Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Aanleiding en achtergrond

De gemeente Ridderkerk voert actief beleid op de beheersing van de risico’s die de gemeente loopt. Gekeken wordt naar de maatregelen die worden getroffen om de risico’s af te dekken. Voor de risico’s waarvoor geen maatregelen getroffen kunnen worden bijvoorbeeld omdat het verzekeren ervan te duur zou zijn, wordt ingeschat welke buffer noodzakelijk is. Dit is het weerstandsvermogen. Op basis van de continu geïnventariseerde risico’s en de beschikbare financiële middelen (weerstandscapaciteit) is het weerstandvermogen berekend. In dit risicoprofiel worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen benoemd en meegewogen.

Risicoprofiel

Door actieve risicobeheersing heeft de gemeente in beeld wat de risico’s zijn en is het mogelijk om het weerstandsvermogen te bepalen. Alle risico’s worden voor zover mogelijk 2 maal per jaar herijkt en er wordt continu geanticipeerd op nieuwe risico’s. Het getoonde risicoprofiel is bepaald vanuit de inventarisatie en analyse zoals uitgevoerd tot en met 30 juni 2021.

De coronacrisis heeft invloed op de ontwikkeling van het risicoprofiel. De belangrijkste trends en ontwikkelingen worden aangehaald en we nemen een geconsolideerd risico op direct gerelateerd aan de mogelijke gevolgen op korte termijn (<1 jaar).
In het volgende overzicht worden de belangrijkste (geconsolideerde) risico's gepresenteerd die de grootste invloed hebben bij de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit. Bij ieder risico worden kort de beheersmaatregelen weergegeven. De lijst met belangrijkste risico’s omvat ruim 88% van alle geïdentificeerde risico’s.

Nr. Risico Maatregelen/Opmerkingen Klasse Financieel gevolg Invloed
1 Risico decentralisaties in het sociaal domein Ridderkerk in BAR-organisatie BAR-organisatie, procesmanagement, monitoring/benchmarking, business intelligence, competentieontwikkeling 4 1.700.000 22,93%
2 Risico's taakuitvoering BAR BAR-organisatie, procesmanagement, monitoring, business intelligence, competentieontwikkeling 4 1.270.000 18,20%
3 Risicocluster uitvoering Jeugdwet- tekorten die ontstaan in de uitvoering van de Jeugdwet Beperkte invloed, GRBAR organisatie, proces- management, monitoring/benchmarking, business intelligence 4 1.000.000 11,31%
4 Optreden negatief scenario deelneming GR Nieuw Reijerwaard Tweemaal per jaar grex-analyse, gecontroleerde projectomgeving 2 300.000 9,22%
5 Risico invoering wet meldplicht datalekken, regelgeving AVG BAR-organisatie , proces meldpunt datalekken, Invoeren register gegevensverzamelingen, compliance 4 1.000.000 7,35%
6 Risico's niet te dekken binnen grondexploitaties Impact corona 4 205.000 5,42%
7 Budgetrisico's in open eind regelingen (SHV, Leerlingenvervoer, Bijzondere bijstand etc..) Optimale invulling gecontroleerde procesomgeving nastreven. Risicomanagement 3 300.000 5,72%
8 De gebundelde inkomensvoorziening uitkeringen (BUIG) is niet toereikend. Gebaseerd op onzekerheid hieromtrent in 2020, in 2021 minimaal tot nihil. 3 200.000 3,08%
9 Overschrijding van budget(ten) WMO Frequent toepassen audits, analyse P&C voortgangsrapportages van instellingen. 3 250.000 2,56%
10 Financiële en imagorisico’s a.g.v. disfunctioneren van door de gemeente gesubsidiëerde instellingen Schulddienstverlening: preventie, competentieontwikkeling, benchmarking, business intelligence 4 400.000 2,34%
Totaal van alle risico 's: € 12.969.300 (exclusief risico's als gevolg van corona € 2.517.000)

Onderstaande tabel geeft aan hoe de spreiding in tijd is terug te vertalen.

