Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Aanleiding en achtergrond

Terug naar navigatie - Aanleiding en achtergrond

Wij voeren actief beleid op de beheersing van de risico’s die de gemeente loopt. Gekeken wordt naar de maatregelen die worden getroffen om de risico’s af te dekken. Voor de risico’s waarvoor geen maatregelen getroffen kunnen worden bijvoorbeeld omdat het verzekeren ervan te duur zou zijn, wordt ingeschat welke buffer noodzakelijk is. Dit is het weerstandsvermogen. Op basis van de continu geïnventariseerde risico’s en de beschikbare financiële middelen (weerstandscapaciteit) is het weerstandvermogen berekend. In dit risicoprofiel worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen benoemd en meegewogen.

Risicoprofiel

Terug naar navigatie - Risicoprofiel

Door actieve risicobeheersing heeft de gemeente in beeld wat de risico’s zijn en is het mogelijk om het weerstandsvermogen te bepalen. Alle risico’s worden voor zover mogelijk twee maal per jaar herijkt en er wordt continu geanticipeerd op nieuwe risico’s. Het getoonde risicoprofiel is bepaald vanuit de inventarisatie en analyse zoals uitgevoerd tot en met 4 februari 2022.

De pandemie (corona) heeft invloed op de ontwikkeling van het risicoprofiel. De belangrijkste trends en ontwikkelingen worden aangehaald en we nemen een geconsolideerd risico op direct gerelateerd aan de mogelijke scenario’s op korte termijn (<1 jaar). We kijken zowel terug als vooruit met als doel een actueel risicoprofiel te presenteren in deze jaarrekening.

In het volgende overzicht worden de belangrijkste (geconsolideerde) risico's gepresenteerd die de grootste invloed hebben bij de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit. Bij ieder risico worden kort de beheersmaatregelen weergegeven. De lijst met belangrijkste risico’s omvat circa 90% van alle geïdentificeerde risico’s.

Nr. Risico Maatregelen Kans Financieel gevolg Invloed
1 Risicocluster tekorten uitvoering gedecentraliseerde taken sociaal domein BAR-organisatie, monitoring/ benchmarking, business intelligence, competentie-ontwikkeling, SPP 5 1.500.000 19,14%
2 Risico dat de BAR-organisatie haar taken niet kan uitvoeren binnen het beschikbaar gestelde budget Doorontwikkeling BAR organisatie , monitoring, business intelligence, competentieontwikkeling 4 1.117.000 13,74%
3 Risicocluster uitvoering wet- en regelgeving beveiliging data/informatie/gegevens/privacy Doorontwikkeling BAR organisatie , Proces meldpunt datalekken, Invoeren register gegevensverzamelingen, Compliance 4 1.000.000 13,71%
4 Cluster Corona risicodekking Ridderkerk Uitkomst van corona risicosimulatie 5 968.000 10,86%
5 Risicocluster uitvoering Jeugdwet- tekorten die ontstaan in de uitvoering van de Jeugdwet Beperkte invloed, BAR-organisatie, transformatie keten, monitoring/ benchmarking, business intelligence 4 1.000.000 10,63%
6 Cluster WMO gerelateerde risico's. Overschrijding van budget(ten) Frequent toepassen audits, Analyse P&C voortgangsrapportages van instellingen 4 350.000 4,56%
7 Risico’s niet te dekken binnen grondexploitaties Gecontroleerde projectomgeving 5 205.000 4,49%
8 Cluster budgetrisico in open eindregelingen Schulddienst-, Schuldhulpverlening, bijzondere bijstand, leerlingenvervoer etc. Schulddienstverlening: preventie, competentie –ontwikkeling, benchmarking, business intelligence 4 300.000 4,09%
9 Optreden negatief scenario deelneming GR Nieuw Reijerwaard 2x per jaar grex-analyse, gecontroleerde projectomgeving risico’s van alle verbonden partijen worden in 2022 in cluster samengevoegd gerelateerd aan paragraaf verbonden partijen 2 1.500.000 3,71%
10 Financiële en imagorisico's op door de gemeente gesubsidieerde instellingen Frequent toepassen audits, Analyse P&C voortgangsrapportages van instellingen 3 400.000 3,05%
Totaal alle risico's: € 13.702.000

Het voorgaande overzicht toont risico’s die incidenteel schade op kunnen leveren met daarbij het maximale financiële gevolg. De telling onder het overzicht is het totaal van alle bekende risico’s, niet alleen de genoemde top 10.
De onderstaande tabel geeft aan hoe groot de kans is in lengte van tijd en hoe de spreiding in tijd is terug te vertalen.

