Paragraaf 1 Lokale heffingen

Inleiding

In deze paragraaf staat informatie over de gemeentelijke belastingen en gebonden heffingen, het beleid rondom de lokale heffingen, een overzicht van de tarieven, een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid en de lokale lastendruk in het tijdvak 2022-2025.

Algemene uitgangspunten lokale heffingen

In de Belastingnota 2020 zijn de uitgangspunten vastgelegd voor de heffing en inning van gemeentelijke belastingen, overige heffingen en het tarievenbeleid.

Woonlasten en tarieven
De gemeentelijke woonlasten bestaan uit de uitgaven van burgers aan onroerendezaakbelastingen (OZB), afvalstoffenheffing en rioolheffing. In deze paragraaf wordt ter vergelijking een overzicht gegeven van de woonlasten van omliggende gemeenten.

Voor de OZB-tarieven geldt dat de lokale lasten niet meer dan trendmatig zullen stijgen (inflatiecorrectie). De zogenoemde inflatiecorrectie voor 2022 ten opzichte van 2021 is 1,4%.
De gebonden heffingen (Afvalstoffenheffing, Rioolheffing, Lijkbezorgingsrechten, Marktgelden en Leges) mogen wettelijk maximaal 100% kostendekkend zijn, inclusief toe te rekenen compensabele btw, mutaties in voorzieningen en reserves en toe te rekenen kosten voor overhead.

De kosten van oninbare vorderingen en de kosten voor de uitvoering van het kwijtscheldingsbeleid zijn doorberekend in de tarieven. De perceptiekosten die genoemd worden bij de onderbouwing van de tarieven voor de verschillende heffingen hebben betrekking op de lasten die heffing en invordering met zich meebrengen.

Heffingen Omgevingswet
Vanaf 1 juli 2022 treedt de nieuwe Omgevingswet in werking. Er zijn nieuwe activiteiten toegestaan om leges over te heffen (‘milieuvergunningen’). Het college onderzoekt of dit voor onze gemeente van toepassing zal worden, waarbij ook regionale afstemming plaats vindt.

Overzicht geraamde belastingen en lokale heffingen

Hierna treft u een totaaloverzicht aan van in de begroting geraamde opbrengsten van de ongebonden heffingen en de gebonden heffingen. Deze laatst genoemde heffingen zijn wettelijk gebonden aan de norm van maximaal 100% kostendekkendheid.

Ongebonden heffingen Rekening Begroting Meerjarenraming
2020 2021 2022 2023 2024 2025
Onroerende zaakbelastingen 10.829.100 11.917.600 12.421.700 12.828.800 13.222.100 13.626.700
Precariobelasting -1.600 0 0
Reclamebelasting 0 0 114.700 114.700 114.700 114.700
Baatbelasting 1.900 1.300 1.300 1.300 1.300 1.300
Straatparkeren/parkeerboetes 328.600 407.200 407.200 407.200 407.200 407.200
Gebonden heffingen Rekening Begroting Meerjarenraming
2020 2021 2022 2023 2024 2025
Afvalstoffenheffing 5.723.600 6.116.600 6.775.200 7.303.200 7.432.500 7.379.500
Rioolheffing 3.775.100 4.209.300 4.408.800 4.640.300 4.887.900 5.169.900
Lijkbezorgingsrechten 876.200 749.800 772.400 795.500 819.300 819.300
Leges burgerzaken 496.300 577.800 527.300 445.100 445.100 445.100
Leges omgevings- en APV-vergunning 2.273.100 953.100 932.500 891.200 870.500 870.500
Marktgelden 32.800 42.100 38.800 38.900 38.900 38.900

Algemene beleidsontwikkelingen

Benchmark woonlasten
Voor de benchmark maken we gebruik van het Coelo. De benchmark beoogt, door middel van meer vergelijking de informatievoorziening over de ontwikkeling van de lokale lasten te bevorderen, zodat hiermee door de gemeenten ten aanzien van de keuzes omtrent de ontwikkeling van de lokale lasten rekening gehouden kan worden. De benchmark vergelijkt voor alle gemeenten de hoogte van de woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een koopwoning. De benchmark woonlasten provincie Zuid-Holland wordt hiervoor gebruikt. 

