Paragraaf 1 Lokale heffingen

Inleiding

In deze paragraaf staat informatie over het gevoerde beleid en de opbrengsten van de gemeentelijke belastingen en heffingen. Lokale heffingen zijn te verdelen in heffingen waarvan de besteding gebonden of ongebonden is. De gebonden heffingen worden besteed aan een aanwijsbare taak, zoals de afvalstoffenheffing, rioolbelasting, leges, begraafrechten en markt- en kadegelden. Deze heffingen worden daarom niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend.
Ongebonden lokale heffingen, zoals de OZB, parkeerbelasting en precariobelasting worden wel tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. De besteding van deze heffingen is niet gebonden aan een bepaalde taak.

Beleidsuitgangspunten en het tarievenbeleid
Voor de OZB-tarieven geldt in het begrotingsjaar 2020 dat het niet meer dan trendmatig zullen stijgen (inflatiecorrectie). De zogenoemde inflatiecorrectie voor 2020 ten opzichte van 2019 is 1,4%.
De gebonden heffingen (Afvalstoffenheffing, Rioolheffing, Lijkbezorgingsrechten, Marktgelden en Leges) mogen wettelijk maximaal 100% kostendekkend zijn, inclusief toe te rekenen compensabele btw, mutaties in voorzieningen en reserves en toe te rekenen kosten voor overhead.

De gemeentelijke woonlasten bestaan uit de onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing en rioolheffing. De gemeenteraad heeft in december 2019 de tarieven voor 2020 vastgesteld. De tarief- en woonlastenontwikkeling van een meerpersoonshuishouden met een koopwoning ten opzichte van 2019 staat in onderstaande tabel weergegeven.

Heffing 2020 Tariefontwikkeling Woonlasten abs. Woonlasten perc. tov vorig jaar
Onroerendezaakbelasting woningen -5,20% 280 5,5%*
Rioolheffing 3,80% 163 3,80%
Afvalstoffenheffing 15,70% 304 15,70%
Totale gemeentelijke lasten 747 9,00%

* Ten opzichte van 2019 is er sprake geweest van een stijging van de gemiddelde WOZ-waarde (inclusief areaaluitbreiding) van 11% (2019: € 213.000 en in 2020: € 237.000). Deze waardestijging leidt tot een reële stijging van de gemiddelde onroerendezaakbelastingen van 5,5%.

Overzicht geraamde en gerealiseerde opbrengsten belastingen en lokale heffingen

Hierna ziet u een totaaloverzicht van in de begroting geraamde en de gerealiseerde opbrengsten van de ongebonden en de gebonden heffingen. Bij een onder- of overschrijding van meer dan € 25.000 wordt er een toelichting gegeven.

Ongebonden heffingen

Ongebonden heffingen Progr. Begroting opbrengsten 2020 Realisatie 2020 Verschil t.o.v. begroting na wijziging
Primair Na wijziging
Financiering en algemene dekkingsmiddelen
Onroerend zaakbelasting buiten 10.211.200 10.511.200 10.829.054 317.854
Precariobelasting buiten 94.700 0 -1.617 -1.617
Baatbelasting buiten 1.300 1.300 1.946 646
Verkeer, vervoer en wegen
Straatparkeren/parkeerboetes 3 407.200 358.600 328.551 -30.049

Toelichting ongebonden heffingen

Onroerende zaakbelastingen
De marktwaarde van met name de nieuwbouwprojecten op de bedrijventerreinen Cornelisland en Nieuw Reijerwaard blijkt hoger uit te vallen dan de stichtingskosten waarvan in de begroting is uitgegaan. Dit leidt tot een incidentele extra opbrengst van € 315.000 waarvan € 300.000 reeds in de 2e Tussenrapportage 2020 is opgenomen, waardoor er nog een extra OZB-opbrengst resteert van € 15.000. Tevens zijn er voor een bedrag van € 95.000 aanslagen opgelegd die betrekking hebben op voorgaande belastingjaren. Tenslotte blijkt de stijging van de totale WOZ-waarden van de niet-woningen met 9% hoger te zijn dan de geschatte waardestijging van de niet-woningen. Dit laatste heeft geleid tot een extra OZB-opbrengst van € 166.000. De totale incidentele extra opbrengst bedraagt hiermee in totaal afgerond € 276.000.

