Meer
Publicatiedatum: 22-07-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Paragraaf 1 Lokale heffingen

Inleiding

In deze paragraaf staat informatie over de gemeentelijke belastingen en gebonden heffingen, het beleid rondom de lokale heffingen, een overzicht van de tarieven, een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid en de lokale lastendruk in het tijdvak 2020-2023.

Algemene uitgangspunten lokale heffingen

In het coalitieakkoord 2018-2022 is afgesproken dat de woonlasten voor inwoners met niet meer dan de inflatiecorrectie stijgen.

Woonlasten en tarieven
De gemeentelijke woonlasten bestaan uit de uitgaven van burgers aan onroerendezaakbelastingen (OZB), afvalstoffenheffing en rioolheffing. In deze paragraaf wordt als vergelijkingsmateriaal een overzicht gegeven van de woonlasten van omliggende gemeenten.

Voor de OZB-tarieven geldt dat de lokale lasten niet meer dan trendmatig zullen stijgen (inflatiecorrectie). De zogenoemde inflatiecorrectie voor 2020 ten opzichte van 2019 is 1,4%.
De gebonden heffingen (Afvalstoffenheffing, Rioolheffing, Lijkbezorgingsrechten, Marktgelden en Leges) mogen wettelijk maximaal 100% kostendekkend zijn, inclusief toe te rekenen compensabele btw, mutaties in voorzieningen en reserves en toe te rekenen kosten voor overhead.

De kosten van oninbare vorderingen en de kosten voor de uitvoering van het kwijtscheldingsbeleid worden door ons doorberekend in de tarieven. De perceptiekosten die genoemd worden bij de onderbouwing van de tarieven voor de verschillende heffingen hebben betrekking op de lasten die heffing en invordering met zich meebrengen.

Overzicht geraamde belastingen en lokale heffingen

Hierna treft u een totaaloverzicht aan van in de begroting geraamde opbrengsten van de ongebonden heffingen en de gebonden heffingen. Deze laatst genoemde heffingen zijn wettelijk gebonden aan de norm van maximaal 100% kostendekkendheid.

Ongebonden heffingen Rekening Begroting Meerjarenraming
2018 2019 2020 2021 2022 2023
Onroerende zaakbelastingen 9.306.300 9.509.700 10.211.200 10.587.200 11.465.200 12.131.200
Precariobelasting 89.900 94.700 94.700 64.700 64.700 64.700
Baatbelasting 1.900 1.300 1.300 1.300 1.300 1.300
Straatparkeren/parkeerboetes 417.200 407.200 407.200 407.200 407.200 407.200
Gebonden heffingen Rekening Begroting Meerjarenraming
2018 2019 2020 2021 2022 2023
Afvalstoffenheffing 4.784.500 4.915.300 5.800.000 5.769.400 5.792.700 5.776.600
Rioolheffing 3.585.600 3.678.200 3.885.900 4.082.200 4.297.200 4.472.800
Lijkbezorgingsrechten 717.200 709.800 749.800 749.800 749.800 766.200
Leges burgerzaken 858.700 605.000 535.800 558.800 508.300 426.100
Leges omgevings- en APV-vergunning 1.086.400 949.100 1.249.100 949.100 949.100 949.100
Marktgelden 35.100 43.000 42.100 42.100 42.100 42.100

Algemene beleidsontwikkelingen

Benchmark woonlasten
Vanaf 2020 wordt een benchmark woonlasten ingevoerd om jaarlijks de ontwikkeling van de lokale lasten inzichtelijker te maken. Met de invoering hiervan komt een einde aan de afspraak dat de ontwikkeling van de lokale lasten jaarlijks door het Rijk wordt gemonitord door middel van de macronorm onroerendezaakbelasting (de macronorm). De macronorm bepaalt de maximale jaarlijkse stijging van de ozb-opbrengsten van alle gemeenten samen. In 2014 is uit onderzoek gebleken dat de macronorm geen effectief instrument is, omdat de norm niet heeft bijgedragen aan de gematigde lastenontwikkeling, daar de besluitvorming over tarieven in gemeenten in de eerste plaats geënt is op lokale afwegingen.