Kwantiteit Referentiebeelden Kansklasse Toelichting kansklasse
10% 0 of 1 keer per 10 jaar 1 Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het onwaarschijnlijk is dat deze zich in de komende jaren voordoen.
30% 1 keer per 5 – 10 jaar 2 Deze klasse hanteren we voor risico’s waarvan het niet waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar voordoen.
50% 1 keer per 2 – 5 jaar 3 Deze klasse hanteren we voor risico’s die zich in het komende jaar wel maar ook niet kunnen voordoen.
70% 1 keer per 1 – 2 jaar 4 Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar zullen voordoen.
90% 1 keer per jaar of meer 5 Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het zeer waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar gaan voordoen.

Op basis van de ingevoerde risico's is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast, omdat het reserveren van het maximale bedrag ( € 12.969.250) ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden.

Beschikbare weerstandscapaciteit

De beschikbare weerstandscapaciteit van de gemeente Ridderkerk bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken.

Weerstand Huidige capaciteit
Algemene reserve 30.816.500
Post onvoorzien 25.000
Totaal weerstandscapaciteit 30.841.500

Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit

Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.

Uit onderstaande tabel volgt dat 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 4.935.890 (benodigde weerstandscapaciteit).

Als we de meest recente corona risico-inventarisatie meenemen en ons baseren op enerzijds de ontwikkelingen over 2020 en het scenario waarin de coronacrisis tenminste tot in het vierde kwartaal van 2021 aanhoudt levert dit na simulatie een bedrag op van € 1.568.000 (extra benodigde weerstandscapaciteit).

Basisraming (scenario 1):

  • Werkloosheid loopt op.
  • Overheidstekort loopt op.
  • Wel geld geen mensen voor onderwijs.
  • Krapte op woningmarkt houdt aan.
  • Onzekerheid is niet weg.

In het pessimistische scenario ”Nieuwe terugslag”:

  • nieuwe coronavarianten, waartegen de huidige vaccinaties onvoldoende blijken te werken, veroorzaken in het najaar opnieuw een corona-uitbraak.
  • Deze leidt weer tot extra voorzichtigheid bij huishoudens en nieuwe restricties, waardoor het bruto binnenlands product opnieuw afneemt en de werkloosheid verder oploopt.

In het optimistische scenario “Grotere veerkracht”:

  • Zorgen positieve verwachtingen bij huishoudens en bedrijven voor krachtiger herstel na opheffen van contactbeperkingen.
  • Door groter vertrouwen in toekomst geven huishoudens hun overbesparingen sneller uit: extra consumptie.
  • Bedrijven schalen hun investeringen extra op, mogelijk gemaakt door laag blijvende financieringskosten.
  • Bij vergelijkbare ontwikkelingen elders in het eurogebied, is ook de export uitbundiger.
Percentage Bedrag
10% € 2.014.642
25% € 2.596.051
50% € 3.297.925
75% € 4.073.956
90% € 4.935.890
95% € 5.576.124

De normtabel biedt een waardering van het berekende ratio.

Ratio weerstandsvermogen 0 Beschikbare weerstandscapaciteit 0 30.841.500 0 6,2
Benodigde weerstandscapaciteit 4.935.890
Ratio weerstandsvermogen 0 Beschikbare weerstandscapaciteit 0 30.841.500 0 4,7
inclusief corona Benodigde weerstandscapaciteit 6.503.890

De normtabel biedt een waardering van het berekende ratio. Het ratio weerstandsvermogen van de gemeente Ridderkerk valt (inclusief de coronarisico’s) binnen klasse A, wat staat voor uitstekend.

Normtabel

Waarderingscijfer Ratio Betekenis
A > 2,0 Uitstekend
B 1,4 – 2,0 Ruim voldoende
C 1,0 – 1,4 Voldoende
D 0,8 – 1,0 Matig
E 0,6 – 0,8 Onvoldoende
F < 0,6 Ruim onvoldoende

Ontwikkeling risicoprofiel

Waar staan we nu?
Met de uitbraak van de coronacrisis in het voorjaar van 2020 is er een nieuwe factor opgetreden met grote impact op het risicoprofiel. Nederland heeft van december 2020 tot juni 2021 in een lockdown gezeten. Inmiddels neemt het aantal besmettingen af en de vaccinatiegraad toe en kunnen de beperkende maatregelen worden versoepeld. Directe gevolgen worden steeds meer zichtbaar en Nederland kan gaan werken aan herstel. De impact van de crisis op het risicoprofiel van de gemeente neemt daarmee af.

