Paragraaf 4 Financiering

Doel

In deze paragraaf beschrijven we de plannen en acties op het gebied van liquiditeitsbeheer, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s voor de jaren 2021 tot en met 2024. Naast enkele onderwerpen die een wettelijk verplicht onderdeel uitmaken van deze paragraaf, gaan we ook in op een aantal ontwikkelingen die van belang zijn voor een goede uitvoering van de treasuryfunctie.

Inleiding

De kaders voor de uitvoering van de financieringsfunctie zijn vastgelegd in de financiële verordening en uitgewerkt in het treasurystatuut. Hierbij is de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet FIDO) van toepassing. Deze wet stelt de kaders voor een verantwoorde en professionele inrichting van de treasuryfunctie bij decentrale overheden. Het belangrijkste uitgangspunt daarbij is het beheersen van risico’s. In 2017 zijn de financiële verordening en het treasurystatuut herzien en vastgesteld. Hierna zijn er geen wijzigingen geweest in wet en regelgeving of in het gemeentelijk beleid.

Rentevisie en rentebeleid

Rente speelt een belangrijke rol in de begroting. Vooral door de omvang van deze bedragen is het gewenst dit onderdeel van de begroting voor uw raad inzichtelijk te maken. Daarbij gaat het om factoren die invloed op de rente hebben en om inzicht te geven in de keuzemogelijkheden. Dit alles vatten wij gemakshalve samen onder de term ‘rentebeleid’.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen korte rente en lange rente. We spreken van korte rente bij termijnen tot maximaal 1 jaar en van lange rente bij termijnen van 1 jaar of langer.

Renteontwikkelingen op de kapitaalmarkt zijn belangrijk vanwege de risico’s. Wij volgen de renteontwikkelingen daarom ook nauwlettend. We maken hiervoor gebruik van de informatie van een aantal geldverstrekkers, waarbij we op ieder moment van de dag de ontwikkelingen kunnen volgen en online op de hoogte worden gehouden van belangrijke veranderingen.

Al een aantal jaren is sprake van lage rentestanden. Ook het afgelopen jaar is hier geen verandering in gekomen. Bij de rente voor een kasgeldlening (looptijd < 1 jaar) is al geruime tijd sprake van een negatieve rente. Hierin valt op dat deze het laatste jaar vrij stabiel is. De rente voor een kasgeldlening van 1 maand staat bij de BNG al sinds 2016 rond de -/- 0,31%. Komende tijd wordt hierin ook nog weinig verandering verwacht. Door de coronacrisis worden op de financiële markten, waar BNG Bank het geld ophaalt, intussen grote verliezen gelden. De BNG heeft voldoende buffers en een AAA-rating dus ziet voor zichzelf geen doemscenario’s. Uiteraard kan dit mogelijk wel gevolgen hebben op de rentestanden. De gemeente maakt van de negatieve rentestand optimaal gebruik door bij incidentele liquiditeitstekorten een kasgeldlening af te sluiten en zo min mogelijk gebruik te maken van de kredietfaciliteit op de rekening courant (rood staan).

Rentevisie BNG
De verwachting van de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) is dat het monetaire beleid van de Europese Centrale Bank (ECB) zeer ruim zal blijven. We gaan ervan uit dat de rentetarieven het komende jaar niet veel zullen veranderen.

Actueel Over een jaar
forward rate Prognose BNG
3 maanden interbancair
Staat 10 jaar

Renterisicobeheer

Algemeen
In dit onderdeel krijgt u inzicht in de renterisico’s. De rente-risiconorm heeft betrekking op leningen met een looptijd vanaf 1 jaar en de kasgeldlimiet op leningen met een looptijd tot maximaal 1 jaar. Deze twee normen zijn een verplicht onderdeel van deze paragraaf. Het doel van deze normen is om de budgettaire risico’s als gevolg van rentestijging te beperken.

Renterisiconorm
De renterisiconorm benadrukt vooral het belang van een goede spreiding van de leningenportefeuille en van de renterisico’s. De renterisiconorm houdt in dat niet meer dan 20% van het begrotingstotaal voor herfinanciering en/of renteherziening in aanmerking mag komen. Van renteherziening is sprake als in de leningsovereenkomst is bepaald dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar wordt aangepast. Wij hebben geen leningen waarin sprake is van renteherziening.

Het renterisico dat de gemeente in een jaar loopt, is onder andere afhankelijk van nieuw aan te trekken financiering in de komende jaren. Bij het bepalen van de renterisiconorm is in deze begroting rekening gehouden met de verwachting dat er in 2022 leningen ten behoeve van investeringen worden aangetrokken. In principe worden er lineaire leningen afgesloten. Hierdoor zijn de aflossingen over de looptijd gespreid en is het renterisico op vaste schuld lager. Het onderstaande overzicht maakt duidelijk dat er voldoende ruimte is binnen de renterisiconorm om ook eventuele extra investeringen of uitgaven ten behoeve van de grondexploitatie met lang vreemd vermogen te financieren.