In de benchmark wordt een vergelijking van de gemeentelijke woonlasten en de gemeentelijke tariefontwikkeling per provincie gegeven, net als de landelijke en provinciale gemiddelden. Middels deze (grafische) vergelijking worden de onderlinge verschillen tussen gemeenten nog inzichtelijker gemaakt. Het overzicht vergelijkt binnen de provincie de tariefswijzigingen per gemeente en het cumulatief bedrag van de drie heffingen per gemeente.

De invoering van een benchmark past goed binnen de autonome beleidsbevoegdheid van gemeenten ten aanzien van de lokale heffingen. De benchmark past eveneens binnen de ontwikkeling dat de vergelijking van de lokale lasten tussen gemeenten sinds 2007 beter mogelijk is geworden. Dit kan onder andere door de jaarlijkse Atlas van de lokale heffingen van het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) en de wettelijke verplichting die gemeenten hebben om in de begroting de ontwikkelingen toe te lichten.

Kostenonderbouwing volgens het Besluit begroting en verantwoording
Het BBV schrijft voor dat in de paragraaf lokale heffingen kostenonderbouwingen voor belastingtarieven zijn opgenomen. Dit geldt met name voor de gebonden heffingen. In deze paragraaf zijn kostenonderbouwingen opgenomen volgens het BBV-model. Deze geven inzicht in hoe wordt bereikt dat de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden. Bij de toerekening van kosten zijn de regels toegepast zoals deze zijn beschreven in de “handreiking kostentoerekening 2016” van het Ministerie van Financiën.

Opslag voor kosten overhead in de tarievenberekening
Onder het nieuwe BBV kan de overhead alleen buiten de begroting om aan de tarieven worden toegerekend. Daarin zijn geen voorschriften opgenomen over hoe de overhead aan de tarieven moet worden toegerekend. De keuze daarover is aan de gemeenteraad. De commissie BBV geeft twee voorbeelden van methoden om de opslag voor de overhead te bepalen:

    1. Methodiek gebaseerd op personeelslasten.
    2. Op basis van de omvang van de taakvelden.

Voor Ridderkerk geldt de eerste methode. Het jaarlijkse percentage aan toerekenbare overhead wordt berekend door de totale overheadkosten (volgens bovenstaande definitie) vanuit de BAR-begroting en (deels) gemeentebegroting te delen door de overblijvende directe kosten van de BAR-begroting. Dit wordt voor de drie BAR-gemeenten verdeeld op basis van de vaste verdeelsleutels voor standaard BAR-werkzaamheden. Het berekende overheadpercentage per gemeente wordt vervolgens als toeslag berekend over de directe personeelslasten die specifiek aan de heffing/het tarief zijn toe te schrijven.

Tarieven 2020

Onroerendezaakbelastingen (OZB)
Omdat de uitkomsten van de hertaxatie voor de begroting 2020 nog niet bekend zijn, wordt in deze begroting gerekend met de (geactualiseerde) waarde-gegevens van 2019 en de geschatte waardeontwikkeling van woningen en niet-woningen. De verwachting is dat de gemiddelde WOZ-waarde van woningen en niet-woningen stijgt met respectievelijk 6,5% en 5%. Hiervan uitgaande is de totale waarde van alle onroerende zaken (woningen en niet-woningen) berekend op € 5.859.601.500.

Op basis van deze geschatte totale WOZ-waarden is de totale OZB-opbrengst in 2020 berekend op € 10.211.200.

Op basis van de hiervoor vermelde cijfers zien de tarieven er als volgt uit (exclusief uitkomst hertaxatie 2019).

Onroerende zaakbelastingen (OZB) 2019 2020*
(als percentage van de waarde)
Eigenaren woningen 0,1249% 0,1184%
Eigenaren niet-woningen 0,2575% 0,2568%
Gebruikers niet-woningen 0,2048% 0,2043%
* Voorlopig percentage o.b.v. actuele WOZ-waarde 2019 en verwachte waardeontwikkeling in 2020

Vaststelling definitieve tarieven OZB in december 2019
Om de berekende OZB-opbrengst te realiseren zullen de tarieven opnieuw worden berekend op basis van de totale WOZ-waarden na de afronding van de hertaxatie voor het belastingjaar 2020. Na het bekend worden van de uitkomsten hiervan mag een stijging of een daling van de waarde ten opzichte van de vorige peildatum in beginsel niet tot hogere inkomsten c.q. minder inkomsten uit de OZB leiden en zal dus gecompenseerd worden door een verlaging c.q. verhoging van de OZB-tarieven (herberekening bij voorstel OZB-tarieven in de maand december).

