Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Aanleiding en achtergrond

Wij voeren actief beleid op de beheersing van de risico’s die de gemeente loopt. Gekeken wordt naar de maatregelen die worden getroffen om de risico’s af te dekken. Voor de risico’s waarvoor geen maatregelen getroffen kunnen worden, bijvoorbeeld omdat het verzekeren ervan te duur zou zijn, wordt ingeschat welke buffer noodzakelijk is. Dit is het weerstandsvermogen. Op basis van de geïnventariseerde risico’s en de beschikbare financiële middelen (weerstandscapaciteit) is het weerstandvermogen berekend. In dit risicoprofiel worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen benoemd en meegewogen.

Risicoprofiel

Door actieve risicobeheersing heeft de gemeente in beeld wat de risico’s zijn en is het mogelijk om het weerstandsvermogen te bepalen. Alle risico’s worden voor zover mogelijk twee maal per jaar herijkt en er wordt continu geanticipeerd op nieuwe risico’s. Het getoonde risicoprofiel is bepaald vanuit de inventarisatie en analyse zoals uitgevoerd tot en met 8 februari 2021.

De coronacrisis heeft invloed op de ontwikkeling van het risicoprofiel. De belangrijkste trends en ontwikkelingen worden per regulier risico aangehaald en we nemen een geconsolideerd risico op direct gerelateerd aan de mogelijk coronascenario’s op korte termijn (1 jaar).

In het volgende overzicht worden de belangrijkste (geconsolideerde) risico's gepresenteerd die de grootste invloed hebben bij de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit. Bij ieder risico worden kort de beheersmaatregelen weergegeven. De lijst met belangrijkste risico’s omvat ruim 95,49% van alle geïdentificeerde risico’s.

Nr. Risico Maatregelen Kans Financieel gevolg Invloed
1 Risico decentralisaties in het sociaal domein Ridderkerk in BAR-organisatie BAR-organisatie, proces-management, monitoring/benchmarking, business intelligence, competentieontwikkeling 4  1.700.000 21,23%
2 Risico's taakuitvoering BAR-organisatie BAR-organisatie, procesmanagement, monitoring, business intelligence, competentie- ontwikkeling 4  1.270.000 16,90%
3 Optreden negatief scenario deelneming GR Nieuw Reijerwaard 2x per jaar grondexploitatie-analyse, gecontroleerde projectomgeving 2  3.000.000 12,28%
4 Risicocluster uitvoering Jeugdwet- tekorten die ontstaan in de uitvoering van de Jeugdwet Beperkte invloed, BAR-organisatie, proces- management, monitoring/ benchmarking, business intelligence 4  1.000.000 10,48%
5 Risico's niet te dekken binnen grondexploitaties Impact corona, zie ook Trends en ontwikkelingen 4  351.000 8,59%
6 Risico invoering wet meldplicht datalekken, regelgeving AVG BAR-organisatie , proces meldpunt datalekken, invoeren register gegevensverzamelingen, compliance 4  1.000.000 6,80%
7 Budgetrisico's in open eind regelingen (SHV, Leerlingenvervoer, Bijzondere bijstand etc.) Optimale invulling gecontroleerde procesomgeving nastreven, risicomanagement 3  300.000 4,91%
8 De gebundelde inkomensvoorziening uitkeringen (BUIG) is niet toereikend. Gebaseerd op onzekerheid hieromtrent in 2020, in 2021 minimaal tot nihil 3  200.000 2,86%
9 Overschrijding van budget(ten) WMO Frequent toepassen audits, analyse P&C-voortgangsrapportages van instellingen 3  250.000 2,37%
10 Financiële en imagorisico's als gevolg van disfunctioneren van door de gemeente gesubsidiëerde instellingen Schulddienstverlening: preventie, competentie –ontwikkeling, benchmarking, business intelligence 4  400.000 2,19%
Totaal alle risico's: € 13.115.250 (exclusief corona-scenario € 3.922.961)

Het bovenstaande overzicht toont risico’s die incidenteel schade op kunnen leveren met daarbij het maximale financiële gevolg. De onderstaande tabel geeft aan hoe groot de kans is in lengte van tijd. Bijgevoegde tabel geeft aan hoe de spreiding in tijd is terug te vertalen.