Er zijn wel nog veel onzekerheden over de ontwikkeling van de verspreiding van het virus; komst van nieuwe virusvarianten en een mogelijke golf in het najaar. Ook over de precieze maatschappelijke, sociale en economische impact van de crisis is veel onzekerheid. We moeten in ieder geval rekening houden met de schade die duidelijk wordt na afloop van steunpakketten en de keuzes en richting van herstel die het Rijk zal maken. De planbureaus pleiten voor samenhangend herstelbeleid gericht op herstel én transitie. De gemeente kan onzekerheden positief beïnvloeden door investeringen en maatregelen te treffen.
De coronacrisis heeft bestaande trends en ontwikkelingen versterkt, vertraagd en kwetsbaarheden en kansen zichtbaar gemaakt. De gevolgen kunnen daarom ook niet los van de ontwikkelingen in de samenleving gezien worden. Er is sprake van negatieve effecten op het welzijn, in het bijzonder de generatie kinderen en jongeren. Daarnaast staat ook de relatie tussen de overheid en burger onder spanning. De stemming in de samenleving is als gevolg van de afgelopen periode minder genuanceerd geworden, maar hoe zich dit op lange termijn uitkristalliseert is onzeker.

Risico decentralisaties in het sociaal domein
Het geconsolideerde risico decentralisatie en transitie sociaal domein blijft groot. Eind 2020 publiceerde het SCP ‘sociaal domein op koers’ en concludeert daarin dat de verwachte effecten van de decentralisaties nog niet op orde zijn. De zelfredzaamheid is niet toegenomen en de kosten zijn niet verminderd. In 2021 bevestigt onderzoek van het SCP ook het toegenomen gebruik van jeugdzorg en maatschappelijke ondersteuning sinds 2015.

De coronacrisis versterkt ook de druk op het sociaal domein. Door de impact op de gezondheid, welzijn en bestaanszekerheid moet rekening gehouden worden met een (verdere) toename van het aantal inwoners met recht op (inkomens)ondersteuning, hulp of zorg. Een aantal ontwikkelingen waar gemeenten mee te maken krijgen zijn:

  • De coronacrisis treft meest kwetsbare groepen zowel qua zorg, ondersteuningsvraag als in bestaanszekerheid en inkomen.
  • De coronacrisis legt vraagstukken omtrent zorg en veiligheid verder bloot. Denk aan (woon)overlast, multiproblematiek en inburgeringsvraagstukken.
  • De coronacrisis heeft geleid tot heel veel ‘uitgestelde zorg’ en zorgvraag bij mensen als gevolg van coronabesmetting.
  • Druk op mantelzorgers toegenomen.

Bijkomende ontwikkeling is dat de uitstroom uit Participatiewet als gevolg van coronacrisis mogelijk lager is en in tijden van hoge werkloosheid dat vermoedelijk zal blijven. De beoogde toename van werkloosheid blijft vooralsnog uit. Dit lijkt een direct gevolg van de steunpakketten. Het risico neemt dus niet toe en kent zelfs een neerwaartse positieve trend.

Risicocluster uitvoering Jeugdwet- tekorten die ontstaan in de uitvoering van de Jeugdwet
De coronacrisis heeft zowel gevolgen voor de lopende uitvoering van de Jeugdwet, denk aan meer wachtlijsten door zorg die niet of anders door kon gaan. Als ook gevolgen voor het welzijn van de jeugd. Er zijn ook zaken die goed gaan. Maar over het geheel is een negatieve impact te verwachten en moet er ook oog zijn voor nieuwe kwetsbare groepen kinderen en jongeren.
Het Rijk heeft na uitspraak ‘arbitrage Jeugd’ extra incidentele middelen voor de Jeugdzorg beschikbaar gesteld. Deze dekken echter niet de structureel toenemende kosten. Een verdere toename op aanspraak van Jeugdzorg is daarmee nog steeds een risico.

Faillissement van derden of instellingen bij wie borgstellingen, garanties, leningen of vorderingen uitstaan kan leiden tot onvoorziene uitgaven
Aantal faillissementen is nog niet toegenomen. Wanneer de steunpakketten van de rijksoverheid stoppen, wordt duidelijk wat de gevolgen van de crisis zijn.