Afvalstoffenheffing
Afvalstoffenheffing wordt geheven om de kosten te betalen die de gemeente maakt voor het (laten) inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Voor de afvalstoffenheffing hanteren wij kostendekkende tarieven in combinatie met een planmatige inzet van de daarvoor gevormde voorzieningen. In het afvalbeleidsplan Afval en Grondstoffen 2019-2023 is een nieuw beloningssysteem ingevoerd dat verwerkt wordt in een nieuw heffingssysteem van de afvalstoffenheffing. Dit nieuw systeem gaat met ingang van 2021 in. Voor 2020 geldt het huidige systeem nog van een vast gedifferentieerd tarief voor eenpersoons- en meerpersoonshuishoudens.

Kostenonderbouwing tarieven
De in de afvalstoffenheffing te dekken kosten zijn als volgt berekend:

Afvalstoffenheffing
Omschrijving 2020
Kosten van de activiteit vanuit de NV BAR Afvalbeheer 2.928.900
Kosten van de activiteit vanuit de gemeente, inclusief omslagrente 2.315.300
Inkomsten van de activiteit, exclusief heffingen -696.700
Netto kosten van de activiteit 4.547.500
Perceptiekosten 126.400
Vanuit andere activiteiten toe te rekenen kosten 364.800
Overhead, inclusief omslagrente 141.800
BTW 876.800
Inzet voorziening beklemde middelen -35.600
Totale kosten 6.021.700
Opbrengst afvalstoffenheffing 5.800.000
Dekkingspercentage 96%

Volgens het raadsbesluit van 21 maart 2019 worden de incidentele extra kosten voor communicatie en juridisch advies van
€ 220.000 uit het afvalbeleidsplan gedekt uit de algemene reserve. De tariefstijging ten opzichte van 2019 komt voort uit het door de raad vastgestelde afvalbeleidsplan.

De tarieven voor 2020 zien er als volgt uit:

Afvalstoffenheffing 2019 2020 2021 2022 2023
Eenpersoonshuishouden 189,12 219,00 215,64 213,84 213,24
Meerpersoonshuishouden 262,80 304,08 299,52 297,00 296,16
Extra minicontainer voor restafval 85,80 99,24 97,68 96,84 96,48

Rioolheffing
Het uitgangspunt van de rioolheffing is om gemeenten in staat te stellen de kosten te verhalen die gepaard gaan met de gemeentelijke wateropgave. De gemeentelijke watertaken die uit de heffing bekostigd mogen worden, zijn de taken die betrekking hebben op:

  • De inzameling, de berging en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater en op de zuivering van huishoudelijk afvalwater door middel van kleinere individuele installaties voor de behandeling van afvalwater (IBA).
  • De inzameling en de verdere verwerking van afvloeiend hemelwater.
  • Het treffen van maatregelen ter voorkoming of beperking van nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming.

Het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2018-2022 geldt als basis bij de berekening van de tarieven voor de rioolheffing. In overeenstemming hiermee is sprake van een jaarlijkse verhoging van de tarieven met 2%.

Kostenonderbouwing tarieven
De in de rioolheffing te dekken kosten zijn als volgt bepaald:

Omschrijving 2020
Kosten van de activiteit vanuit de BAR-organisatie 374.800
Kosten van de activiteit vanuit de gemeente, inclusief omslagrente 3.587.800
Onttrekking aan voorziening beklemde middelen -1.022.400
Inkomsten van de activiteit, exclusief heffingen -63.000
Netto kosten van de activiteit 2.877.200
Perceptiekosten 94.600
Vanuit andere activiteiten toe te rekenen kosten 205.100
Overhead, inclusief omslagrente 303.600
Compensabele BTW (exploitatie en investeringen) 405.400
Totale kosten 3.885.900
Opbrengst rioolheffing 3.885.900
Dekkingspercentage 100%
Rioolheffing 2019 2020 2021 2022 2023
Eigenaar/gebruiker tot 500 m3 78,36 81,36 84,72 88,20 91,80
Groot waterverbruik:
501 m3 - 1.000 m3 / per 100 m3 83,64 86,76 90,36 94,08 97,92
1.001 m3 - 3.000 m3 / per 100 m3 75,48 78,36 81,60 84,96 88,32
3.001 m3 - 6.000 m3 / per 100 m3 67,08 69,60 72,48 75,48 78,48
6.001 m3 - 10.000 m3 / per 100 m3 58,80 60,96 63,48 66,12 68,76
boven 10.000 m3 / per 100 m3 45,72 47,52 49,44 51,48 53,64

Overige lokale heffingen
Precariobelasting
Binnen onze gemeente wordt precariobelasting geheven voor het hebben van voorwerpen zoals uithangborden, winkeluitstallingen, terrassen of andere reclamevoorwerpen boven, of op openbare gemeentegrond. De opbrengst is sterk afhankelijk van wisselende activiteiten in de openbare ruimte. Voor 2020 is er sprake van een vereenvoudiging van deze belasting in overeenstemming met het coalitieakkoord. Deze vereenvoudiging van de precariobelasting houdt het volgende in.

In de tarieventabel precariobelasting worden de volgende zaken doorgevoerd:

  • Afschaffen tarieven voor voertuigen.
  • Afschaffen tarieven benzinepompinstallaties.
  • Vrijstellen van handelswaar en goederen binnen 1 meter (exclusief reclamevoorwerpen, zoals stoepborden etc.).

 Parkeerbelasting
Parkeerbelasting wordt geheven in het kader van parkeerregulering. Betaling vindt plaats via een geldige parkeervergunning of bij de parkeerapparatuur, zoals de parkeermeter en parkeerautomaat. Als er niet of onvoldoende parkeergeld is betaald wordt een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. De hoogte van de naheffingsaanslag is wettelijk vastgelegd. De hoogte van de tarieven van de parkeervergunning is vastgelegd in het parkeerbeleid van Ridderkerk. Er wordt overwogen het parkeerregime in het centrum van Ridderkerk aan te passen om het gebied voor bezoekers aantrekkelijker te maken. Het veranderen van het regime middels ingrepen heeft gevolgen voor de fysieke omgeving. Op dit moment worden deze varianten besproken. Mocht er besloten worden tot het terugdringen van het betaald parkeren dan heeft dat direct gevolgen voor de inkomsten van de gemeente.

Lijkbezorgingsrechten
Voor het verlenen van diensten door en/of het gebruik van de faciliteiten van de begraafplaatsen Vredehof en Rusthof worden rechten geheven voor onder andere begraven, onderhoudsrechten en andere lijkbezorgingsrechten. De tarieven van de lijkbezorgingsrechten zijn kostendekkend.

Kostenonderbouwing tarieven
De in de lijkbezorgingsrechten te dekken kosten zijn als volgt bepaald:

Omschrijving 2020
Kosten van de activiteit vanuit onze organisatie 344.400
Kosten van de activiteit vanuit de gemeente, inclusief omslagrente 932.700
Onttrekking aan voorziening beklemde middelen -85.600
Dekking onderhoudskosten uit voorziening onderhoud graven -546.900
Inzet kapitaallastenreserves -40.400
Netto kosten van de activiteit 604.200
Perceptiekosten 18.800
Overhead, inclusief omslagrente 270.100
Bespaarde rente voorziening onderhoud graven -114.800
Totale kosten 778.300
Opbrengst lijkbezorgingsrechten 749.800
Dekkingspercentage 96%

Marktgelden
Voor het gebruik of genot van een standplaats voor het uitstallen, aanbieden of verkopen van goederen of voorwerpen, op het krachtens de ‘Marktverordening van de gemeente Ridderkerk’ aangewezen marktterrein, wordt onder de naam van “marktgeld” een recht geheven. De markt is voorzien van elektra-aansluitingen. Voor het gebruik van deze voorziening zijn er afzonderlijke tarieven in de verordening opgenomen. De tarieven van de marktgelden zijn kostendekkend.