Kwantiteit Referentiebeelden Kansklasse Toelichting kansklasse
10% 0 of 1 keer per 10 jaar 1 Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het onwaarschijnlijk is dat deze zich in de komende jaren voordoen.
30% 1 keer per 5 - 10 jaar 2 Deze klasse hanteren we voor risico's waarvan het niet waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar voordoen.
50% 1 keer per 2 - 5 jaar 3 Deze klasse hanteren we voor risico's die zich in het komende jaar wel maar ook niet kunnen voordoen.
70% 1 keer per 1 - 2 jaar 4 Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar zullen voordoen.
90% 1 keer per jaar of meer 5 Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het zeer waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar gaan voordoen.

Op basis van de ingevoerde risico's is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag (€ 13.115.250) ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden.

Benodigde weerstandscapaciteit bij verschillende zekerheidspercentages
Percentage Bedrag
10% 2.196.127
25% 2.798.583
50% 3.542.442
75% 4.393.208
90% 5.364.145
95% 5.992.203

Beschikbare weerstandscapaciteit

De beschikbare weerstandscapaciteit van de gemeente bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken.

Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.

Weerstand Startcapaciteit Bijboekingen Afboekingen Huidige capaciteit
Algemene reserve 29.781.700 49.689.500 4.722.300 74.748.900
Onvoorzien 50.000 35.000 15.000
Totaal weerstandscapaciteit 29.831.700 49.689.500 4.757.300 74.763.900

Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit

Uit de grafiek en de bijbehorende tabel volgt dat 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 5.364.145 (benodigde weerstandscapaciteit).

Als we de meest recente Corona risico-inventarisatie meenemen en ons baseren op enerzijds de ontwikkelingen over 2020 en het scenario waarin de coronacrisis tenminste tot in het vierde kwartaal van 2021 aanhoudt levert dit na simulatie een bedrag op van € 2.736.772 (extra benodigde weerstandscapaciteit).

Ratio weerstandscapaciteit
Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit € 74.763.900/  Benodigde weerstandcapaciteit € 5.364.145  = 13,9                                                                             

Ratio weerstandsvermogen incl. corona = Beschikbare weerstandscapaciteit  € 74.763.900/ Benodigde weerstandcapaciteit € 8.100.917 = 9,2

De normtabel biedt een waardering van het berekende ratio.

Weerstandsnorm
Waarderingscijfer Ratio Betekenis
A > 2,0 Uitstekend
B 1,4 - 2,0 Ruim voldoende
C 1,0 - 1,4 Voldoende
D 0,8 - 1,0 Matig
E 0,6 - 0,8 Onvoldoende
F < 0,6 Ruim onvoldoende

Het ratio weerstandsvermogen van de gemeente Ridderkerk valt (inclusief de coronarisico’s) binnen klasse A, wat staat voor uitstekend.

Waar staan we nu?
Met de uitbraak van de coronacrisis in het voorjaar van 2020 is er een nieuwe factor opgetreden met relevante impact op het risicoprofiel. Aan de ene kant krijgen gemeenten flink minder geld binnen langs de bekende inkomstenkanalen (bijvoorbeeld vermindering parkeerinkomsten, opgeschorte huren en belastingbetalingen), terwijl ze aan de andere kant bedrijfsmatig geconfronteerd worden met toenemende kans op langdurig hogere uitgaven (bijv. meer cliënten in de bijstand, toename in financiële ondersteuning aan ZZP’ers, meer verzoeken om bijzondere bijstand, schuldhulpverlening, het overeind houden van cultuur, sportclubs etc.). Daarbij valt op te merken dat vanuit het Rijk op onderdelen gehele dan wel gedeeltelijke compensatie wordt geboden. Het is aannemelijk dat dit, in de wetenschap dat veel gemeenten al interen op hun reserves door de tekorten op jeugdzorg en de Wmo, over een langere periode gaat knellen. Het risico dat de gemeenten mogelijk, ten koste van de burger, moeten gaan snijden in de begrotingen is reëel.

Veel uitkomsten van de coronacrisis zijn onzeker en pandemie duurt inmiddels al zo lang, dat de gevolgen in alle facetten van de samenleving merkbaar en daarmee verweven zijn. ‘De gevolgen van de coronacrisis’ kunnen daarom ook niet meer los van andere ontwikkelingen gezien worden en zijn hieronder met elkaar verbonden. Daarbij hebben we ook met ontwikkelingen te maken, waarvan de gevolgen en risico’s niet direct meetbaar zijn. Denk aan de negatieve effecten op het welzijn, in het bijzonder de generatie kinderen en jongeren, en de relatie tussen de overheid en burger. De stemming in de samenleving is explosiever geworden, maar hoe zich dit op lange termijn uitkristalliseert is onzeker.