Gebonden heffingen

Gebonden heffingen Progr. Begroting opbrengsten 2020 Realisatie 2020 Verschil t.o.v. begroting na wijziging
Primair Na wijziging
Bestuur en (overheids)participatie
Leges Burgerzaken 1 535.800 469.100 496.265 27.165
Veiligheid
Leges WABO-vergunningen/APV 2 1.249.100 1.249.100 2.273.123 1.024.023
Economische zaken
Marktgelden 4 42.100 42.100 32.773 -9.327
Gezondheid en duurzaamheid
Afvalstoffenheffing en grof afval 8 5.800.000 5.800.000 5.723.645 -76.355
Rioolheffing 8 3.885.900 3.885.900 3.775.096 -110.804
Riuimtelijke ontwikkeling, wonen en maatschappelijk vastgoed
Lijkbezorgingsrechten 9 749.800 749.800 876.186 126.386

Toelichting gebonden heffingen

Afvalstoffenheffing
Een vertraging in de oplevering van nieuwbouwwoningen heeft ertoe geleid dat er minder aansluitingen zijn dan waarvan bij de begroting is uitgegaan. De oplevering van 300 nieuwbouwwoningen is verschoven naar 2021 en verder, waardoor er minder heffingseenheden in 2020 zijn met als gevolg een incidentele minder opbrengst afvalstoffenheffing.

Rioolheffing
De vertraging in de oplevering van nieuwbouwwoningen heeft ook tot gevolg dat er minder rioolaansluitingen zijn gerealiseerd, waardoor er minder heffingseenheden in 2020 zijn. Dit leidt incidenteel  tot minder opbrengst rioolheffing woningen.
Er is in 2020 sprake geweest van minder waterverbruik bij de niet-woningen. Daarnaast heeft leegstand van niet-woningen geleid tot minder heffingen. Beide factoren hebben geleid tot een incidenteel tekort op de opbrengst rioolheffing niet-woningen.

Kostendekkendheid gebonden heffingen Baten Lasten Dekking in %
Leges Burgerzaken 496.265 -1.013.860 49%
Leges WABO-vergunningen/APV 2.273.123 -1.720.722 132%
Marktgelden 32.773 -32.556 101%
Afvalstoffenheffing en grof afval 5.723.645 -6.224.670 92%
Rioolheffing 3.775.096 -3.775.096 100%
Lijkbezorgingsrechten 876.186 -951.764 92%

Kwijtscheldingsbeleid

Als een belastingplichtige door financiële omstandigheden een belastingaanslag niet (of slechts deels) kan betalen, kan kwijtschelding worden verleend. Ridderkerk hanteert de maximale normbedragen bij de toetsing van kwijtscheldingsverzoeken. Een belastingplichtige met een inkomen op bijstandsniveau komt in principe voor kwijtschelding in aanmerking.

Er zijn twee manieren om voor kwijtschelding in aanmerking te komen. Belastingplichtigen kunnen kiezen voor automatische kwijtschelding, dan hoeft men niet steeds jaarlijks opnieuw een kwijtscheldingsverzoek in te dienen, of voor een handmatige beoordeling. De toetsing voor automatische kwijtschelding wordt uitgevoerd door de Stichting Inlichtingenbureau.

In onderstaand overzicht is een vergelijking gemaakt tussen de geraamde en de daadwerkelijk toegekende kwijtschelding van gemeentelijke belastingen.

Kwijtschelding lokale heffingen Begroot Realisatie
Onroerend zaakbelasting 2.600 1.616
Afvalstoffenheffing 134.800 162.227
Rioolheffing 49.800 52.529

Het aantal verzoeken om kwijtschelding over de afgelopen jaren bedroeg:

Jaar Aantal
2017 1.125
2018 1.092
2019 1.120
2020 1.218 *
* 875 van automatische kwijtscheldprocedure

Er is sprake van een stijging van het aantal kwijtscheldingsverzoeken met 9% van 1.120 in 2019 naar 1.218 in 2020. Van de 1.218 kwijtscheldingsverzoeken in 2020 zijn 875 verzoeken via de automatische kwijtscheldingsprocedure verlopen. Er is ten opzichte van 2019 een lichte stijging van 3,6% (van 844 naar 875) van de automatische kwijtscheldingstoetsen. Het aantal toegewezen kwijtscheldingen is gestegen met 1%.

Steeds meer mensen die in eerste instantie zijn afgewezen via automatische kwijtschelding, maken gebruik van een herhaald verzoek voor een op maatwerk toegespitste herbeoordeling van hun kwijtscheldingsverzoek. Nieuwe financiële feiten die eerder niet bekend waren leiden bij deze herbeoordeling tot het alsnog toekennen van een kwijtscheldingsverzoek.