De uit de marktgelden te dekken totale kosten bedragen:

Omschrijving 2020
Kosten van de activiteit vanuit onze organisatie 12.200
Kosten van de activiteit vanuit de gemeente, inclusief omslagrente 11.200
Netto kosten van de activiteit 23.400
Vanuit andere activiteiten toe te rekenen kosten 12.400
Overhead, inclusief omslagrente 9.900
Totale kosten 45.700
Opbrengst marktgelden 42.100
Dekkingspercentage 92%

Leges Publieksdiensten en omgevingsvergunning
Onder de naam leges worden rechten geheven voor verstrekte diensten en producten. Een aantal tarieven van leges is wettelijk gemaximeerd, zoals het tarief voor paspoorten, aanwezigheidsvergunning speelautomaten of bijvoorbeeld een uittreksel Burgerlijke stand. Voor het overige geldt ook hier dat de tarieven van de leges maximaal kostendekkend mogen zijn. De kosten en opbrengsten van leges burgerzaken zien er als volgt uit:

Omschrijving 2020
Kosten van de activiteit vanuit onze organisatie 365.100
Kosten van de activiteit vanuit de gemeente, inclusief omslagrente 76.600
Netto kosten van de activiteit 441.700
Overhead, inclusief omslagrente 290.200
Afdracht Rijksleges 188.800
Totale kosten 920.700
Opbrengst leges publiekszaken 535.800
Dekkingspercentage 58%

De kosten van en opbrengsten leges gemeentelijke (omgevings)vergunningen en Algemene Plaatselijke Verordening (APV) zien er als volgt uit:

Omschrijving 2020
Kosten van de activiteit vanuit onze organisatie 679.200
Kosten van de activiteit vanuit de gemeente, inclusief omslagrente 40.000
Netto kosten van de activiteit 719.200
Overhead, inclusief omslagrente 525.800
BTW 13.800
Totale kosten 1.258.800
Opbrengst leges omgevingsvergunning 1.258.800
Dekkingspercentage 100%

Kwijtscheldingenbeleid

De zogenoemde belastingplichtige minima die niet, of slechts met veel moeite, de gemeentelijke belasting kunnen betalen, kunnen onder wettelijk vastgestelde voorwaarden in aanmerking komen voor gedeeltelijke kwijtschelding van de verschuldigde gemeentelijke belasting. Hiervoor kan worden gekozen voor automatische kwijtschelding en hoeft men niet steeds jaarlijks opnieuw een kwijtscheldingsverzoek in te dienen. De toetsing wordt uitgevoerd door de Stichting Inlichtingenbureau. De aanvrager zal bij de eerste initiële aanvraag moeten aangeven of hij/zij akkoord gaat met de geautomatiseerde toets en de gemeente toestemming moeten geven om hun persoonlijke gegevens door te geven aan het Inlichtingenbureau voor deze vorm van toetsing.

De kwijtschelding heeft betrekking op de onroerendezaakbelastingen, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing

gebruikersdeel. De afvalstoffenheffing en de rioolheffing worden gedeeltelijk kwijtgescholden. Dit bestaand beleid is gebaseerd op het feit dat in de uitkeringen een bedrag is opgenomen om een gedeelte van deze belastingen te kunnen betalen. Het niet kwijt te schelden deel van de aanslag heet het zogenoemde drempelbedrag. De drempelbedragen worden ten opzichte van 2019 gecorrigeerd voor het percentage van de tariefontwikkeling voor 2020.

De kosten voor de uitvoering van het kwijtscheldingsbeleid worden doorberekend in de tarieven van de verschillende heffingen.

In de begroting zijn de volgende bedragen opgenomen voor kwijtschelding:

Kwijtschelding lokale heffing Rekening Begroting
2018 2019 2020
Onroerende zaakbelastingen 5.000 2.600 2.600
Rioolheffing 49.900 49.800 49.800
Afvalstoffenheffing 133.600 134.800 134.800

Woonlasten (lokale lastendruk) Ridderkerk

Tot de woonlasten worden gerekend de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. De woonlasten vormen het grootste deel van de opbrengst uit de gemeentelijke heffingen en daarmee grotendeels de lokale lastendruk. Hierna worden de woonlasten voor burgers (woningen) en het bedrijfsleven (niet woningen/ bedrijven) inzichtelijk gemaakt.