Een ander aandachtspunt zijn grote maatschappelijke opgaven zoals de energietransitie, waar gemeenten bij betrokken zijn. Een vertraging hiervan is aannemelijk, omdat gemeenten al structurele tekorten hebben, waar corona alleen nog maar meer druk op legt, zodat er naar verwachting minder capaciteit beschikbaar is om gestelde doelen te halen (bron: Rapport Platform 31 van november 2020, Kleine gemeenten aan de slag met de energietransitie). Daarbij komt dat de Rijksoverheid ook op dit vlak onvoldoende middelen beschikbaar stelt om de opgaven te kunnen vervullen. Bijv. gebieden voor windmolens, zonneweides en warmtebronnen moeten deze maanden (met name voorjaar 2021) aangewezen worden om te voldoen aan Klimaatakkoord (stelt dat per 1 januari 2025 alle vergunningen voor energieprojecten moeten zijn verleend). Al met al zien we dat het risicoprofiel van deze crisis zich vormt naar onze nieuwe pittige werkelijkheid.

Risico decentralisaties in het sociaal domein
Het geconsolideerde risico decentralisatie sociaal domein blijft onverminderd groot en is door de coronacrisis waarschijnlijk groter geworden door een verhoogde aanspraak op budgetten, zowel op korte als verwachting op de lange termijn. Eind 2020 publiceerde het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) ‘sociaal domein op koers’ en concludeert daarin dat de verwachte effecten van de decentralisaties nog niet op orde zijn. De zelfredzaamheid is niet toegenomen en de kosten zijn niet verminderd. Vrijwel alle gemeenten in Nederland kampen met niet sluitende begrotingen vaak als gevolg van overschrijdingen in het sociaal domein. Zo ook in Ridderkerk. De coronacrisis versterkt de druk op het sociaal domein. Door de impact op de gezondheid, welzijn en bestaanszekerheid wordt een toename verwacht van het aantal inwoners, dat bij de gemeenten gaat aankloppen voor zorg, hulp en ondersteuning. Daarbij is het onzeker hoe lang de Rijksoverheid de extra kosten nog blijft compenseren.

Het ligt niet in de lijn van de verwachting dat het Rijk onbegrensd de kosten van de lokale overheid voor de coronacrisis volledig blijft compenseren. Bovendien is het maken van een goede verdeling daarbij zeer gecompliceerd. Naast de bestaande regelingen voor de bijstand, komt er - naast het werk met de TOZO-steunregeling voor zelfstandigen - veel instroom bij. Het probleem is: de bijstand wordt nu verdeeld op basis van een model dat per individuele gemeente berekent hoe groot de kans is dat een huishouden daar in de bijstand komt. Dit verandert enorm door corona waardoor het model feitelijk niet langer bruikbaar is en reële inschattingen daarom lastiger zijn.

Risicocluster uitvoering Jeugdwet- tekorten die ontstaan in de uitvoering van de Jeugdwet
De coronacrisis heeft een grote impact op (het welzijn van) de jeugd, waardoor een grote toename op aanspraak van Jeugdzorg zeer aannemelijk is.
De eerste landelijke cijfers, op basis van verschillende onderzoeken (er is nog geen totaalbeeld mogelijk) laten in 2020 een grote stijging zien op het gebied van: ruim de helft meer aanmeldingen bij de jeugdpsychiatrie, toename dwangvoedingen, meer crisismeldingen en meer kindermishandeling. In het algemeen hebben kinderen hebben last van somberheid en angstklachten. Het aantal kinderen dat jeugdzorg nodig heeft kan verder ook gaan stijgen doordat meer mensen in financiële problemen komen. De daadwerkelijke langetermijngevolgen zijn lastig te voorspellen.

Faillissement van derden of instellingen bij wie borgstellingen, garanties, leningen of vorderingen uitstaan kan leiden tot onvoorziene uitgaven
Het aantal faillissementen is niet toegenomen, maar het hangt ervan af hoe lang de nationale overheid nog steun toe blijft kennen. Door de steunmaatregelen is het aantal faillissementen in 2020 artificieel heel laag in vergelijking met 2019.

Risico invoering regelgeving AVG, informatiebeveiliging, wet meldplicht datalekken
Dit risico is verhoogd. De digitale transformatie van overheidsdienstverlening gaat gepaard met risico’s zoals capaciteit en vaardigheden van personeel voor de implementatie. Er is een sterke toename van het gebruik van digitale technologie. Er wordt online informatie gedeeld en meer thuis gewerkt. Er is een risico dat er meer druk op medewerkers is en daardoor minder scherpe inachtneming van de – soms nieuwe - informatiebeveiligingsrichtlijnen.

