Meer
Publicatiedatum: 27-07-2020

Inhoud

Paragraaf 1: Lokale heffingen

Inleiding

In deze paragraaf staat informatie over het gevoerde beleid en de opbrengsten van de gemeentelijke belastingen en heffingen. Lokale heffingen zijn te verdelen in heffingen waarvan de besteding gebonden of ongebonden is. De gebonden heffingen worden besteed aan een aanwijsbare taak, zoals de afvalstoffenheffing, rioolbelasting, leges, begraafrechten en markt- en kadegelden. Deze heffingen worden daarom niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend.
Ongebonden lokale heffingen, zoals de OZB, parkeerbelasting en precariobelasting worden wel tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. De besteding van deze heffingen is niet gebonden aan een bepaalde taak.

Beleidsuitgangspunten en het tarievenbeleid
In de programmabegroting 2019 is als uitgangspunt opgenomen dat de woonlasten voor inwoners met niet meer dan de inflatiecorrectie van 2,3% stijgen. Daarnaast mogen de opbrengst van de gebonden heffingen niet meer zijn dan de kosten die we maken. In het overzicht van de gerealiseerde kostendekking is te zien in welke mate de gerealiseerde opbrengsten niet meer zijn dan de gerealiseerde kosten.

De woonlasten bestaan uit de onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing en rioolheffing. De gemeenteraad heeft in december 2018 de tarieven voor 2019 vastgesteld. De tariefontwikkeling ten opzichte van 2018 staat in onderstaande tabel weergegeven.

Tabel met heffingprecentages

De gemiddelde stijging van de WOZ-waarde (inclusief areaal uitbreiding) van 9% (2018: € 195.000 en in 2019: € 213.000) leidt tot een gemiddelde stijging van de OZB met 6% (€ 251 naar € 266). Daarnaast zijn de tarieven voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing zoals hiervoor weergegeven gestegen. Dit leidt uiteindelijk tot een stijging van de totale woonlasten voor een meerpersoonshuishouden met een koopwoning van € 663 in 2018 naar € 685 in 2019 (Coelo woonlastenoverzicht 2018 en 2019). Een stijging dus van 3,3%.

Overzicht geraamde en gerealiseerde opbrengsten belastingen en lokale heffingen

Hierna ziet u een totaaloverzicht van in de begroting geraamde en de gerealiseerde opbrengsten van de ongebonden en de gebonden heffingen. Bij een onder- of overschrijding van meer dan € 25.000 wordt er een toelichting gegeven.

Ongebonden heffingen

Tabel met ongebonden heffingen

Toelichting
Onroerendezaakbelastingen
Bij de begroting is voorzichtig geraamd ten aanzien van nieuwbouwprojecten van woningen en bedrijfspanden. Gebleken is dat het totaal van de definitieve WOZ-waarden na bezwaarprocedures hoger zijn uitgevallen dan aanvankelijk bij de begroting is uitgegaan. Deze hogere WOZ-waarden hebben geleid tot structureel extra OZB-opbrengsten. Bij de tussenrapportage is de structurele verhoging van deze opbrengsten meerjarig meegenomen.

Gebonden heffingen

Tabel met gebonden heffingen

Toelichting
Leges WABO-vergunningen/APV
De extra inkomsten uit leges WABO-vergunningen komen met name door een aantal grote bouwaanvragen in de laatste weken van 2019, voornamelijk met betrekking tot de bouwplannen op Cornelisland en een renovatieplan in Oostendam van Wooncompas.

Lijkbezorgingsrechten
Er zijn in 2019 minder grafrechten afgegeven dan bij de begroting is geraamd. Er zijn twee graven voor onbepaalde tijd uitgegeven, terwijl in de begroting rekening is gehouden met negen. Tevens zijn er 231 begrafenissen geweest, terwijl in de begroting is uitgegaan van een aantal van 227.

Tabel met kostendekkendheid heffingen

Kwijtscheldingsbeleid

Als een belastingplichtige door financiële omstandigheden een belastingaanslag niet (of slechts deels) kan betalen, kan kwijtschelding worden verleend. De voorwaarden voor kwijtschelding van belastingen en heffingen heeft het Rijk strak omschreven. De gemeentelijke kwijtscheldingsnormen mogen niet meer dan 100% van de bijstandsnormen bedragen, wel minder. Ridderkerk hanteert de maximale normbedragen. Een belastingplichtige met een inkomen op bijstandsniveau komt in principe voor kwijtschelding in aanmerking. Als van belastingplichtigen bekend is dat zij een inkomen op bijstandsniveau hebben, wordt kwijtschelding automatisch verleend. In de andere gevallen wordt de aanvraag getoetst.