Jaar Verzoeken Toegewezen
2019 1.120 866
2020 1.218 875

Lokale lastendruk

Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (Coelo) van de Rijksuniversiteit van Groningen brengt jaarlijks het niveau en de ontwikkeling van de lokale lasten in beeld. Bij het vergelijken van de woonlasten wordt er onder andere gekeken naar de OZB, afvalstoffenheffing en rioolbelasting. Het Coelo brengt hierover jaarlijks de ‘Atlas van lokale lasten’ uit, met daarin informatie over alle gemeenten in Nederland.

In deze jaarrekening is een vergelijking gemaakt tussen de lokale lastendruk van de gemeente Ridderkerk met die van omliggende gemeenten en een vergelijking met gemeenten met de laagste en de hoogste woonlasten.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende situaties:
A. Woonlasten van huishoudens met een koopwoning (eigenaar-bewoner)
B. Woonlasten van huishoudens met een huurwoning (huurder-bewoner)
Voor beide situaties worden de eenpersoons- en meerpersoonshuishoudens getoond.

De geselecteerde gemeenten zijn bedoeld om een beeld te geven van:

  • Woonlasten van Ridderkerk in vergelijking met die van de aangrenzende gemeenten, en;
  • Vergelijking met woonlasten in de goedkoopste en duurste gemeenten in het land.

A. Woonlasten van huishoudens met een koopwoning (eigenaar-bewoner) tabel

Staafgrafiek met woonlasten van gemeente Ridderkerk en omliggende gemeenten

B. Woonlasten van huishoudens met een huurwoning (huurder-bewoner) tabel

Staafgrafiek met woonlasten van gemeente Ridderkerk en omliggende gemeenten

Een vergelijking met de woonlasten van de omliggende gemeenten in 2020 laat in het Coelo rapport het volgende beeld zien:

  • De woonlasten van huurders in Ridderkerk zijn lager dan de gemiddelde woonlasten. Eenpersoonshuishoudens die huurder zijn, betalen de laagste woonlasten in Barendrecht. Meerpersoonshuishoudens kennen de laagste woonlasten in Rotterdam.
  • De woonlasten van woningeigenaren in Ridderkerk zijn lager dan de gemiddelde woonlasten.
    Eenpersoonshuishoudens betalen de laagste woonlasten in Barendrecht en meerpersoonshuishoudens kennen de laagste woonlasten in Dordrecht.

In de vergelijking die hierna volgt zijn de gemeenten Aalten en Nijmegen opgenomen als de gemeenten met de laagste woonlasten en de gemeenten Bloemendaal en Zwijndrecht met de hoogste woonlasten. Eigen woningeigenaren hebben de laagste woonlasten in Aalten en huurders hebben de laagste woonlasten in Nijmegen. De hoogste woonlasten hebben huishoudens met een eigen woning in de gemeente Bloemendaal en huurders in de gemeente Zwijndrecht betalen de hoogste woonlasten.
De volgende grafieken laten dit zien.

A. Landelijke woonlasten van huishoudens met een koopwoning (eigenaar-bewoner) tabel

Staafgrafiek met woonlasten van gemeente Ridderkerk en landelijke gemeenten

B. Landelijke woonlasten van huishoudens met een huurwoning (huurder-bewoner) tabel

Staafgrafiek met woonlasten van gemeente Ridderkerk en landelijke gemeenten

Landelijk neemt Ridderkerk een positie in van de 109e plaats als het gaat om een gezinshuishouden dat eigenaar-bewoner is. Ter vergelijking: Aalten staat op de 1e plaats met de laagste woonlasten en Bloemendaal op de 377e plaats. Gaat het om een gezinshuishouden dat huurder-bewoner is, dan staat Ridderkerk op plaats 180. Ter vergelijking: Nijmegen staat op de 1e plaats en Zwijndrecht op de 377e plek met de hoogste woonlasten.

Ten opzichte van het landelijk gemiddelde betaalt een gezinshuishouden in Ridderkerk iets minder aan woonlasten. De woonlasten van een gezinshuishouden met een eigen koopwoning bedragen tussen € 30 en € 40 minder dan de landelijk gemiddelde woonlasten. Een gezinshuishouden dat huurder is, betaalt iets minder dan het landelijk gemiddelde. Dit blijkt uit het overzicht hieronder:

Categorie Landelijk gemiddeld Ridderkerk
Eénpersoonshuishouden met een huurwoning 306 300
Meerpersoonshuishouden met een huurwoning 389 385
Eénpersoonshuishouden met een koopwoning 705 662
Meerpersoonshuishouden met een koopwoning 776 747