Paragraaf 4 Financiering

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

In deze financieringsparagraaf beschrijven we in hoeverre de plannen en acties, die we in de begroting 2021 hebben beschreven, zijn uitgevoerd. Naast enkele onderwerpen die verplicht deel uit maken van de financieringsparagraaf, gaan we ook in op een aantal ontwikkelingen die van belang zijn voor een goede uitvoering van de treasuryfunctie.

Wettelijke kaders en treasurystatuut

Terug naar navigatie - Wettelijke kaders en treasurystatuut

De kaders voor de uitvoering van de financieringsfunctie zijn vastgelegd in de financiële verordening en uitgewerkt in het treasurystatuut (beide vastgesteld in 2017). Hierbij is de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet FIDO) van toepassing. Deze wet stelt de kaders voor een verantwoorde en professionele inrichting van de treasuryfunctie bij decentrale overheden. Het belangrijkste uitgangspunt daarbij is het beheersen van risico’s.

Rentevisie en rentebeleid

Terug naar navigatie - Rentevisie en rentebeleid

Renteontwikkelingen op de kapitaalmarkt zijn belangrijk vanwege de risico’s die ze voor ons in kunnen houden. Wij volgen de renteontwikkelingen daarom nauwlettend. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de informatie van geldverstrekkers, waarbij we op ieder moment van de dag de ontwikkelingen volgen.
Zowel de korte als de lange rente zijn het afgelopen jaar laag gebleven. In onderstaande tabel geven wij u inzicht in het renteverloop van lineaire leningen met een looptijd van 20 jaar in de jaren 2020 en 2021. Af te lezen is dat de rente in 2021 een licht oplopende trend laat zien.

Grafiek gemiddeld rentepercentage per maand

Renterisicobeheer

Terug naar navigatie - Renterisicobeheer

Algemeen
Risicobeheersing vormt één van de pijlers van de Wet Fido. Voor de bepaling van de renterisico’s die verbonden zijn aan de uitvoering van de treasuryfunctie zijn twee normen verplicht gesteld: De rente-risiconorm heeft betrekking op leningen met een looptijd vanaf 1 jaar en de kasgeldlimiet op leningen met een looptijd tot maximaal 1 jaar. Het doel van deze normen is om de budgettaire risico’s als gevolg van rentestijging te beperken.

Kasgeldlimiet
Met de kasgeldlimiet heeft de wetgever een norm gesteld voor het maximum bedrag aan kortlopende middelen (looptijd tot maximaal een jaar) waarmee de gemeente haar activiteiten mag financieren. Het doel van deze limiet is het risico te voorkomen dat fluctuaties van de korte rente direct grote impact hebben op de rentelasten tijdens het boekjaar.
Wanneer in drie opeenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet wordt overschreden, dient dit te worden gemeld bij de toezichthouder, de Provincie, inclusief een plan om weer te voldoen aan de kasgeldlimiet.
Voor de rente op kortlopende geldleningen geldt dat er vrijwel het hele jaar sprake is geweest van een negatief rentepercentage. In 2021 hebben wij echter geen kortlopende leningen aangetrokken.

In onderstaand overzicht is de toetsing van de kasgeldlimiet voor het jaar 2021 opgenomen. Doordat we in 2021 geen kortlopende leningen hebben afgesloten zijn we het hele jaar binnen de norm gebleven.

Overzicht Kasgeldlimiet 1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal
1. Totaal vlottende schuld 0 0 0 0
2. Totaal vlottende middelen 24.310.100 25.866.000 37.216.900 34.594.700
3. Gemiddeld saldo schuld (-) of overschot 24.310.100 25.866.000 37.216.900 34.594.700
4a. Begrotingstotaal 2021 131.906.500
4b. Bij ministeriële regeling vastgestelde percentage 8,5%
4. Kasgeldlimiet 11.212.100 11.212.100 11.212.100 11.212.100
Toets Kasgeldlimiet
5a. Ruimte onder kasgeldlimiet (4+3) 35.522.200 37.078.100 48.429.000 45.806.800