Financiële en imagorisico’s als gevolg van disfunctioneren van door de gemeente gesubsidieerde instellingen
Denk aan de samenwerking tussen overheid en samenleving. De coronacrisis heeft impact op (subsidie)relaties met maatschappelijke partners: bieden van ondersteuning (financieel en vrijstelling van afspraken, minder bijdrage aan maatschappelijke doelstellingen). De onzekerheid (risico) schuilt in vraag hoe lang deze situatie aanhoudt.

Cluster WMO gerelateerde risico's. Overschrijding van budget(ten)
Aannemelijk is dat de uitvoering van de WMO veel lastiger en duurder is vanwege de coronamaatregelen en -aanpassingen. We dienen rekening te houden met een toename van aanvragen door mensen die langdurig last hebben van gevolgen coronabesmetting of door uitgestelde zorg. De druk op de GGZ neemt toe. Dit kan zich vertalen in een grotere druk op mantelzorgers en het benodigd zijn van meer mantelzorgers.

Bedrijfsvoeringsrisico’s BAR-organisatie
De risico’s die in dit specifieke bedrijfsvoeringsprofiel zijn opgenomen betreft schattingen die zo nauwkeurig mogelijk zijn gemaakt op basis van lokale en landelijke ontwikkelingen en actuele inzichten in mogelijke scenario’s. De dalende positieve trend die was ingezet is doorbroken door de Coronacrisis. Dit heeft tot gevolg dat er ten aanzien van het risicoprofiel van de BAR-organisatie sprake is van een licht stijgende trend in omvang en aantal risico’s.

Verbonden partij heeft een financieel tekort welke niet kan worden gedekt vanuit het weerstandsvermogen van desbetreffende partij/regeling
Dit risico is vergroot. Het is moeilijk op dit moment al te zeggen bij welke verbonden partijen er gevolgen zijn van de crisis en welke (financiële) afspraken er zijn gemaakt. Te denken valt aan partijen als de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond, de GGD, GR Jeugdhulp Rijnmond en DCMR.

Het aantal uitkeringsgerechtigden (BUIG) stijgt sneller dan voorzien
Dit is een ontwikkeling die door de coronacrisis versterkt wordt. Mensen die nu werkloos zijn geworden komen eerst bij de UWV, maar over twee jaar bij de gemeenten. Een deel zou eventueel al wel op te maken zijn uit de TOZO-aanvragen. Bij x-aantal TOZO-aanvragen kun je uitgaan van y-aantal bijstandsaanvragen bij de gemeenten. Bijkomende ontwikkeling is dat de uitstroom uit Participatiewet als gevolg van de coronacrisis laag is en in tijden van hoge werkloosheid dat vermoedelijk voor een periode aan kan houden.

Onderwijsbeleid
Door de coronacrisis zien we een zekere ontwrichting van het onderwijs. Er is toenemende druk op het onderwijs (leraren en organisatie), gedeeltelijke sluiting scholen zorgt voor toenemende ongelijkheid. Aandachtspunt is de ondersteuning van gezinnen en leerlingen in het mogelijk maken van thuisonderwijs (materiaal etc.). Verder zijn er meer jongeren en studenten die psychische druk en stress ervaren, waardoor voortgang en betrokkenheid onder druk staan. De verwachting is dat er meer jongeren zonder schooldiploma komen, die daardoor een ongunstige start op de arbeidsmarkt hebben. Eerste cijfers over 2020 laten zien dat er 20% minder vooruitgang op school wordt geboekt.

Risico: Lagere Algemene Uitkering gemeentefonds door wijziging in herverdelingsmaatstaven en/of bezuinigingen van het Rijk
Hoewel de eerste signalen erop duiden dat de herijking van het gemeentefonds voor Ridderkerk positief kan uitvallen, is dit nu nog zeer onzeker. De advisering is nog niet afgerond en nadeelgemeenten lobbyen nadrukkelijk.

Risico Vpb-last is opgetreden en geen risico meer
De Belastingdienst heeft de aanslagen Vpb opgelegd voor 2016 tot en met 2018. De VNG helpt de gemeenten in de bezwaarprocedure. Gemeenten vinden dit geen Vpb-plichtige activiteit, de Belastingdienst wel. Bezwaar is reeds aangetekend en de bezwaarschriften worden nu van motivatie voorzien.
In de jaarrekeningen 2020 hebben we de financiële gevolgen van dit standpunt Belastingdienst inmiddels verwerkt. De risico’s zijn dus geen risico meer, maar werkelijkheid. En de lasten zijn nu voor vijf jaren opgenomen in de jaarrekening 2020.