In onderstaand overzicht is een vergelijking gemaakt tussen de geraamde en de daadwerkelijk toegekende kwijtschelding van gemeentelijke belastingen.

Het aantal verzoeken om kwijtschelding over de afgelopen jaren bedroeg:

Jaar Aantal
2016 998
2017 1.125
2018 1.092
2019 1.120

* 844 van automatische kwijtscheldprocedure

Toelichting
Er is een lichte stijging van het aantal personen die kwijtschelding hebben aangevraagd. Van de 1.120 kwijtscheldingsverzoeken in 2019 zijn 844 verzoeken via de automatische kwijtscheldingsprocedure verlopen. Ten opzichte van 2018 hebben meer indieners van kwijtscheldingsverzoeken gebruik gemaakt van de automatische toets. Het percentage automatische kwijtscheldingstoets is gestegen van 72% in 2018 naar 75% in 2019. Waar het bij de invoering van de automatische kwijtscheldingstoets in 2017 begon met een percentage van 58%, zien we dat steeds meer mensen het gemak en de tijdsbesparing van de automatische kwijtscheldingstoets ervaren.

Het percentage toegewezen kwijtscheldingsverzoeken is gestegen met 1% van 76% in 2018 naar 77% in 2019.

Jaar Verzoeken Toegewezen
2018 1.092 832
2019 1.120 866

Lokale lastendruk

Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (Coelo) van de Rijksuniversiteit van Groningen brengt jaarlijks het niveau en de ontwikkeling van de lokale lasten in beeld. Bij het vergelijken van de woonlasten wordt er onder andere gekeken naar de OZB, afvalstoffenheffing en rioolbelasting. Het Coelo brengt hierover jaarlijks de ‘Atlas van lokale lasten’ uit, met daarin informatie over alle gemeenten in Nederland.

In deze jaarrekening is een vergelijking gemaakt tussen de lokale lastendruk van de gemeente Ridderkerk met die van omliggende gemeenten en een vergelijking met gemeenten met de laagste en de hoogste woonlasten.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende situaties:
A. Woonlasten van huishoudens met een koopwoning (eigenaar-bewoner)
• Eenpersoonshuishouden en meerpersoonshuishouden met een koopwoning
B. Woonlasten van huishoudens met een huurwoning (huurder-bewoner)
• Eenpersoonshuishouden en meerpersoonshuishouden met een huurwoning

De geselecteerde gemeenten zijn bedoeld om een beeld te geven van de woonlasten van Ridderkerk in vergelijking met die van de aangrenzende gemeenten.
Vergelijking met woonlasten in de goedkoopste en duurste gemeenten in het land.

Tabel met woonlasten huishoudens koopwoning

Tabel woonlasten huishoudens huurwoning

Een vergelijking met de woonlasten van de omliggende gemeenten in 2019 laat in het Coelo rapport het volgende beeld zien:
• De woonlasten van een meerpersoonshuishouden in Ridderkerk zijn het laagste.
• De woonlasten van een eenpersoonshuishouden in Ridderkerk zijn het op een na het laagste.

Landelijke woonlastenvergelijking
In de vergelijking die hierna volgt zijn ter vergelijking de gemeenten Gilze en Rijen en Nijmegen opgenomen als de gemeenten met de laagste woonlasten en de gemeenten Bloemendaal en Bergen NH met de hoogste woonlasten. Eigen woningeigenaren hebben de laagste woonlasten in Gilze en Rijen en huurders in Nijmegen hebben de laagste woonlasten. Hoogste woonlasten hebben huishoudens met eigen woning in de gemeente Bloemendaal en huurders in de gemeente Bergen betalen de meeste woonlasten.
De volgende grafieken laten dit zien:

Tabel woonlasten huishoudens koopwoning

Tabel woonlasten huishoudens huurwoning

Landelijk neemt Ridderkerk een positie in van de 76e plaats als het gaat om een gezinshuishouden die eigenaar-bewoner is. Ter vergelijking: Gilze en Rijen staat op de 1e plaats en Bloemendaal op de 372e plek. Gaat het om een gezinshuishouden dat huurder bewoner is, dan staat Ridderkerk op plaats 168. Ter vergelijking: Nijmegen staat op de 1e plaats en Bergen op de 387e plek.
Ten opzichte van het landelijk gemiddelde betaalt een gezinshuishouden in Ridderkerk minder aan woonlasten. De woonlasten van zowel een gezinshuishouden met eigen koopwoning als een gezinshuishouden dat huurder is, blijven onder het landelijk gemiddelde. Dit blijkt uit het overzicht hieronder:

Tabel vergelijking landelijk gemiddelde gemeente