Kwantiteit Referentiebeelden Kansklasse Toelichting kansklasse
10% 0 of 1 keer per 10 jaar 1 Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het onwaarschijnlijk is dat deze zich in de komende jaren voordoen.
30% 1 keer per 5 - 10 jaar 2 Deze klasse hanteren we voor risico's waarvan het niet waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar voordoen.
50% 1 keer per 2 - 5 jaar 3 Deze klasse hanteren we voor risico's die zich in het komende jaar wel maar ook niet kunnen voordoen.
70% 1 keer per 1 - 2 jaar 4 Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar zullen voordoen.
90% 1 keer per jaar of meer 5 Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het zeer waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar gaan voordoen.

Op basis van de ingevoerde risico's is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag (€ 13.702.000) ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden.

Beschikbare weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Beschikbare weerstandscapaciteit

De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken.

Het totaal van de onttrekkingen is terug te vinden in de Jaarrekening onder het hoofdstuk Toelichting op de balans per 31 december, Overzicht mutaties in de algemene reserve.

Weerstandsvermogen Startcapaciteit Stortingen Onttrekkingen Huidige capaciteit
Algemene reserve 74.748.936 0 42.117.095 32.631.841
Onvoorzien 25.000 0 0 25.000
Totaal weerstandscapaciteit 74.773.936 0 42.117.095 32.656.841

Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit

Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.

Uit de tabel volgt dat 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 5.335.334 (benodigde weerstandscapaciteit).

Percentage Bedrag
10% 2.904.106
25% 3.441.985
50% 4.056.603
75% 4.698.786
90% 5.335.334
95% 5.831.692
Ratio weerstandsvermogen 0 Beschikbare weerstandscapaciteit 0 32.656.841 0 7,5
Benodigde weerstandscapaciteit 4.367.334
Ratio weerstandsvermogen incl. corona 0 Beschikbare weerstandscapaciteit 0 32.656.841 0 6,1
Benodigde weerstandscapaciteit 5.335.334

Het ratio weerstandsvermogen van de gemeente Ridderkerk valt met ratio 6,1 (inclusief de coronarisico’s) binnen klasse A, wat staat voor een uitstekend weerstandsvermogen.

Waarderingscijfer Ratio Betekenis
A > 2,0 Uitstekend
B 1,4 - 2,0 Ruim voldoende
C 1,0 - 1,4 Voldoende
D 0,8 - 1,0 Matig
E 0,6 - 0,8 Onvoldoende
F < 0,6 Ruim onvoldoende

Ontwikkeling risicoprofiel

Terug naar navigatie - Ontwikkeling risicoprofiel

Trends & ontwikkelingen
In deze paragraaf worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen in relatie gebracht met de risico’s van de gemeente. De gemeente kan onzekerheden positief beïnvloeden door investeringen en maatregelen te treffen.

We starten met de drie meest actuele, nieuwe ontwikkelingen sinds 2020. Allereerst stond het jaar 2021 opnieuw in het teken van de coronacrisis. En er zijn door de planbureaus, wetenschappelijke instituten, het bedrijfsleven, overheden, etc. vele verschillende ramingen, voorspellingen en scenario’s gepresenteerd. Gemene deler is de onzekerheid waarmee de crisis gepaard gaat. Voor dit risicoprofiel beperken wij ons tot een eigen positief en negatief scenario over het mogelijke verloop van de verspreiding van corona.

Positieve scenario: valt mee

  • Wintermaanden pittig.
  • Daarna meer immuniteit.
  • Golven in de ziekenhuizen nemen af.
  • Anticipatie op seizoenseffect.

Negatieve scenario: valt tegen

  • Balans van immuniteit en virus wordt niet bereikt.
  • Immuniteit loopt terug.
  • Personeelstekort zorg pas 2023 teruggedrongen.
  • Lagere bereidheid maatregelen te volgen.

Tweede belangrijke (nieuwe) ontwikkeling is dat er eind 2021 een nieuw kabinet is geformeerd en Rutte IV zijn coalitieakkoord gepresenteerd heeft. Dit heeft gevolgen, positief en negatief, voor de gemeentelijke financiën, taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden.
Derde belangrijk ontwikkeling: de energieprijzen en inflatie zijn gestegen en stijgen nog door in 2022. De energieprijzen zijn ook een belangrijke oorzaak voor de inflatie. De prijzen en energiemarkt zullen door onzeker (en hoger) blijven. Dit komt door het zogenaamde energietrilemma waar energiebedrijven en overheden zich nu mee geconfronteerd zien. De spanning tussen:

  • Schone klimaatneutrale energie.
  • Betaalbare energie (schaarste).
  • Veilige en betrouwbare toegang tot energie.