Renterisiconorm
De renterisiconorm heeft als doel de risico’s te beperken van een toekomstig stijgende kapitaalmarktrente bij herfinanciering (van aflossingen op bestaande leningen) en renteherzieningen op bestaande langlopende leningen.
Door toepassing van deze norm ontstaat een goede spreiding van de langlopende leningenpositie, waardoor dit renterisico gelijkmatig over de jaren wordt verdeeld. Jaarlijks komt maximaal 20% van het begrotingstotaal in aanmerking voor herfinanciering en/of renteherziening. Van renteherziening is sprake als in de leningsovereenkomst is bepaald dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar wordt aangepast. Onder herfinanciering verstaan we het afsluiten van nieuwe leningen ter vervanging van bestaande financieringen en/of aflossingen op de bestaande leningen-portefeuille.
In 2021 zijn geen nieuwe langlopende leningen afgesloten.

In het volgende overzicht geven we u een beeld van de renterisico’s voor de vaste schuld in relatie tot de renterisiconorm. Ook dit jaar zijn we onder de renterisiconorm gebleven.

Renterisico op vaste schuld 2021
1. Netto renteherziening op vaste schuld 0
2. Betaalde aflossingen 3.754.780
3. Renterisico op vaste schuld (1+2) 3.754.780
Renterisiconorm
4. a. Begrotingstotaal 2021 131.906.500
4. b. Vastgesteld percentage 20,0%
4. Renterisiconorm 26.381.300
Toets renterisiconorm
5. Ruimte onder renterisiconorm (4-3) 22.626.520

De liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte

Terug naar navigatie - De liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte

Algemeen
De financieringsbehoefte van de gemeente is afhankelijk van diverse factoren welke de inkomende en uitgaande kasstromen beïnvloeden, zoals de investeringsplanning, de inkomsten en uitgaven van grondexploitaties en mutaties in de geldleningenportefeuille. We maken gebruik van een liquiditeitsplanning om zicht te krijgen en houden op de financieringsbehoefte.

Leningenportefeuille
In maart 2020 ontvingen wij de verkoopopbrengst van de aandelen Eneco van ca. € 46 miljoen. De BNG heeft naar aanleiding hiervan gemeenten de mogelijkheid gegeven bestaande langlopende leningen met een hoge rente (ca. 3% gemiddeld in Ridderkerk), te herfinancieren naar leningen met een lagere rente (ca. 0,29%, 15 jaar vast). Daarbij berekent de BNG wel een boeterente van € 7,1 miljoen. Deze last is € 160.000 hoger dan het totale rentevoordeel van € 6.940.059 over 15 jaar.
De gemeente heeft vanwege de hoge boeterente er van afgezien de leningen te herfinancieren en heeft in plaats daarvan gezocht naar een alternatief. Na overleg met de commissie BBV en de provincie is hiervoor in de plaats in de begroting 2021 de bestemmingsreserve Overrente gevormd. Deze bestemmingsreserve, ter grootte van het voordeel dat bij de herstructurering zou ontstaan, heeft dezelfde financiële voordelen. Jaarlijks komt een deel uit deze reserve ten gunste van de begroting. Het deel dat jaarlijks aan de begroting wordt toegevoegd is daarbij gelijk aan het voordeel volgens de herstructurering.
Ten opzichte van feitelijke herstructurering kent deze werkwijze verder als voordelen:

  • Geen boeterente van € 160.000 waardoor er een lager bedrag uit de reserve nodig is.
  • Geen verandering in het renterisico bij herfinanciering.
  • Geen effecten in doorbelastingen via omslagrente.
  • In financieel betere tijden terug te draaien (flexibiliteit in de financiën).
  • Is transparant en eenvoudig.

Omdat in 2021 geen langlopende leningen zijn afgesloten is de totale omvang van onze leningenportefeuille verder afgenomen. In onderstaand overzicht is het verloop van de opgenomen langlopende leningen zichtbaar. Het gemiddelde van de rente (op basis van de stand per 1 januari) op langlopende leningen is licht gedaald naar 2,95% ten opzichte van 2,97% in 2020.

Overzicht langlopende leningen 2021
Stand leningen per 1-1 39.598.454
Nieuwe leningen 0
Reguliere aflossingen 3.753.780
Stand leningen per 31-12 35.844.674

Verstrekte leningen
In 2014 is een lening verstrekt aan de BAR-organisatie voor de financiering van de materiële vaste activa die betrekking hebben op de bedrijfsvoering, welke zijn overgedragen van de gemeente aan de BAR-organisatie. In onderstaand overzicht wordt het verloop van deze lening weergegeven.

