Paragraaf 2: Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Aanleiding en achtergrond

De gemeente Ridderkerk voert actief beleid op de beheersing van de risico’s die de gemeente loopt. Gekeken wordt naar de maatregelen die worden getroffen om de risico’s af te dekken. Voor de risico’s waarvoor geen maatregelen getroffen kunnen worden bijvoorbeeld omdat het verzekeren ervan te duur zou zijn, wordt ingeschat welke buffer noodzakelijk is. Dit is het weerstandsvermogen. In deze paragraaf wordt verslag gedaan van de resultaten van de meest recente inventarisatie van risico’s en maatregelen afgezet tegen het risicoprofiel ten tijde van het opstellen van de begroting 2019. Op basis van de geïnventariseerde risico’s en de beschikbare financiële middelen (weerstandscapaciteit) is het weerstandsvermogen berekend.

Risicoprofiel

Door actieve risicobeheersing heeft de gemeente in beeld wat de risico’s zijn en is het mogelijk om het weerstandsvermogen te bepalen. Alle risico’s worden voor zover mogelijk 2 maal per jaar herijkt en er wordt continu geanticipeerd op nieuwe risico’s. Het getoonde risicoprofiel is bepaald vanuit de herijking/ inventarisatie zoals uitgevoerd t/m tenminste 20 februari 2020.
In het volgende overzicht worden de 10 belangrijkste (geconsolideerde) risico's gepresenteerd die de grootste invloed hebben bij de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit. Bij ieder risico worden kort de beheersmaatregelen weergegeven.

Top 10 risico's

Legenda bij top 10

Het bovenstaande overzicht toont risico’s die incidenteel schade op kunnen leveren met daarbij het maximale financiële gevolg. De onderstaande tabel geeft aan hoe groot de kans is in lengte van tijd. Bijgevoegde tabel geeft aan hoe de spreiding in tijd is terug te vertalen.

Tabel kansklasse

Op basis van de ingevoerde risico's is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag (€ 13.557.300) ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden.

Tabel zekerheidspercentage weerstandsvermogen

Beschikbare weerstandscapaciteit

De beschikbare weerstandscapaciteit van gemeente Ridderkerk bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken.

Tabel wwerstandscapaciteit

Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit

Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.

Tabel ratio weerstandsvermogen

De normtabel biedt de landelijk geaccepteerde waardering van het berekende ratio.
De ratio van de gemeente Ridderkerk valt in klasse A. Dit duidt op een uitstekend weerstandsvermogen.

Ontwikkeling risicoprofiel Ridderkerk

Samenvatting risicoprofiel
Het risicoprofiel laat een positieve ontwikkeling zien. De beschikbare capaciteit is toegenomen en de benodigde weerstandscapaciteit is afgenomen. De ratio stijgt hierdoor boven de 5 wat duidt op een uitstekend weerstandsvermogen.

Maatschappij, decentralisaties, uitvoering wetgeving
Het domein Maatschappij speelt een belangrijke rol binnen het risicoprofiel. Het landelijke beeld uit tussentijdse evaluaties laat zien dat de hele 3D transitie en de feitelijke transformatie op diverse vlakken zeker nog tot in 2021 doorloopt. Veel gemeenten moeten uit eigen budget bijpassen. Het risico ten opzichte van de begroting van 2019 is onveranderd stevig gebleven.

In de uitvoering van de wettelijke taken zien we dat de risico’s over de hele breedte stabiel maar stevig blijven in 2019. Door betere analyse en prognosemogelijkheden neemt de sturing op detailniveau inmiddels toe. Dit wordt in belangrijke mate veroorzaakt door de investering in het fundament van het sociale domein. De integraliteit in de aanpak neemt toe en daarmee ook de effectieve samenwerking in (met) de keten. De kennis en data die nu beschikbaar is geeft beter inzicht in de werkelijke zorgvraag.