Financiële en imagorisico’s als gevolg van disfunctioneren van door de gemeente gesubsidieerde instellingen
Er zijn financiële en imagorisico’s voor gesubsidieerde instellingen. De coronacrisis heeft ook impact op (subsidie)relaties met maatschappelijke partners. We beheersen deze risico door financiële bijdragen en vrijstelling van afspraken. Dat betekent mogelijk wel een minder bijdrage aan maatschappelijke doelstellingen.

Bedrijfsvoeringsrisico’s BAR-organisatie
De risico’s die in dit specifieke bedrijfsvoeringsprofiel zijn opgenomen zijn schattingen die zo nauwkeurig mogelijk zijn gemaakt op basis van lokale en landelijke ontwikkelingen en actuele inzichten in mogelijke scenario’s. De dalende positieve trend die is mede door de coronacrisis doorbroken. Dit heeft tot gevolg dat er ten aanzien van het risicoprofiel van de BAR Organisatie sprake is van een licht stijgende trend in omvang en aantal risico’s.
We zien dat de eisen die worden gesteld aan het beveiligen van gegevens en de regelgeving hieromtrent van invloed is op de ontwikkeling van de risico’s in dit cluster. Er worden continu stappen gemaakt om beheersing op een hoog niveau. Dit vraagt om doorontwikkeling op veel bedrijfsvoering elementen. Denk hierbij onder meer aan nieuwe taken, het compliant worden, zijn en blijven ten aanzien van wijzigende en nieuwe wet- en regelgeving, het beschikbaar hebben en houden van de juiste competenties en de hoge eisen aan technische oplossingen en beveiliging van data. Het risico en de onzekerheid dat dit niet continu lukt blijft aanwezig.

Risico invoering regelgeving AVG, informatiebeveiliging, wet meldplicht datalekken
Dit risico hangt samen met het bedrijfsvoeringsrisico’s BAR-organisatie. De gemeente heeft de wettelijke aansprakelijkheid. Er is sprake van een verhoogd risico door toename gebruik digitale technologie, online informatie, thuiswerken. Ook is er sprake van verminderd welzijn en daarmee meer druk op medewerkers. Dit kan leiden tot minder scherpe inachtneming van de informatiebeveiligingsrichtlijnen.

Door grotendeels thuis te werken is er meer gelegenheid tot problemen met of inbraak in de ICT-systemen. De veiligheid van online samenwerken staat onder druk (het gevolg van verdere digitalisering van de samenleving en het aantal online-diensten).

Digitale transformatie van overheidsdienstverlening, meer vraag van en naar medewerkers met ICT-kennis en goed ontwikkelde digitale vaardigheden.

Verbonden partij heeft een financieel tekort welke niet kan worden gedekt vanuit het weerstandsvermogen van desbetreffende partij/regeling
Het geconsolideerde risico van de verbonden partijen blijft gelijk.

Risico’s van alle verbonden partijen worden met ingang van 2022 in een cluster samengevoegd gerelateerd aan paragraaf verbonden partijen. Voor de verbonden partijen wordt één risicoprofiel opgesteld waarop een risicosimulatie wordt uitgevoerd waarvan het resultaat getoond zal worden in deze paragraaf. Op deze wijze wordt in beeld gebracht welke risico’s de gemeente loopt als deelnemer van onder meer de verschillende gemeenschappelijke regelingen.

Bestuurlijke en financiële verhoudingen Rijk en decentrale overheden (risico Rijksbijdrage gemeentefonds)
Er is sprake van een (toegenomen) disbalans tussen financiële en bestuurlijke verhoudingen tussen Rijk en decentrale overheden. Onder andere de schommelingen in de bijdragen van het gemeentefonds en onzekerheid over de toekomst van de verdeling van het gemeentefonds blijven een risico.

Kengetallen

De financiële positie van de gemeente wordt onder andere in beeld gebracht met kengetallen. De gehanteerde kengetallen worden onder meer berekend op basis van de geprognotiseerde balans.

De waarden van de kengetallen zijn ingedeeld in drie categorieën. Deze categorieën sluiten aan bij de landelijk vastgestelde signaleringswaarden. Categorie A is het minst risicovol, categorie C het meest.

De normeringen bij deze kengetallen geven een indicatie van de houdbaarheid van de financiën. De kengetallen samen geven een algemeen beeld over de financiële gezondheid.