Kostenonderbouwing tarieven
Het Besluit begroting en verantwoording voor provincies en gemeenten (BBV) schrijft voor dat in de paragraaf Lokale heffingen kostenonderbouwingen voor belastingtarieven zijn opgenomen. Dit geldt met name voor de gebonden heffingen. In deze paragraaf zijn de kostenonderbouwingen opgenomen. Deze geven inzicht in hoe de geraamde baten en de geraamde lasten met elkaar in verhouding staan.

Opslag voor kosten overhead in de tarievenberekening
Onderdeel van de begrotingsregels zijn richtlijnen voor de berekening van de overhead. De overhead wordt binnen de gemeentelijke begrotingen afzonderlijk zichtbaar gemaakt. In overeenstemming met de nieuwe regels met betrekking tot de berekening van de overhead en de toe te rekenen kosten conform de financiële verordening van Ridderkerk, wordt een opslag voor de kosten van overhead meegenomen in de tarievenberekening.

Het jaarlijkse percentage aan toerekenbare overhead wordt berekend door de totale overheadkosten vanuit de BAR-begroting en (deels) gemeentebegroting te delen door de overblijvende directe kosten van de BAR-begroting. Het berekende overheadpercentage per gemeente wordt vervolgens als toeslag berekend over de directe personeelslasten die specifiek aan de heffing/het tarief zijn toe te schrijven.

Tarieven 2022

Onroerendezaakbelastingen (OZB)

Omdat de uitkomsten van de hertaxatie voor de begroting 2022 nog niet bekend zijn, wordt in deze begroting gerekend met de (geactualiseerde) waarde-gegevens van 2021 en de geschatte waardeontwikkeling van woningen en niet-woningen. De verwachting is dat de gemiddelde WOZ-waarde van woningen en niet-woningen stijgt met respectievelijk 11% en 2,5%. Hiervan uitgaande is de totale waarde van alle onroerende zaken (woningen en niet-woningen) berekend op € 7.697.276.600.

Op basis van deze geschatte totale WOZ-waarden is de totale OZB-opbrengst in 2022 berekend op € 12.421.700.

Op basis van de hiervoor vermelde cijfers zien de berekende tarieven er hierna als volgt uit (exclusief uitkomst hertaxatie 2022).

Vaststelling definitieve tarieven OZB in december 2021
Om de berekende OZB-opbrengst te realiseren zullen de tarieven opnieuw worden berekend op basis van de totale WOZ-waarden na de afronding van de hertaxatie voor het belastingjaar 2022. Na het bekend worden van de uitkomsten hiervan mag een stijging of een daling van de waarde ten opzichte van de vorige peildatum in beginsel niet tot hogere inkomsten c.q. minder inkomsten uit de OZB leiden en zal dus gecompenseerd worden door een verlaging c.q. verhoging van de OZB-tarieven (herberekening bij voorstel OZB-tarieven in de maand december 2021).
Vanaf 2021 geldt er voor de niet-woningen één OZB-tarief voor de eigenaren.

Onroerendezaakbelastingen (OZB) 2021 2022*
(als percentage van de waarde)
Eigenaren woningen 0,1092% 0,0985%
Eigenaren niet-woningen 0,4586% 0,4534%
* Voorlopig percentage o.b.v. actuele WOZ-waarde 2021 en verwachte waardeontwikkeling in 2022

Afvalstoffenheffing

Afvalstoffenheffing wordt geheven om de kosten te betalen die de gemeente maakt voor het (laten) inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Voor de afvalstoffenheffing hanteren wij kostendekkende tarieven in combinatie met een planmatige inzet van de daarvoor gevormde voorzieningen. In het beleidsplan Afval en Grondstoffen 2019-2023 is een nieuw heffingssysteem van de afvalstoffenheffing ingevoerd door het toepassen van een variabel tarief.