Analyse van de prestatiegegevens tonen serieuze verbeteringen. In de uitvoering van de participatiewet bijvoorbeeld is voor de afhandeling van aanvragen over 2019 een positieve trend ingezet die in het laatste kwartaal resulteert in het behalen van de vooraf gestelde norm. Over 2019 is ingezet op de noodzakelijke detailinrichting en procesondersteuning (technische transformatie). Er is gericht geïnvesteerd in kwaliteit in de processen en betere samenwerking in de keten. Hierdoor ontstaat meer grip, vermindert de ervaren problematiek op de arbeidsmarkt voor dit domein en is er toenemend sprake van passende zorg afgestemd op de werkelijke zorgvraag.

In de uitvoering van de WMO is er medio 2019 een enorme piek geweest in de aanvragen en is er over het hele jaar een toename van 50% waar te nemen. Bij het inschatten van het risico over 2019 is rekening gehouden met de aanzuigende werking die uitgaat van de relatief lage eigen bijdrage. Het risico met betrekking tot WMO-aanvragen zit vooral in de doorlooptijd. Hiertoe is er in 2019 structureel capaciteit toegevoegd waarmee ook daar de prestaties inmiddels een positieve trend laten zien.

In de Jeugdwet is de gemeente financieel en bestuurlijk verantwoordelijk voor alle vormen van jeugdhulp (inclusief specialistische hulp). De uitvoering van de Jeugdwet toont aan dat al doende duidelijk wordt dat de autonome ontwikkeling van de zorgvraag vanuit de samenleving toeneemt om dat de wet daar ook de ruimte toe geeft. Het risico is en blijft stevig opgenomen, dit sluit aan op het landelijke beeld. In de keten wordt door de gemeente op positieve wijze invulling gegeven aan de transformatie in het ketenproces door bijvoorbeeld ontbrekende rollen die grip en sturing geven op de uitvoering te realiseren.

BAR-organisatie
De ontwikkeling van de BAR-organisatie als uitvoeringsorganisatie is qua risicoprofiel stabieler geworden en het totale risico van de BAR-organisatie neemt over 2019 af. Afgelopen periode is er door nieuwe taken en nieuwe wetgeving lang sprake geweest van een negatieve trend waarin met name onzekerheid door onbekendheid een belangrijke rol speelde. Inmiddels is over de hele breedte sprake van toename in de beheersbaarheid op de meest risicovolle processen en veranderingen. De
BAR-organisatie is een fase van gerichte doorontwikkeling ingegaan waarbij risicogerichte verbeterslagen worden gemaakt. We zien de resultaten hiervan merkbaar terug in de scherpere inschatting van de risico’s in het domein Maatschappij.

ICT, informatiebeveiliging, privacybescherming
Voor de risico’s op het gebied van informatiebeveiliging, privacybescherming en de beheersing van het ICT gerelateerde risico’s vormt de doorontwikkeling van de BAR-organisatie een belangrijke verzameling van maatregelen. In de hele breedte worden stap voor stap de onzekerheden van nieuwe en of veranderende wet en regelgeving gemitigeerd. Om de beveiliging van informatie en de wijze waarop er wordt omgegaan met gevoelige gegevens op professionele wijze op te pakken zijn ook over 2019 stappen gemaakt. Risico’s op sancties (bijvoorbeeld datalekken) die kunnen worden opgelegd door verwijtbaar handelen zijn hiermee afgenomen in omvang. Op het gebied van de ICT-beveiliging en data protectie zijn de strenge eisen nageleefd. De risico’s op dit gebied blijven in lijn met het landelijke beeld stevig. In 2019 is er veel aandacht geweest voor het algemene dreigingsbeeld, gevoed door diverse incidenten bij divers overheidsinstellingen.

Vpb-last
De vennootschapsbelasting geldt vanaf 1 januari 2016. Op dit moment heeft de Belastingdienst nog geen formele standpunten ingenomen. Dat houdt in dat we voor de jaren 2016 t/m 2019 fiscale en daarmee financiële risico's (blijven) lopen. Voor de jaarrekening 2019 wordt een risicobedrag over deze complete periode meegenomen.

Kengetallen

In dit onderdeel van de jaarstukken wordt aan de hand van kengetallen duiding gegeven aan onze financiële positie. Per kengetal geven wij de trend weer en de betekenis ervan voor onze financiële positie.
Aan de kengetallen zijn de signaleringswaarden uit de landelijke richtlijnen van 2016 gekoppeld.
Hoewel de provinciaal toezichthouder waarde hecht aan de kengetallen hebben deze nog geen functie als normeringsinstrument in het kader van het financieel toezicht.
Het reëel en structureel sluitend zijn van de jaarrekening blijft het bepalende criterium.