Kengetal Categorie A Categorie B Categorie C
Netto schuldquote <90% 90-130% >130%
Netto schuldquote gecorrigeerd <90% 90-130% >130%
Solvabiliteitsratio >50% 20-50% <20%
Grondexploitatie <20% 20-35% >35%
Structurele exploitatieruimte >0% 0% <0%
Belastingcapaciteit <95% 95-105% >105%
Kengetallen Jaarrekening 2020 Begroting 2021* Begroting 2022
Netto schuldquote 1,1% 23,0% 71,0%
Netto schuldquote gecorrigeerd 0,3% 21,9% 69,8%
Solvabiliteitsratio 57,2% 55,9% 38,7%
Grondexploitatie 0,4% -2,5% -4,6%
Structurele exploitatieruimte -2,8% -4,4% 2,5%
Belastingcapaciteit 96,1% 94,8% 97,1%
*Primitieve begroting 2021

Beoordeling
Op basis van de beoordeling van de gezamenlijke kengetallen en de goede reservepositie kunnen we stellen dat de gemeente er met een goede voldoende uitkomt. Op basis van de kengetallen kent de gemeente een lage tot gemiddelde risicoscore op de toegepaste signaleringswaarden. Hieronder volgt per kengetal een korte toelichting en uitleg met toelichting op de uitkomst.

De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de opbrengsten. Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. De schuldquote blijft ruim binnen categorie A. De stijging van de schuldquote wordt veroorzaakt door het aantrekken van leningen in 2023 en 2024 om het financieringstekort op te vangen als gevolg van de ambities en investeringen die de komende jaren zijn gepland.

Grafiek Netto schuldquote

De solvabiliteitsratio geeft aan welk gedeelte van het bezit met eigen vermogen is gefinancierd. Na een aantal jaren met een solvabiliteit van boven de 50% zien we een daling tegemoet. Dit is te verklaren door het aantrekken van aanvullend vreemd vermogen, waardoor de solvabiliteit weer enigszins terugloopt. De ratio komt hierdoor in categorie B.

Grafiek Solvabiliteitsratio

Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond, kosten minus de opbrengsten in de grondexploitaties, is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop.
De (licht) negatieve uitkomst in de jaren 2021 tot en met 2025 is de vertaling van gunstige, winstgevende, boekwaardes. Het kengetal grondexploitatie valt daardoor in categorie A.

Grafiek Grondexploitaties

De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen of de structurele ruimte voldoende is om structurele lasten te dragen. De marge tussen categorie A en C is klein.
De meerjarige ontwikkeling laat nog altijd een schommeling rond 0 zien, waarbij de waarde een verbetering laat zien ten opzichte van de begroting 2021. 

Grafiek Structurele exploitatieruimte

De benutte belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde van 2021. De belastingdruk ligt nog onder het landelijke gemiddelde, maar schuift ten opzichte van de begroting 2021 van categorie A naar categorie B in 2022. Ook meerjarig wordt de ontwikkeling van de lastendruk vergeleken met het gemiddelde in 2021. Omdat in de begroting een stijging van de lasten is verwacht komt de ratio na 2023 boven 100%, ten opzichte van het gemiddelde lastendruk in 2021.

De landelijk gemiddelde lastendruk stijgt jaarlijks doordat de gemeenten hun belastingen verhogen. In de grafiek hieronder is hiermee geen rekening gehouden, want deze stijgingen zijn nog niet bekend. Dit geeft een scheef beeld in de grafiek. Hier wordt immers de toekomstige lasten vergeleken met het landelijk gemiddelde van 2021.

Grafiek Belastingcapaciteit

Conclusie over huidig risicoprofiel

Conclusie over huidig risicoprofiel
In de voorgaande onderdelen is een relatie gelegd tussen het risicoprofiel, het benodigde weerstandsvermogen en zijn de financiële kengetallen uitgelicht. Gesteld kan worden dat we er nog altijd financieel goed voor staan.  Maar het is nodig om continue zicht te houden op de financiële positie. Vanwege de komende investeringen laat de schuldquote een beeld zien dat meer naar de bovengrens van categorie A gaat en de solvabiliteit en belastingcapaciteit in categorie B zitten.