Variabel tarief per 2022
Bij een variabel tarief geldt dat huishoudens die het afval goed scheiden en daardoor weinig restafval aanbieden, minder afvalstoffenheffing gaan betalen. De nieuwe tarieven zullen bij de vaststelling van de belastingverordeningen en –tarieven in de raadsvergadering van december ter besluitvorming worden aangeboden.
Uitgangspunt bij de invoering van het variabel tarief is dat dit tarief de variabele kosten dekt. Onder de variabele kosten wordt verstaan: verwerkings-, handelings- en afvaltransportkosten. Uit de berekening volgt het volgende voorgestelde variabel tarief voor het aanbieden van afval: € 0,75 per zak en € 3,00 per minicontainer. De afrekening van het variabel tarief 2022 vindt plaats in 2023.

Kostendekkendheid
In Belastingnota 2020 is het uitgangspunt dat bij de berekening van de hoogte van de tarieven van de afvalstoffenheffing 100% kostendekkende tarieven wordt gehanteerd. De afvalstoffenheffing is nog niet kostendekkend. Bij het vaststellen van de Programmabegroting 2021 is een ingroeimodel opgenomen waarbij in drie jaar kostendekkendheid gehaald wordt door de tarieven geleidelijk te laten stijgen. Dit is mogelijk gemaakt door inzet van gelden uit de bestemmingsreserve Afvalstoffenheffing.

Kostenonderbouwing tarieven
Ter onderbouwing van de tarieven voor afvalstoffenheffing wordt hierna een kostenonderbouwing tarieven afvalstoffenheffing gegeven. 

Tarieven afvalstoffenheffing 2022
Op basis van het nieuwe heffingssysteem voor de afvalstoffenheffing zijn de tarieven als volgt.

Omschrijving 2022
Kosten van de activiteit vanuit de NV BAR Afvalbeheer -3.368.000
Kosten van de activiteit vanuit de gemeente, inclusief omslagrente -2.951.700
Inkomsten van de activiteit, exclusief heffingen 653.700
Netto kosten van de activiteit -5.666.000
Perceptiekosten -131.000
Vanuit andere activiteiten toe te rekenen kosten -484.500
Overhead, inclusief omslagrente -269.100
BTW -1.208.700
Totale kosten -7.759.300
Inzet bestemmingsreserve Afvalstoffenheffing 984.100
Opbrengst afvalstoffenheffing 6.775.200
Totale dekking afval 7.759.300
Dekkingspercentage 100%

In de kostenonderbouwing is een kostenstijging van circa 2,3% voor activiteiten vanuit de NV BAR-Afvalbeheer opgenomen als gevolg van onder andere cao-ontwikkelingen. De coronasituatie leidt tot meer thuiswerken met als gevolg een toename van de hoeveelheid huishoudelijk afval. Dit zorgt voor een toename van uitgaven voor restafval/PMD. Tegelijkertijd verwachten we alsdan een circa 4% hogere opbrengst voor met name de nascheiding van het PMD, die eveneens in de kostenonderbouwing is verwerkt. Daarnaast is een extra stijging in de kosten door een wijziging in het BBV. Deze externe factor maakt dat we boven de 7% kostenstijging uitkomen. Om de kosten van straatreiniging gedeeltelijk toe te kunnen rekenen dient nader onderzoek te worden verricht. Het voorstel is om deze kosten in 2022 vooralsnog niet toe te rekenen. 