Tabel kengetallen

De waarden van de kengetallen zijn ingedeeld in drie categorieën. Deze categorieën sluiten aan bij de landelijk vastgestelde signaleringswaarden (2016). Categorie A is het minst risicovol, categorie C het meest.

Tabel categorieën kengetallen

Toelichting op de beoordeling
De normeringen bij deze kengetallen geven een grove indicatie van de houdbaarheid van de gemeentefinanciën. De kengetallen samen geven een algemeen beeld over de financiële gezondheid.
Op basis van de beoordeling en de goede reservepositie van de gemeente Ridderkerk kunnen we stellen dat wij er per saldo met een goede voldoende uitkomen. Op basis van de kengetallen kennen wij een lage tot gemiddelde risicoscore op de toegepaste signaleringswaarden.

De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de opbrengsten. Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. De schuldquote laat ruim binnen categorie A een afnemende, positieve, trend zien. Ten opzichte van de primitieve begroting heeft de schuldquote zich positiever ontwikkeld, omdat de opbrengst uit grondverkoop op het bedrijventerrein Cornelisland van ruim € 19 miljoen heeft hier een aandeel in.

Onderstaande grafiek illustreert de ontwikkeling van de afgelopen jaren.

Grafiek netto schuldquote

De solvabiliteitsratio geeft aan welk gedeelte van het bezit met eigen vermogen is gefinancierd. De ratio is afgelopen jaar licht gestegen en in categorie B gebleven.

Grafiek solvabiliteitsratio

De solvabiliteit wordt berekend door het eigen vermogen te delen door het balanstotaal. Ten opzichte van de begroting 2019 is de solvabiliteit flink hoger uitgevallen. Oorzaken hiervan is de afname van boekwaarde van de grondexploitaties door verkoop van de grond van € 16,2 miljoen per 1 januari 2019 naar € 1,1 miljoen per 31 december 2019.
In deze berekeningen is de bestemming van het rekeningresultaat nog niet verwerkt. Het deel van het resultaat dat aan de algemene reserve, dus het eigen vermogen, wordt toegevoegd heeft een positief effect op de solvabiliteit.
In het landelijk model worden risico’s financieel gewogen op kans en impact. De landelijke norm is om de kritische grens van 20% aan te houden voor het eigen vermogen.

Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond, kosten minus de opbrengsten in de grondexploitaties, is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Het kengetal grondexploitatie valt in categorie A.

Grafiek grondexploitatie

In 2019 is een voorziening getroffen voor Driehoek Het Zand. Verder zijn er geen verlieslatende grondexploitaties meer. Daarnaast is op basis van realisatie van de grondexploitaties Cornelisland en Lagendijk (Van Peltterrein) voor € 5,3 miljoen tussentijdse winst genomen.
De boekwaarde van de voorraad grond is door deze ontwikkelingen sterk afgenomen wat een positief effect heeft op de ratio.

De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen of de structurele ruimte voldoende is om structurele lasten te dragen. De ratio valt licht hoger uit dan in de begroting. De structurele ruimte is klein. Dit betekent dat er sprake is van een kleine marge tussen categorie A en C.

Grafiek structurele exploitatieruimte

Het structurele exploitatiesaldo is negatief. Dat betekent dat de structurele lasten de structurele baten met bijna € 2,9 miljoen overschrijden.

De benutte belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De belastingdruk ligt onder het landelijke gemiddelde en dat is een positief gegeven. Het kengetal valt in 2019 in categorie A. Dit betekent dat wij, in het uiterste geval van financiële krapte, de mogelijkheid hebben om de belasting te laten stijgen met gemiddeld ongeveer € 55 per huishouden.

Grafiek belastingcapaciteit

Conclusie over huidig risicoprofiel
In de voorgaande onderdelen is een relatie gelegd tussen het risicoprofiel van de gemeente en het benodigde weerstandsvermogen en zijn de financiële kengetallen uitgelicht. Gesteld kan worden dat we er financieel relatief goed voor staan.