Risico decentralisaties in het sociaal domein
Het geconsolideerde risico decentralisatie en transitie sociaal domein blijft groot. Eind 2020 publiceerde het SCP ‘sociaal domein op koers’ en concludeert daarin dat de verwachte effecten van de decentralisaties nog niet op orde zijn. De zelfredzaamheid is niet toegenomen en de kosten zijn niet verminderd. In 2021 bevestigt onderzoek van het SCP ook het toegenomen gebruik van jeugdzorg en maatschappelijke ondersteuning sinds 2015.

De coronacrisis versterkt ook de druk op het sociaal domein. Door de impact op de gezondheid, welzijn en bestaanszekerheid moet rekening gehouden worden met een (verdere) toename van het aantal inwoners met recht op (inkomens)ondersteuning, hulp of zorg. Een aantal ontwikkelingen waar gemeenten mee te maken krijgen zijn:

  • De coronacrisis treft meest kwetsbare groepen zowel qua zorg, ondersteuningsvraag als in bestaanszekerheid en inkomen.
  • De pandemie legt vraagstukken omtrent zorg en veiligheid verder bloot. Denk aan (woon)overlast, multiproblematiek en inburgeringsvraagstukken.
  • De pandemie heeft geleid tot heel veel ‘uitgestelde zorg’ en zorgvraag bij mensen als gevolg van coronabesmetting. Inmiddels wordt duidelijk dat een coronabesmetting ook tot langdurige fysieke en mentale klachten (long-COVID) kan leiden.
  • Druk op mantelzorgers is toegenomen.

Bijkomende ontwikkeling is dat de uitstroom uit Participatiewet door de coronacrisis mogelijk lager is, de verwachting was eerst ook meer werkloosheid. Echter zien we nu een ongekend lage werkloosheid en grote vraag naar arbeid. In sommige sectoren is het personeelstekort al nijpend, van andere wordt het de komende jaren verwacht. Er is daarbij niet alleen sprake van een krimpende beroepsbevolking maar ook een mismatch tussen aanbod en vraag naar bepaalde expertise en beroepen.

Bedrijfsvoeringsrisico’s BAR-organisatie
De risico’s die in dit specifieke bedrijfsvoeringsprofiel zijn opgenomen zijn schattingen die zo nauwkeurig mogelijk zijn gemaakt op basis van lokale en landelijke ontwikkelingen en actuele inzichten in mogelijke scenario’s. In 2021 zijn er op diverse gebieden maatregelen getroffen die er voor zorgen dat zowel de maximale financiële gevolgen als de kans van optreden in dit risicocluster afnemen.

Risico invoering regelgeving AVG, informatiebeveiliging, wet meldplicht datalekken
We zien dat de eisen die worden gesteld aan het beveiligen van gegevens en de regelgeving hieromtrent van invloed is op de ontwikkeling van de risico’s in dit cluster. Er worden continu stappen gemaakt om beheersing op een hoog niveau. Dit vraagt om doorontwikkeling op veel bedrijfsvoering elementen. Denk hierbij onder meer aan nieuwe taken, het compliant worden, zijn en blijven ten aanzien van wijzigende en nieuwe wet- en regelgeving, het beschikbaar hebben en houden van de juiste competenties en de hoge eisen aan technische oplossingen en beveiliging van data. Het risico en de onzekerheid dat dit niet continu lukt blijft aanwezig.

Coronacrisis
Met de uitbraak van de coronacrisis in het voorjaar van 2020 is er een nieuwe factor opgetreden met grote impact op het risicoprofiel. Nederland is eind 2021 opnieuw in lockdown gegaan en er is begin 2022 nog steeds sprake van beperkende maatregelen. In het algemeen weten we dat de pandemie (bestaande) trends en ontwikkelingen versterkt, vertraagt en kwetsbaarheden en kansen zichtbaar maakt.

Over middellange en lange termijn maatschappelijke, sociale en economische impact van de crisis bestaat veel onzekerheid. Daarentegen zijn meer directe gevolgen steeds meer voel- en zichtbaar. Zo is het (ziekte)verzuim in veel sectoren mede door quarantainemaatregelen groot. Dit heeft impact op de uitvoering van dienstregelingen ov, bezetting in cruciale beroepen, lege klassen in het onderwijs etc.

Ook zijn negatieve effecten op het welzijn zichtbaar en voelbaar, dit geldt in het bijzonder voor de kinderen en jongeren. Daarnaast is ook de relatie tussen de overheid en burger in toenemende mate onder spanning komen te staan.