In de behandeling van de belangrijkste trends en ontwikkelingen worden meer risico’s aangehaald dan het overzicht van de belangrijkste risico’s toont.

Kengetallen

De financiële positie van de gemeente wordt onder andere in beeld gebracht met kengetallen. De gehanteerde kengetallen worden onder meer berekend op basis van de geprognotiseerde balans. De ophanden zijnde verkoop van de aandelen van Eneco hebben een aanzienlijke  impact op de financieringspositie en balans, en daarmee op de uitkomsten van de kengetallen.
Met de verwachte verkoopopbrengst is in deze begroting nog geen rekening gehouden. Dit betekent dat nu nog rekening wordt gehouden met het aantrekken van leningen in 2022 en 2023.

Kengetallen Jaarrekening 2019 Jaarrekening 2020 Begroting 2020
Netto schuldquote 20% 1,1% 6%
Netto schuldquote gecorrigeerd 18% -0,4% 5%
Solvabiliteitsratio 43% 57,3% 58%
Grondexploitatie 1% 0,4% -1%
Structurele exploitatieruimte -2,14% -2,8% 6,66%
Belastingcapaciteit 93% 94,3% 94%

De waarden van de kengetallen zijn ingedeeld in drie categorieën. Deze categorieën sluiten aan bij de landelijk vastgestelde signaleringswaarden. Categorie A is het minst risicovol, categorie C het meest.

Kengetal Categorie A Categorie B Categorie C
Netto schuldquote <90% 90-130% >130%
Netto schuldquote gecorrigeerd <90% 90-130% >130%
Solvabiliteitsratio >50% 20-50% <20%
Grondexploitatie <20% 20-35% >35%
Structurele exploitatieruimte >0% 0% <0%
Belastingcapaciteit <95% 95-105% >105%

Beoordeling
De normeringen bij deze kengetallen geven een indicatie van de houdbaarheid van de financiën. De kengetallen samen geven een algemeen beeld over de financiële gezondheid.
De uitkomst van het kengetal over de structurele exploitatie ruimte vraagt om actie. Hiervoor wordt een plan opgesteld met als doelstelling in de begroting 2021 weer in klasse A uit te komen.

Op basis van de beoordeling van de gezamenlijke kengetallen en de goede reservepositie kunnen we stellen dat de gemeente er met een voldoende uitkomt. Op basis van de kengetallen kent de gemeente een lage tot gemiddelde risicoscore op de toegepaste signaleringswaarden.

De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de opbrengsten. Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. De schuldquote blijft ruim binnen categorie A. De schuldquote laat een positieve ontwikkeling zien. De opbrengst van de verkoop van de aandelen Eneco (ruim € 46 miljoen) heeft hier positief aan bijgedragen.

Grafiek met waarden netto schuldquote

De solvabiliteitsratio geeft aan welk gedeelte van het bezit met eigen vermogen is gefinancierd en wordt berekend door het eigen vermogen te delen door het balanstotaal.
De ratio laat een flinke stijging zien ten opzichte van vorig jaar. Het eigen vermogen is in 2020 flink toegenomen door het toevoegen van de opbrengst van de verkoop van de aandelen Eneco. Deze storting in het eigen vermogen heeft een positief effect op de ratio, waardoor de ratio van categorie B naar categorie A is verschoven.

Grafiek met waarden solvabiliteit

Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale baten. De boekwaarde van de voorraden grond, kosten minus de opbrengsten in de grondexploitaties, is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop.
De boekwaarde neemt steeds verder af door het afsluiten van de grondexploitaties. Het kengetal grondexploitatie valt daardoor in categorie A.

Grafiek met waarden grondexploitatie

De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen of de structurele ruimte voldoende is om structurele lasten te dragen. De marge tussen de categorieën A en C is klein.
Het structurele exploitatiesaldo is negatief, wat inhoudt dat de structurele lasten hoger zijn dan de structurele baten. Voor 2020 is het verschil bijna € 4,9 miljoen. Dit is een daling ten opzichte van het structureel saldo uit de Jaarrekening 2019 en de Programmabegroting 2020.

Grafiek met waarden structurele exploitatieruimte

De benutte belastingcapaciteit geeft inzicht in hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De belastingdruk ligt onder het landelijke gemiddelde en dat is een positief gegeven. Het kengetal valt in 2020 in categorie A. Dit betekent dat wij, in het uiterste geval van financiële krapte, de mogelijkheid hebben om de belasting te laten stijgen.

Grafiek met waarden belastingcapaciteit