Paragraaf 4 Financiering

Inleiding

In deze financieringsparagraaf beschrijven we in hoeverre de plannen en acties die betrekking hebben op deze paragraaf, die we in de begroting 2020 hebben beschreven, zijn uitgevoerd. Naast enkele onderwerpen die verplicht deel uit maken van de financieringsparagraaf, gaan we ook in op een aantal ontwikkelingen die van belang zijn voor een goede uitvoering van de treasuryfunctie.

Wettelijke kaders en treasurystatuut

De kaders voor de uitvoering van de financieringsfunctie zijn vastgelegd in de financiële verordening en uitgewerkt in het treasurystatuut (beide vastgesteld in 2017). Hierbij is de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet FIDO) van toepassing. Deze wet stelt de kaders voor een verantwoorde en professionele inrichting van de treasuryfunctie bij decentrale overheden. Het belangrijkste uitgangspunt daarbij is het beheersen van risico’s.

Rentevisie en rentebeleid

Renteontwikkelingen op de kapitaalmarkt zijn belangrijk vanwege de risico’s die ze voor ons in kunnen houden. Wij volgen de renteontwikkelingen daarom ook nauwlettend. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de informatie van geldverstrekkers, waarbij we op ieder moment van de dag de ontwikkelingen volgen.
Zowel de korte als de lange rente zijn het afgelopen jaar laag gebleven. In onderstaande tabel geven wij u inzicht in het renteverloop van lineaire leningen met een looptijd van 20 jaar in de jaren 2019 en 2020. Af te lezen is dat de rente in 2020 nog steeds een dalende trend laat zien.

Lijngrafiek met het verloop van rentepercentages 2019 en 2020

Renterisicobeheer

Algemeen
Risicobeheersing vormt één van de pijlers van de Wet Fido. Voor de bepaling van de renterisico’s die verbonden zijn aan de uitvoering van de treasuryfunctie zijn twee normen verplicht gesteld: De rente-risiconorm heeft betrekking op leningen met een looptijd vanaf 1 jaar en de kasgeldlimiet op leningen met een looptijd tot maximaal 1 jaar. Het doel van deze normen is om de budgettaire risico’s als gevolg van rentestijging te beperken.

 

 

Kasgeldlimiet
Met de kasgeldlimiet heeft de wetgever een norm gesteld voor het maximum bedrag aan kortlopende middelen (looptijd tot maximaal een jaar) waarmee de gemeente haar activiteiten mag financieren. Het doel van deze limiet is het risico te voorkomen dat fluctuaties van de korte rente direct grote impact hebben op de rentelasten tijdens het boekjaar.
Wanneer in drie opeenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet wordt overschreden, dient dit te worden gemeld bij de toezichthouder, de Provincie, inclusief een plan om weer te voldoen aan de kasgeldlimiet.
Voor de rente op kortlopende geldleningen geldt dat er vrijwel het hele jaar sprake is geweest van een negatief rentepercentage. In 2020 hebben wij echter geen kortlopende leningen aangetrokken.

In onderstaand overzicht is de toetsing van de kasgeldlimiet voor het jaar 2020 opgenomen. Doordat we in 2020 geen kortlopende leningen hebben afgesloten zijn we het hele jaar binnen de norm gebleven.

Overzicht Kasgeldlimiet 1e kwart 2e kwart 3e kwart 4e kwart
1. Totaal vlottende schuld 0 0 0 0
2. Totaal vlottende middelen 19.178.400 54.090.100 47.507.200 38.633.700
3. Gemiddeld saldo schuld (-) of overschot -19.178.400 -54.090.100 -47.507.200 -38.633.700
4a. Begrotingstotaal 2020 128.863.100
4b. Bij ministeriële regeling vastgestelde percentage 8,5%
4. Kasgeldlimiet 10.953.400 10.953.400 10.953.400 10.953.400
Toets Kasgeldlimiet
5a. Ruimte onder kasgeldlimiet (4-3) 30.131.800 65.043.500 58.460.600 49.587.100

Renterisiconorm
De renterisiconorm heeft als doel de risico’s te beperken van een toekomstig stijgende kapitaalmarktrente bij herfinanciering (van aflossingen op bestaande leningen) en renteherzieningen op bestaande langlopende leningen.
Door toepassing van deze norm ontstaat een goede spreiding van de langlopende leningenpositie, waardoor dit renterisico gelijkmatig over de jaren wordt verdeeld. Jaarlijks komt maximaal 20% van het begrotingstotaal in aanmerking voor herfinanciering en/of renteherziening. Van renteherziening is sprake als in de leningsovereenkomst is bepaald dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar wordt aangepast. Onder herfinanciering verstaan we het afsluiten van nieuwe leningen ter vervanging van bestaande financieringen en/of aflossingen op de bestaande leningenportefeuille.
In 2020 zijn geen nieuwe langlopende leningen afgesloten.

In het volgende overzicht geven we u een beeld van de renterisico’s voor de vaste schuld in relatie tot de renterisiconorm. Ook dit jaar zijn we onder de renterisiconorm gebleven.