Afvalstoffenheffing 2021 2022 2023 2024 2025
Eenpersoonshuishouden 234,36
Meerpersoonshuishouden 325,44
Vast tarief eenpersoonshuishouden 223,56 240,00 240,84 233,64
Vast tarief meerpersoonshuishouden 310,56 333,48 334,56 324,84
Variabel tarief per zak 60 liter 0,75 0,75 0,75 0,75
Variabel tarief container 240 liter 3,00 3,00 3,00 3,00

Rioolheffing

Het uitgangspunt van de rioolheffing is om gemeenten in staat te stellen de kosten te verhalen die gepaard gaan met de gemeentelijke wateropgave. De gemeentelijke watertaken die uit de heffing bekostigd mogen worden, zijn de taken die betrekking hebben op:

  • De inzameling, de berging en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater en op de zuivering van huishoudelijk afvalwater door middel van kleinere individuele installaties voor de behandeling van afvalwater (IBA).
  • De inzameling en de verdere verwerking van afvloeiend hemelwater.
  • Het treffen van maatregelen ter voorkoming of beperking van nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming.

Het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2018-2022 geldt als basis bij de berekening van de tarieven voor de rioolheffing. In beginsel vindt een jaarlijkse verhoging van de tarieven plaats met 4%, waarbij nog geen rekening is gehouden met toekomstige inflatie en groei of krimp van het aantal aansluitingen.

Kostenonderbouwing tarieven
De in de rioolheffing te dekken kosten zijn opgenomen in de kostenonderbouwing tarieven rioolheffing. 

Omschrijving 2022
Kosten van de activiteit vanuit de BAR-organisatie -390.600
Kosten van de activiteit vanuit de gemeente, inclusief omslagrente -3.519.500
Onttrekking aan voorziening beklemde middelen 771.200
Inkomsten van de activiteit, exclusief heffingen 63.000
Netto kosten van de activiteit -3.075.900
Perceptiekosten -88.900
Vanuit andere activiteiten toe te rekenen kosten -249.800
Overhead, inclusief omslagrente -372.900
Compensabele BTW (exploitatie en investeringen) -621.300
Totale kosten -4.408.800
Opbrengst rioolheffing 4.408.800
Dekkingspercentage 100%

De tarieven voor 2022 zien er als volgt uit:

Rioolheffing 2021 2022 2023 2024 2025
Eigenaar/gebruiker tot 500 m3 89,16 92,76 96,48 100,32 104,28
Groot waterverbruik:
501 m3 - 1.000 m3 / per 100 m3 95,16 99,00 102,96 107,04 111,24
1.001 m3 - 3.000 m3 / per 100 m3 85,80 89,28 92,88 96,60 100,44
3.001 m3 - 6.000 m3 / per 100 m3 76,20 79,32 82,56 85,80 89,16
6.001 m3 - 10.000 m3 / per 100 m3 66,84 69,48 72,36 75,24 78,12
boven 10.000 m3 / per 100 m3 52,08 54,12 56,28 58,56 60,84

Overige lokale heffingen

Precariobelasting afgeschaft per 2022
Met de invoering van de reclamebelasting per 2022 wordt de precariobelasting afgeschaft.

Reclamebelasting
Tegelijkertijd met de afschaffing van de precariobelasting per 2022 wordt de reclamebelasting ingevoerd. De reclamebelasting wordt geheven over openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg en wordt betaald door degene die een openbare aankondiging heeft geplaatst of door degene voor wie een openbare aankondiging is geplaatst.

Parkeerbelasting
Parkeerbelasting wordt geheven in het kader van parkeerregulering. Betaling vindt plaats via een geldige parkeervergunning of bij de parkeerapparatuur, zoals de parkeermeter en parkeerautomaat. Als er niet of onvoldoende parkeergeld is betaald, wordt een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. De hoogte van de naheffingsaanslag is wettelijk vastgelegd. De hoogte van de tarieven van de parkeervergunning is vastgelegd in het parkeerbeleid van Ridderkerk.

Lijkbezorgingsrechten
Voor het verlenen van diensten door en/of het gebruik van de faciliteiten van de begraafplaatsen Vredehof en Rusthof worden rechten geheven voor onder andere begraven, onderhoudsrechten en andere lijkbezorgingsrechten. 

De tarieven van de lijkbezorgingsrechten zijn niet kostendekkend. Zeker gezien het feit dat de voorziening 'beklemde middelen lijkbezorging' met de jaarrekening 2020 is uitgeput. De huidige raming van de kosten is hoger dan de begrote baten. Er is sprake van een kostendekkendheid van 84%.