Verder moeten we in ieder geval rekening houden met de schade die duidelijk wordt na afloop van steunpakketten en de keuzes en richting van herstel die het Rijk zal maken. De planbureaus pleitten voor samenhangend herstelbeleid gericht op herstel én transitie. En inmiddels neemt het kabinet ook het initiatief voor een lange termijn strategie.

Risicocluster uitvoering Jeugdwet- tekorten die ontstaan in de uitvoering van de Jeugdwet
De coronacrisis heeft de lopende uitvoering van de Jeugdwet, denk bijvoorbeeld aan de groeiende wachtlijsten. Zoals eerder aangegeven zijn er onmiskenbaar gevolgen voor het welzijn van de jeugd. Over het geheel bezien zijn er in de achterliggende periode nieuwe kwetsbare groepen kinderen en jongeren in beeld gekomen waar passend en adequaat aandacht voor moet zijn.

Het Rijk heeft na uitspraak ‘arbitrage Jeugd’ extra incidentele middelen voor de Jeugdzorg beschikbaar gesteld. Deze dekken de structureel toenemende kosten niet; een Hervormingsagenda Jeugd moet tot effectievere besteding van de beschikbare middelen leiden. Echter in het nieuwe coalitieakkoord van kabinet Rutte IV worden de toegezegde financiële middelen opnieuw gekort. VNG heeft het overleg over de Hervormingsagenda Jeugd opgeschort tot het Rijk weer in lijn met de uitspraak ‘arbitrage jeugd’ gaat handelen. Een verdere toename op aanspraak van Jeugdzorg is daarmee nog steeds een groot risico.

Faillissement van derden of instellingen bij wie borgstellingen, garanties, leningen of vorderingen uitstaan kan leiden tot onvoorziene uitgaven
Het aantal faillissementen is opnieuw afgenomen. Wanneer de steunpakketten van de rijksoverheid stoppen, worden de eventuele gevolgen van de crisis zichtbaar. 2021 kent (landelijk) een afname van het aantal faillissementen van 43% ten opzichte van 2020.

Een groter risico is nu dat ‘derden’ hun betalingsverplichtingen niet meer kunnen voldoen door de hoge energieprijzen en inflatie.

Het risico op tekorten in open eindregelingen zoals Schulddienst-, schuldhulp-verlening, bijzondere bijstand
Dit risico verhogen is voorsorteren op een mogelijk snel groeiende hulpvraag als gevolg van toename van betalingsproblemen en problematische schulden bij particulieren en ondernemers. Inzicht uit het verleden laat na een crisisperiode een vertraging zien oplopend tot enkele jaren voor betalingsproblemen en/of problematische schulden zichtbaar worden. De diverse crisis gerelateerde hulppakketten en vormen van uitstel van betaling dragen vooral bij aan vertraging van effecten. Landelijke cijfers van december 2021 laten inmiddels zien dat het aantal hulpverzoeken al toeneemt onder ondernemers die niet meer terug kunnen vallen op eerdergenoemde regelingen.

Financiële en imagorisico’s als gevolg van disfunctioneren van door de gemeente gesubsidieerde instellingen
Er zijn financiële en imagorisico’s voor gesubsidieerde instellingen. De coronacrisis heeft ook impact op het werk van onze maatschappelijke partners. We beheersen deze risico’s in onze subsidierelaties door financiële bijdragen en vrijstelling van afspraken. Dat betekent mogelijk wel een mindere bijdrage aan maatschappelijke doelstellingen.

Verbonden partij heeft een financieel tekort welke niet kan worden gedekt vanuit het weerstandsvermogen van desbetreffende partij/regeling
Het geconsolideerde risico van de verbonden partijen blijft gelijk.

Risico’s van alle verbonden partijen worden in de loop van 2022, synchroon met vernieuwen van het beleid hierop, in één cluster samengevoegd gerelateerd aan paragraaf verbonden partijen. Voor de verbonden partijen wordt één risicoprofiel opgesteld waarop een risicosimulatie wordt uitgevoerd waarvan het resultaat getoond zal worden in deze paragraaf. Op deze wijze wordt in beeld gebracht welke risico’s de gemeente loopt als deelnemer van onder meer de verschillende gemeenschappelijke regelingen.

Bestuurlijke en financiële verhoudingen Rijk en decentrale overheden (risico Rijksbijdrage gemeentefonds)
Er is sprake van een (toegenomen) disbalans tussen financiële en bestuurlijke verhoudingen tussen Rijk en decentrale overheden. Onder andere de schommelingen in de bijdragen van het gemeentefonds en onzekerheid over de toekomst van de verdeling van het gemeentefonds blijven een risico.