Renterisico op vaste schuld 2020
1. Netto renteherziening op vaste schuld 0
2. Betaalde aflossingen 3.753.780
3. Renterisico op vaste schuld (1+2) 3.753.780
Renterisiconorm
4. a. Begrotingstotaal 2020 128.863.100
4. b. Vastgesteld percentage 20,0%
4. Renterisiconorm 25.772.600
Toets renterisiconorm
5. Ruimte onder renterisiconorm (4-3) 22.018.820

De liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte

Algemeen
De financieringsbehoefte van de gemeente is afhankelijk van diverse factoren welke de inkomende en uitgaande kasstromen beïnvloeden, zoals de investeringsplanning, de inkomsten en uitgaven van grondexploitaties en mutaties in de geldleningenportefeuille. We maken gebruik van een liquiditeitsplanning om zicht te krijgen en houden op de financieringsbehoefte.

Leningenportefeuille
Eind maart 2020 ontvingen wij de verkoopopbrengst van de aandelen Eneco. Mede door deze inkomst van ca.€ 46 miljoen hebben wij in 2020 geen nieuwe langlopende geldleningen hoeven af te sluiten.
De totale omvang van onze leningenportefeuille is hierdoor in 2020 afgenomen; we hebben namelijk regulier afgelost. In onderstaand overzicht is het verloop van de opgenomen langlopende leningen zichtbaar. Het gemiddelde van de rente (op basis van de stand per 1 januari) op langlopende leningen is licht gestegen naar 2,97% ten opzichte van 2,96% in 2019.

Overzicht langlopende leningen
Stand leningen per 1-1 43.352.234
Nieuwe leningen 0
Reguliere aflossingen 3.753.780
Stand leningen per 31-12 39.598.454

Verstrekte leningen
In 2014 is een lening verstrekt aan de BAR-organisatie voor de financiering van de materiële vaste activa die betrekking hebben op de bedrijfsvoering, welke zijn overgedragen van de gemeente aan de BAR-organisatie. In onderstaand overzicht wordt het verloop van deze lening weergegeven.

Naam geldnemer % 1-1-2020 Mutaties 31-12-2020
BAR-organisatie N.v.t. 76.500 -33.900 42.600
Totaal verstrekte geldleningen 76.500 -33.900 42.600

Renteomslag

In de paragraaf financiering van de begroting 2020 heeft u inzicht gekregen in de rentelasten en het renteresultaat. Ook de manier waarop rente wordt toegerekend aan investeringen, programma’s en taakvelden hebben wij daarin beschreven.
Bij de begroting 2020 is de gehanteerde omslagrente vastgesteld op 1,4%. Het werkelijke percentage voor 2020 is 1,45%, zoals in onderstaand overzicht te zien is. Het verschil tussen de gehanteerde en berekende omslagrente past binnen de marge van 25% die het BBV voorschrijft, waardoor nacalculatie niet nodig is.

Schema rentetoerekening
Externe rentelasten +/+ 1.287.872
Externe rentebaten -/- 3.216
Saldo rentelasten en rentebaten 1.284.656
Rente die doorberekend wordt aan de grondexploitaties -/- 17.033
Rente projectfinanciering -/-
Aan taakvelden toe te rekene externe rente 1.267.623
Rente over het eigen vermogen +/+
Rente over voorzieningen +/+ 114.371
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente 1.381.994
Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) -/- 1.327.949
Renteresultaat op het taakveld treasury 54.045
Toe te rekenen rente 1.381.994
Boekwaarde per 1-1-2020 95.072.200
Renteomslagpercentage 1,45%

Schatkistbankieren

Op grond van de Regeling Schatkistbankieren zijn decentrale overheden verplicht om overtollige liquide middelen aan te houden in ’s Rijks schatkist. Gerekend over een heel kwartaal mag het op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist aangehouden bedrag gemiddeld niet hoger zijn dan het drempelbedrag. Het drempelbedrag wordt bepaald op basis van het begrotingstotaal. Met onze huisbankier, de BNG, is afgesproken dat dagelijks automatisch wordt afgeroomd naar de schatkist wanneer het saldo hoger is dan € 700.000.

In de toelichting op de balans in deze jaarrekening leggen wij verantwoording af over het totaal aan middelen dat per kwartaal buiten de schatkist is gehouden. Uit het daar opgenomen overzicht blijkt dat het drempelbedrag in 2020 in geen enkel kwartaal is overschreden.

Garantstelling

Met het oog op de financiële risico’s die de gemeente hierbij loopt, gaan wij terughoudend om met het honoreren van aanvragen voor garantstellingen. Alleen als het maatschappelijk belang ermee gediend is en er voldoende zekerheden gesteld worden, wordt een garantie verleend. Per 31 december 2020 is het totaal van de directe garantstellingen € 50,7 miljoen. Het totaal van de garantstellingen met een achtervangfunctie via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw is € 41,0 miljoen. Het risico dat de gemeente loopt bij deze garantstellingen is meegenomen in de berekening van ons weerstandvermogen.

Kas- en relatiebeheer

Wat betreft het kasbeheer hanteren we al een aantal jaren de volgende uitgangspunten:

  • Het aantal bankrelaties en bankrekeningen wordt tot een minimum beperkt;
  • Maandelijks worden liquiditeitsoverzichten opgesteld.

Met onze huisbankier, de BNG, vindt periodiek overleg plaats, waarbij eventuele nieuwe ontwikkelingen worden besproken. Verschillende kredietverstrekkers geven regelmatig adviezen over het aantrekken en uitzetten van gelden. Ook in 2020 is regelmatig gebruik gemaakt van de verschillende adviserende instanties. In ons treasurystatuut hebben wij de administratieve organisatie, interne controle en informatievoorziening tevens uitvoerig beschreven.