Naam geldnemer % 1-1-2021 Mutaties 31-12-2021
BAR-organisatie N.v.t. 42.600 -33.900 8.700
Totaal verstrekte geldleningen 42.600 -33.900 8.700

Renteomslag

Terug naar navigatie - Renteomslag

In de paragraaf financiering van de begroting 2021 heeft u inzicht gekregen in de rentelasten en het renteresultaat. Ook de manier waarop rente wordt toegerekend aan investeringen, programma’s en taakvelden hebben wij daarin beschreven.
Bij de begroting 2021 is de omslagrente vastgesteld op 1,3%. Het werkelijke percentage voor 2021 is 1,16%, zoals in onderstaand overzicht te zien is.

Schema rentetoerekening
Externe rentelasten +/+ 1.169.703
Externe rentebaten -/- 1.792
Saldo rentelasten en rentebaten 1.167.911
Rente die doorberekend wordt aan de grondexploitaties -/- 8.396
Rente projectfinanciering -/-
Aan taakvelden toe te rekene externe rente 1.159.515
Rente over het eigen vermogen +/+
Rente over voorzieningen +/+ 125.936
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente 1.285.451
Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) -/- 1.230.639
Renteresultaat op het taakveld treasury 54.812
Toe te rekenen rente 1.285.451
Boekwaarde per 1-1-2021 110.611.100
Renteomslagpercentage 1,16%

Schatkistbankieren

Terug naar navigatie - Schatkistbankieren

Op grond van de Regeling Schatkistbankieren zijn decentrale overheden verplicht om overtollige liquide middelen aan te houden in ’s Rijksschatkist. Gerekend over een heel kwartaal mag het op dagbasis buiten ’s Rijksschatkist aangehouden bedrag gemiddeld niet hoger zijn dan het drempelbedrag. Het drempelbedrag wordt bepaald op basis van het begrotingstotaal. Met onze huisbankier, de BNG, is afgesproken dat dagelijks automatisch wordt afgeroomd naar de schatkist wanneer het saldo hoger is dan € 400.000.

In de toelichting op de balans in deze jaarrekening leggen wij verantwoording af over het totaal aan middelen dat per kwartaal buiten de schatkist is gehouden. Uit het daar opgenomen overzicht blijkt dat het drempelbedrag in 2021 in geen enkel kwartaal is overschreden.

Garantstelling

Terug naar navigatie - Garantstelling

Met het oog op de financiële risico’s die de gemeente hierbij loopt, gaan wij terughoudend om met het honoreren van aanvragen voor garantstellingen. Alleen als het maatschappelijk belang ermee gediend is en er voldoende zekerheden gesteld worden, wordt een garantie verleend.
In 2021 heeft het college de nota garantstellingen en leningen vastgesteld. In deze nota zijn de beleidskaders beschreven en geven we handvatten voor de besluitvorming door het formuleren van criteria en voorwaarden.
Per 31 december 2021 is het totaal van de directe garantstellingen € 48,7 miljoen. Het totaal van de garantstellingen met een achtervangfunctie via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw was € 40,9 miljoen. Het risico dat de gemeente loopt bij deze garantstellingen is meegenomen in de berekening van ons weerstandvermogen.

Kas- en relatiebeheer

Terug naar navigatie - Kas- en relatiebeheer

Wat betreft het kasbeheer hanteren we al een aantal jaren de volgende uitgangspunten:

  • Het aantal bankrelaties en bankrekeningen wordt tot een minimum beperkt.
  • Maandelijks worden liquiditeitsoverzichten opgesteld.

Met onze huisbankier, de BNG, vindt periodiek overleg plaats, waarbij eventuele nieuwe ontwikkelingen worden besproken. Verschillende kredietverstrekkers geven regelmatig adviezen over het aantrekken en uitzetten van gelden. Ook in 2021 is regelmatig gebruik gemaakt van de verschillende adviserende instanties, om zodoende optimaal te kunnen profiteren van de beschikbare financiële instrumenten. In ons treasurystatuut hebben wij de administratieve organisatie, interne controle en informatievoorziening tevens uitvoerig beschreven.