment moet er ongeveer € 5,9 miljoen beschikbaar zijn om de risico’s voor tenminste 90% af te dekken. Hiermee is het totale risico met circa € 500.000 toegenomen. Het berekende ratio weerstandsvermogen staat nu op 4,9 en wordt beoordeeld als uitstekend.

Maatschappij, decentralisaties
Het domein Maatschappij speelt een belangrijke rol in de bewegingen binnen het risicoprofiel. Inmiddels neemt de grip binnen het domein toe en neemt het risico stap voor stap af. Investeringen in de bedrijfsvoering/administratieve organisatie (fundament) dragen in belangrijke mate bij aan de ingezette positieve trend. Het landelijke beeld uit tussentijdse evaluaties laat zien dat de hele 3D-transitie op diverse vlakken zeker nog tot 2021 doorloopt.

Jeugdwet
In de Jeugdwet zijn gemeenten financieel en bestuurlijk verantwoordelijk voor alle vormen van jeugdhulp (inclusief specialistische hulp) De uitvoering van de Jeugdwet wordt sinds eind 2018 op zichzelf staand opgenomen in het risicoprofiel. In de uitvoering van de Jeugdwet is het risico opgehoogd met oog op de ontwikkelingen en de risico’s bij de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (vlaktaks).

BAR-organisatie
De ontwikkeling van de BAR-organisatie als uitvoeringsorganisatie is qua risicoprofiel stabieler geworden en het totale risico van de BAR-organisatie neemt ondanks diverse innovatieve ontwikkelingen slechts iets toe richting 2020. Er is over de hele breedte sprake van een positieve trend door toename in de beheersbaarheid op de meest risicovolle processen en veranderingen. De BAR-organisatie zit in een fase van gerichte doorontwikkeling waardoor risico’s tijdens het herinrichten van afdelingen en processen tijdelijk toenemen.

ICT, informatiebeveiliging, privacybescherming
Voor de risico’s op het gebied van informatiebeveiliging, privacybescherming en de beheersing van het ICT gerelateerde risico’s blijft de doorontwikkeling van de BAR-organisatie positief van invloed. In de hele breedte worden stap voor stap de onzekerheden van nieuwe en/of veranderende wet- en regelgeving verminderd. Om de beveiliging van informatie en de wijze waarop er wordt omgegaan met gevoelige gegevens op professionele wijze op te pakken worden de vereiste stappen gemaakt. De risico’s op dit gebied blijven in lijn met het landelijke beeld.

Vpb-last
De Vennootschapsbelasting geldt vanaf 1 januari 2016. De Belastingdienst neemt nog steeds geen formele standpunten in. Dat houdt in dat we voor de jaren 2016-2019 fiscale en daarmee financiële risico's (blijven) lopen. Voor de begroting 2020 wordt een risicobedrag over deze jaren meegenomen. Het bedrag per jaar ligt wel iets lager dan eerder ingeschat.

Kengetallen

De financiële positie van de gemeente wordt onder andere in beeld gebracht met kengetallen. De gehanteerde kengetallen worden onder meer berekend op basis van de geprognotiseerde balans. De ophanden zijnde verkoop van de aandelen van Eneco hebben een aanzienlijke  impact op de financieringspositie en balans, en daarmee op de uitkomsten van de kengetallen.
Met de verwachte verkoopopbrengst is in deze begroting nog geen rekening gehouden. Dit betekent dat nu nog rekening wordt gehouden met het aantrekken van leningen in 2022 en 2023.

Kengetallen Jaarrekening 2018 Begroting 2019* Begroting 2020
Netto schuldquote 26% 44% 26%
Netto schuldquote gecorrigeerd 25% 44% 25%
Solvabiliteitsratio 39% 38% 40%
Grondexploitatie 12% 0% -11%
Structurele exploitatieruimte 1,04% -0,19% 0,10%
Belastingcapaciteit 92% 91% 94%
*Primitieve begroting 2019

De waarden van de kengetallen zijn ingedeeld in drie categorieën. Deze categorieën sluiten aan bij de landelijk vastgestelde signaleringswaarden. Categorie A is het minst risicovol, categorie C het meest.

Kengetal Categorie A Categorie B Categorie C
Netto schuldquote <90% 90-130% >130%
Netto schuldquote gecorrigeerd <90% 90-130% >130%
Solvabiliteitsratio >50% 20-50% <20%
Grondexploitatie <20% 20-35% >35%
Structurele exploitatieruimte >0% 0% <0%
Belastingcapaciteit <95% 95-105% >105%

Beoordeling
De normeringen bij deze kengetallen geven een indicatie van de houdbaarheid van de financiën. De kengetallen samen geven een algemeen beeld over de financiële gezondheid.
De uitkomst van het kengetal over de structurele exploitatie ruimte vraagt om actie. Hiervoor wordt een plan opgesteld met als doelstelling in de begroting 2021 weer in klasse A uit te komen.

Op basis van de beoordeling van de gezamenlijke kengetallen en de goede reservepositie kunnen we stellen dat de gemeente er met een voldoende uitkomt. Op basis van de kengetallen kent de gemeente een lage tot gemiddelde risicoscore op de toegepaste signaleringswaarden.

De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de opbrengsten. Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. De schuldquote blijft ruim binnen categorie A.  De lichte stijging van de schuldquote wordt veroorzaakt door het aantrekken van leningen in 2022 en 2023 om het financieringstekort op te vangen.

De solvabiliteitsratio geeft aan welk gedeelte van het bezit met eigen vermogen is gefinancierd. Hoewel door het financieringstekort in de jaren 2022 en 2023 aanvullend vreemd vermogen nodig is, waardoor de solvabiliteit terugloopt, blijft de ratio in categorie B.

Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond, kosten minus de opbrengsten in de grondexploitaties, is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. In de toekomst worden meer grondexploitaties afgesloten dan gestart waardoor de boekwaarde afneemt. Het kengetal grondexploitatie valt daardoor in categorie A.

 

Lijndiagram Grondexploitaties

De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen of de structurele ruimte voldoende is om structurele lasten te dragen. De marge tussen categorie A en C is klein. De meerjarige ontwikkeling laat een schommeling rond 0 zien waarbij de jaren 2020 en 2021 een onvoldoende scoren. Oorzaken van de krapte in de begroting komen vooral voort uit de tegenvallende ontwikkeling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds, kosten voor de jeugd en de hogere personeelskosten in de BAR-organisatie als gevolg van de Cao en de bedrijfsvoering voor het Sociaal Domein. De kleine marge vraagt om actie om de uitvoering van het collegeprogramma mogelijk te maken en mee te kunnen gaan in de ontwikkelingen in de samenleving.

De benutte belastingcapaciteit geeft inzicht in hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De belastingdruk ligt onder het landelijke gemiddelde en dat is een positief gegeven. Het kengetal valt in 2019 in categorie A. Dit betekent dat wij, in het uiterste geval van financiële krapte, de mogelijkheid hebben om de belasting te laten stijgen.

Diagram Belastingcapacitiet

Conclusie over huidig risicoprofiel

In de voorgaande onderdelen is een relatie gelegd tussen het risicoprofiel, het benodigde weerstandsvermogen en zijn de financiële kengetallen uitgelicht. Gesteld kan worden dat we er financieel goed voor staan maar dat voor het structureel en reëel in evenwicht krijgen van de begroting acties noodzakelijk zijn.