Om de woonlasten te berekenen, wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde COELO-Atlas 2019 (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden), waarbij een gemiddelde WOZ-waarde van € 195.000 geldt.

Omschrijving 2018 2019 2020 Afwijking *
+ = stijging en - = daling van lasten Absoluut In %
A: Eénpersoonshuishouden met een huurwoning
Rioolgebruik 76,80 78,36 81,36 3,00 3,8%
Afval 184,92 189,12 219,00 29,88 15,8%
Totaal* 261,72 267,48 300,36 32,88 12,3%
B: Meerpersoonshuishouding met een huurwoning
Rioolgebruik 76,80 78,36 81,36 3,00 3,8%
Afval 256,80 262,80 304,08 41,28 15,7%
Totaal* 333,60 341,16 385,44 44,28 13,0%
C: Eénpersoonshuishouding met een koopwoning met een WOZ-waarde van € 195.000
Rioolgebruik 76,80 78,36 81,36 3,00 3,8%
Afval 184,92 189,12 219,00 29,88 15,8%
OZB-eigendom ** 239,01 234,81 230,88 -3,93 -1,7%
Riooleigendom 76,80 78,36 81,36 3,00 3,8%
Totaal* 577,53 580,65 612,60 31,95 5,5%
D: Meerpersoonshuishouding met een koopwoning met een WOZ-waarde van € 195.000
Rioolgebruik 76,80 78,36 81,36 3,00 3,8%
Afval 256,80 262,80 304,08 41,28 15,7%
OZB-eigendom ** 239,01 234,81 230,88 -3,93 -1,7%
Riooleigendom 76,80 78,36 81,36 3,00 3,8%
Totaal* 649,41 654,33 697,68 43,35 6,6%
* Absoluut en gewogen %
** Op basis van het concepttarief voor 2020, dus exclusief aanpassing van het tarief na uitkomst hertaxatie 2020.
Omschrijving 2018 2019 2020 Afwijking *
+ = stijging en - = daling van lasten Absoluut In %
E: Niet-woning/bedrijf in eigendom met een WOZ-waarde van € 195.000
Rioolgebruik 76,80 78,36 81,36 3,00 3,8%
OZB-eigendom ** 481,19 484,10 500,76 16,66 3,4%
Riooleigendom 76,80 78,36 81,36 3,00 3,8%
Totaal* 634,79 640,82 663,48 22,66 3,5%
F: Niet-woning/bedrijf in gebruik met een WOZ-waarde van € 195.000
Rioolgebruik 76,80 78,36 81,36 3,00 3,8%
OZB-gebruik ** 382,77 385,02 398,39 13,37 3,5%
Totaal* 459,57 463,38 479,75 16,37 3,5%
* Absoluut en gewogen %
** Op basis van het concepttarief voor 2020, dus exclusief aanpassing van het tarief na uitkomst hertaxatie 2020.

Ridderkerk ten opzichte van buurgemeenten

De woonlasten van de omliggende gemeenten voor het belastingjaar 2020 zijn nog niet beschikbaar. Om de woonlasten te kunnen vergelijken wordt gebruik gemaakt van de woonlasten van deze gemeenten van 2019 ten opzichte van 2018. Hiermee wordt inzicht gegeven in de ontwikkeling van de woonlasten. Er is hierbij uitgegaan van de woonlasten van een gezin. Daarnaast is een overzicht gegeven van de geldende tarieven (2019) van gemeentelijke belastingen van deze gemeenten.

Gemeente Afvalstoffenheffing Rioolheffing OZB-tarief Gem. woningwaarde Woonlasten *
Ridderkerk 262,80 156,72 0,1249% 195.000 685,00
Zwijndrecht 354,00 298,08 0,1210% 182.000 869,00
Hendrik-Ido Ambacht 326,16 179,52 0,1202% 234.000 810,00
Barendrecht 309,48 177,00 0,1138% 263.000 815,00
Albrandswaard 236,36 270,48 0,1343% 266.000 908,00
* Coelo-Atlas 2019

Kolomdiagram vergelijking woonlasten 2018 en 2019 Ridderkerk en buurgemeenten