Om te komen tot kostendekkende tarieven wordt komende jaren een kostenstijging van circa 3% per jaar boven de inflatiecorrectie voorzien. Een en ander conform de Belastingnota 2020. Jaarlijks zal de op te stellen kosten en baten-analyse bepalen of deze tariefstijging noodzakelijk is.

Kostenonderbouwing tarieven
De in de lijkbezorgingsrechten te dekken kosten zijn als volgt bepaald:

Omschrijving 2022
Kosten van de activiteit vanuit de BAR-organisatie -365.000
Kosten van de activiteit vanuit de gemeente, inclusief omslagrente -915.100
Dekking onderhoudskosten uit voorziening onderhoud graven 537.400
Inzet kapitaallastenreserves 40.300
Netto kosten van de activiteit -702.400
Overhead, inclusief omslagrente -330.000
Bespaarde rente voorziening onderhoud graven 117.900
Totale kosten -914.500
Opbrengst lijkbezorgingsrechten 772.400
Dekkingspercentage 84%

Marktgelden
Voor het gebruik of genot van een standplaats voor het uitstallen, aanbieden of verkopen van goederen of voorwerpen, op het krachtens de ‘Marktverordening van de gemeente Ridderkerk’ aangewezen marktterrein, wordt onder de naam van “marktgeld” een recht geheven. De markt is voorzien van elektra-aansluitingen. Voor het gebruik van deze voorziening zijn er afzonderlijke tarieven in de verordening opgenomen. De tarieven van de marktgelden zijn kostendekkend.

De uit de marktgelden te dekken totale kosten bedragen:

Omschrijving 2022
Kosten van de activiteit vanuit de BAR-organisatie -11.400
Kosten van de activiteit vanuit de gemeente, inclusief omslagrente -16.200
Netto kosten van de activiteit -27.600
Vanuit andere activiteiten toe te rekenen kosten -11.100
Overhead, inclusief omslagrente -100
Totale kosten -38.800
Opbrengst marktgelden 38.800
Dekkingspercentage 100%

Leges
Onder de naam leges worden rechten geheven voor verstrekte diensten en producten. Een aantal tarieven van leges is wettelijk gemaximeerd, zoals het tarief voor paspoorten, aanwezigheidsvergunning speelautomaten of bijvoorbeeld een uittreksel Burgerlijke stand. Voor het overige geldt ook hier dat de tarieven van de leges maximaal kostendekkend mogen zijn.

De Commissie BBV heeft in de “Notitie Lokale Heffingen 2021” een nieuw model aangereikt voor het inzichtelijk maken van de kostendekkendheid van leges. Dit model op microniveau is nu overgenomen in deze paragraaf.

De kosten en opbrengsten van leges zien er als volgt uit:

Onderwerp legesverordening Kosten Overhead BTW Opbrengst Kostendekkenheid
1. Algemene dienstverlening
1.1 Burgerlijke stand 58.200 23.100 200 53.900 66%
1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart 209.600 90.900 1.000 186.700 62%
1.3 Rijbewijzen 174.200 89.700 900 190.300 72%
1.4 Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens 45.700 34.500 400 11.000 14%
1.7 Overige publiekszaken 74.900 13.600 100 83.500 94%
1.9 Bijzondere wetten 27.700 26.900 300 1.900 3%
Totaal leges Algemene dienstverlening 590.300 278.700 2.900 527.300 60%
Onderwerp legesverordening Kosten Overhead BTW Opbrengst Kostendekkenheid
2. Dienstverlening in het kader van de Omgevingswet
2.3 Omgevingsvergunning 806.600 717.000 6.700 909.700 59%
Totaal leges Omgevingswet 806.600 717.000 6.700 909.700 59%
Onderwerp legesverordening Kosten Overhead BTW Opbrengst Kostendekkenheid
3. Dienstverlening waarop de Europese dienstenrichtlijn van toepassing is
3.1 Horeca 141.900 137.600 1.400 5.900 2%
3.2 Organiseren evenement of markt 111.100 87.500 900 1.000 1%
3.4 Standplaatsen 10.000 4.500 0 3.200 22%
3.5 Winkeltijdenwet 1.400 1.400 0 0 0%
3.6 Landelijke Register Kinderopvang 23.700 11.400 100 9.000 26%
3.7 Niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking 15.700 15.300 200 3.700 12%
Totaal leges Dienstverlening volgens Europese dienstenrichtlijn 303.800 257.700 2.600 22.800 4%
Kostendekkendheid totale tarieventabel 1.700.700 1.253.400 12.200 1.459.800 49%