In het coalitieakkoord van Rutte IV is opgenomen dat een deel van de middelen voor gemeenten via zogenaamde fondsen worden verstrekt. Dit zal een beslag leggen op de bestuurlijke en ambtelijk organisatie voor het verwerven van middelen voor bijv. klimaatdoelen, infrastructurele projecten, woningbouw.

In de behandeling van trends en ontwikkelingen worden meer risico’s aangehaald dan het overzicht van de belangrijkste risico’s toont.

Kengetallen

Terug naar navigatie - Kengetallen

De financiële positie van de gemeente wordt onder andere in beeld gebracht met kengetallen. Deze kengetallen worden voorgeschreven in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. De gehanteerde kengetallen worden berekend op basis van de balans, het overzicht van baten en lasten en het overzicht van incidentele baten en lasten.
De waarden van de kengetallen zijn ingedeeld in drie categorieën. Deze categorieën sluiten aan bij de landelijk vastgestelde signaleringswaarden. Categorie A is het minst risicovol, categorie C het meest.

De normeringen bij deze kengetallen geven een indicatie van de houdbaarheid van de financiën. De kengetallen samen geven een algemeen beeld over de financiële gezondheid. Op één kengetal (categorie B) na komen de kengetallen allemaal in categorie A uit. Samen met de goede reservepositie geeft dit een positief beeld van de financiële positie.

Kengetal Categorie A Categorie B Categorie C
Netto schuldquote <90% 90-130% >130%
Netto schuldquote gecorrigeerd <90% 90-130% >130%
Solvabiliteitsratio >50% 20-50% <20%
Grondexploitatie <20% 20-35% >35%
Structurele exploitatieruimte >0% 0% <0%
Belastingcapaciteit <95% 95-105% >105%
Kengetallen Jaarrekening 2020 Begroting 2021 Jaarrekening 2021
Netto schuldquote 1,1% 37,0% 0,3%
Netto schuldquote gecorrigeerd -0,4% 35,0% -0,9%
Solvabiliteitsratio 57,3% 58,0% 58,6%
Grondexploitatie 0,4% -3,0% -3,0%
Structurele exploitatieruimte -2,8% -2,1% 1,6%
Belastingcapaciteit 96,1% 95,0% 96,8%

De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. En het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De schuldquote blijft ruim binnen categorie A.
Ten opzichte van de primitieve begroting heeft het kengetal zich positief ontwikkeld, omdat het saldo van de eigen middelen hoger is dan ingeschat.

Grafiek kengetal Netto schuldquote

De solvabiliteitsratio geeft aan in welke mate de gemeente aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. Hoe hoger de ratio, hoe groter de weerbaarheid. Anders gezegd, 59% van het totale vermogen is eigen vermogen. Een goede score.

Grafiek kengetal Solvabiliteitsratio

Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond, kosten minus de opbrengsten in de grondexploitaties, is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. De (licht) negatieve uitkomst in het jaar 2021 is de vertaling van gunstige, winstgevende, boekwaardes. Het kengetal grondexploitatie valt daardoor in categorie A.

Grafiek kengetal Grondexploitatie

De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen of de structurele ruimte voldoende is om structurele lasten te dragen. De marge tussen categorie A en C is klein.

Na een aantal jaren waarin het kengetal negatief is geweest, zien we nu een positief kengetal. Het inzetten van een deel van de Eneco-gelden in de vorm van een kapitaallastenreserve heeft een positief effect op het kengetal. Ook het inzetten op minder incidentele uitgaven heeft zijn vruchten afgeworpen.
Maar de kleine marge maakt dat de uitgaven van de gemeente nauwgezet gemonitord worden.

Grafiek kengetal Structurele exploitatieruimte

De benutte belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde van 2021. De belastingdruk ligt nog onder het landelijke gemiddelde, maar net als in 2020 valt dit kengetal in categorie B. Er is nog enige ruimte om, in het uiterste geval van financiële krapte, de belastingen te laten stijgen tot het landelijke gemiddelde.

Grafiek kengetal Belastingcapaciteit

Conclusie over huidig risicoprofiel

Terug naar navigatie - Conclusie over huidig risicoprofiel

In de voorgaande onderdelen is een relatie gelegd tussen het risicoprofiel, het benodigde weerstandsvermogen en zijn de financiële kengetallen uitgelicht. Gesteld kan dat we een financieel gezonde gemeente zijn. goed voor staan. Echter, voor het structureel en reëel in evenwicht houden van het saldo is het noodzakelijk dat we het uitgavenpatroon en de financiële positie scherp in de gaten houden.