Kwijtscheldingenbeleid

De zogenoemde belastingplichtige minima die niet, of slechts met veel moeite, de gemeentelijke belasting kunnen betalen, kunnen onder wettelijk vastgestelde voorwaarden in aanmerking komen voor kwijtschelding van de verschuldigde gemeentelijke belasting. Hiervoor kan worden gekozen voor automatische kwijtschelding en hoeft men niet steeds jaarlijks opnieuw een kwijtscheldingsverzoek in te dienen. De toetsing wordt uitgevoerd door de Stichting Inlichtingenbureau.
De gemeente kan ten aanzien van de kwijtschelding de kosten van bestaan stellen op maximaal 100% van de bijstandsnorm. Dit wordt in Ridderkerk reeds toegepast. Verhoging is niet mogelijk (nadere regels kwijtschelding gemeentelijke en waterschapsbelasting artikel 1 en artikel 255 van de Gemeentewet).

De kwijtschelding heeft betrekking op de onroerendezaakbelastingen, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing gebruikersdeel. 

Gemeenten kunnen besluiten algehele of gedeeltelijk kwijtschelding te verlenen. De gedeeltelijke kwijtschelding is vigerend beleid en is vastgelegd in de Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2018. Dit bestaand beleid is gebaseerd op het feit dat in de uitkeringen voor minima wordt uitgegaan dat een bedrag is opgenomen om een gedeelte van deze belastingen te kunnen betalen (drempelbedrag). De afvalstoffenheffing en de rioolheffing kunnen gedeeltelijk worden kwijtgescholden. Voor OZB is kwijtschelding ook mogelijk. In het huidige beleid voor 2022 is gedeeltelijk rekening gehouden met de uitvoering van de motie 2020-99 Kwijtschelding lokale heffingen voor minima.
Vanaf 2022 is de afvalstoffenheffing onderverdeeld in een vast en variabel deel. Voor de minima is nu rekening gehouden met kwijtschelding van het vaste deel van de afvalstoffenheffing.

De kosten voor de uitvoering van het kwijtscheldingsbeleid worden doorberekend in de tarieven van de verschillende heffingen.

Kwijtschelding lokale heffingen Rekening Begroting
2020 2021 2022
Onroerende zaakbelastingen 1.600 2.600 2.600
Rioolheffing 52.500 49.800 49.800
Afvalstoffenheffing 162.200 154.800 246.800

Woonlasten (lokale lastendruk) Ridderkerk

Tot de woonlasten worden gerekend de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. De woonlasten vormen het grootste deel van de opbrengst uit de gemeentelijke heffingen en daarmee grotendeels de lokale lastendruk. Hierna worden de woonlasten voor burgers (woningen) en het bedrijfsleven (niet woningen/ bedrijven) inzichtelijk gemaakt.

Om de woonlasten te berekenen, wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde COELO-Atlas 2021 (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden) en daarbij uitgegaan van een gemiddelde WOZ-waarde van € 235.000.

Lastendruk burgers (woningen
Omschrijving 2020 2021 2022
+ = stijging en - = daling van lasten
A: Eénpersoonshuishouden met een huurwoning
Rioolgebruik 81,36 89,16 92,76
Afval*** 219,00 234,36 223,56
Totaal* 300,36 323,52 316,32
B: Meerpersoonshuishouding met een huurwoning
Rioolgebruik 81,36 89,16 92,76
Afval*** 304,08 325,44 310,56
Totaal* 385,44 414,60 403,32
C: Eénpersoonshuishouding met een koopwoning met een WOZ-waarde van € 235.000
Rioolgebruik 81,36 89,16 92,76
Afval*** 219,00 234,36 223,56
OZB-eigendom ** 230,88 232,60 254,13
Riooleigendom 81,36 89,16 92,76
Totaal* 612,60 645,28 663,21
D: Meerpersoonshuishouding met een koopwoning met een WOZ-waarde van € 235.000
Rioolgebruik 81,36 89,16 92,76
Afval*** 304,08 325,44 310,56
OZB-eigendom ** 230,88 232,60 254,13
Riooleigendom 81,36 89,16 92,76
Totaal* 697,68 736,36 750,21
* Absoluut en gewogen %
** Op basis van het concepttarief voor 2021, dus exclusief aanpassing van het tarief na uitkomst hertaxatie 2021.
*** Vast tarief vanaf 2022. Bovenop dit tarief komt het variabel tarief per aanbieding/lediging per zak á € 0,75 of per container á € 3,00.
Lastendruk bedrijven (niet-woningen)
Omschrijving 2020 2021 2022
+ = stijging en - = daling van lasten
E: Niet-woning/bedrijf in eigendom met een WOZ-waarde van € 235.000
Rioolgebruik 81,36 89,16 92,76
OZB-eigendom ** 982,14 976,82 1.169,77
Riooleigendom 81,36 89,16 92,76
Totaal* 1.144,86 1.155,14 1.355,29
* Absoluut en gewogen %
** Op basis van het concepttarief voor 2021, dus exclusief aanpassing van het tarief na uitkomst hertaxatie 2021.

Ridderkerk ten opzichte van buurgemeenten

De woonlasten van de omliggende gemeenten voor het belastingjaar 2022 zijn nog niet beschikbaar. Om de woonlasten te kunnen vergelijken wordt gebruik gemaakt van de woonlasten van deze gemeenten van 2021 ten opzichte van 2020. Hiermee wordt inzicht gegeven in de ontwikkeling van de woonlasten. Er is hierbij uitgegaan van de woonlasten van een gezin met een koopwoning. Daarnaast is een overzicht gegeven van de geldende tarieven (2021) van gemeentelijke belastingen van deze gemeenten.

Tarieven per gemeente

Eenpersoonshuishouden
Gemeente Afvalstoffenheffing Rioolheffing OZB-tarief Gem. woningwaarde Woonlasten eigenaar* Woonlasten huurder*
Ridderkerk 234 178 0,1092% 258.000 695 413
Zwijndrecht 353 302 0,1052% 236.000 903 655
Hendrik-Ido Ambacht 246 158 0,1053% 307.000 728 404
Barendrecht 204 62 0.1078% 340.000 632 266
Albrandswaard 260 203 0,1247% 331.000 876 463
Meerpersoonshuishouden
Gemeente Afvalstoffenheffing Rioolheffing OZB-tarief Gem. woningwaarde Woonlasten eigenaar * Woonlasten huurder *
Ridderkerk 325 178 0,1092% 258.000 785 504
Zwijndrecht 386 302 0,1052% 236.000 914 688
Hendrik-Ido Ambacht 351 188 0,1053% 307.000 862 539
Barendrecht 373 182 0.1078% 340.000 922 556
Albrandswaard 347 270 0,1247% 331.000 1031 618
* Coelo-Atlas 2021

Grafiek Vergelijking woonlasten 2020 en 2021 omliggende gemeenten

Benchmark woonlasten Provincie Zuid-Holland

De benchmark woonlasten Zuid-Holland 2021 vergelijkt voor alle gemeenten binnen de provincie Zuid-Holland de hoogte van de woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een koopwoning. De woonlasten zijn de som van de gemiddeld betaalde OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing minus een eventuele heffingskorting.

Grafiek Benchmark woonlasten Zuid-Holland