Renterisico op vaste schulden 2021 2022 2023 2024
1. Netto renteherziening op vaste schuld 0 0 0 0
2. Betaalde aflossingen 3.753.800 3.753.800 5.122.500 7.002.100
3. Renterisico op vaste schuld (1+2) 3.753.800 3.753.800 5.122.500 7.002.100
Renterisiconorm
4. a. Begrotingstotaal 2021 169.828.200
4. b. Het bij ministriële regeling vastgestelde percentage 20%
4. Renterisiconorm 33.965.640
Toets Renterisiconorm
5. Ruimte onder renterisiconorm (4-3) 30.211.840 30.211.840 28.843.140 26.963.540

Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet geeft het renterisico op de vlottende schuld weer. Met de kasgeldlimiet is een norm gesteld voor het maximumbedrag waarop de gemeente haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. Wanneer in drie opeenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet wordt overschreden, moet dit gemeld worden bij de provinciale toezichthouder.
Hieronder een prognose van de kasgeldlimiet over 2021. Wanneer er sprake is van een liquiditeitstekort wordt een afweging gemaakt of het zinvol is om gebruik te maken van kortlopende of langlopende financiering. Dit is onder andere afhankelijk van de rentestand. Voor kortlopende leningen is nog steeds sprake gunstige negatieve rentetarieven. Wanneer dit ook in 2021 zo blijft, gebruiken we bij een liquiditeitstekort allereerst de ruimte van de kasgeldlimiet.

Kasgeldlimiet 2021 1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal
Totaal vlottende schuld 14.000.000 14.000.000 14.000.000 14.000.000
Totaal vlottende middelen 5.000.000 5.000.000 5.000.000 5.000.000
Gemiddeld saldo schuld (-) of overschot -9.000.000 -9.000.000 -9.000.000 -9.000.000
Kasgeldlimiet
Begrotingstotaal 2021 169.828.200
Bij ministeriële regeling vastgestelde percentage 8,5%
Kasgeldlimiet 14.435.400 14.435.400 14.435.400 14.435.400
Ruimte onder kasgeldlimiet 5.435.400 5.435.400 5.435.400 5.435.400

De liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte

Algemeen
De financieringspositie wordt bepaald door diverse factoren, zoals de ontwikkeling van het investeringsniveau en –tempo, wisselende baten in de grondexploitaties en mutaties in de geldleningenportefeuille. Met een liquiditeitenplanning brengen we structuur aan in de verwachte inkomsten en uitgaven. Hierdoor krijgen we inzicht in de financieringsbehoefte.

Verwachte financieringsbehoefte voor de komende jaren
Voor 2021 tot en met 2024 staan hoge uitgaven voor voorgenomen investeringen gepland. Zoals ook in de Kadernota 2021 aangegeven bedraagt het investeringsvolume afgerond € 59 miljoen naast het bestaande investeringsplan uit de huidige begroting. Daarnaast zien we de ontvangsten uit grondexploitaties wegvallen. Tot en met 2021 verwachten we de investeringen en daarmee de financieringstekorten nog wel te kunnen financieren met (voordelige) kortlopende leningen. Vanaf 2022 verwachten we nieuwe vaste geldleningen aan te moeten trekken.

Overzicht Financieringsbehoefte 2021 2022 2023 2024
Boekwaarde kapitaaluitgaven per 31 december 0 0 0 0
Vaste activa 152.066.800 177.350.600 191.790.500 190.053.400
Grondbedrijf -3.515.200 -1.329.100 -127.800
Totaal te financieren kapitaalgoederen 148.551.600 176.021.500 191.662.700 190.053.400
Boekwaarde financieringsmiddelen per 31 december
Geldleningen 35.844.700 59.464.400 91.933.800 84.931.800
Reserves 86.408.400 81.027.300 76.980.700 72.813.400
Voorzieningen 13.550.000 11.826.200 11.246.600 11.149.000
Totaal financieringsmiddelen 135.803.100 152.317.900 180.161.100 168.894.200
Financieringsoverschot/-tekort -12.748.500 -23.703.600 -11.501.600 -21.159.200

Leningenportefeuille
Bij een structureel liquiditeitstekort moet de gemeente vast geld lenen en sluit daarvoor een langlopende geldlening af. In onderstaand overzicht staan de opgenomen bestaande- en nieuwe (verwachte) langlopende leningen. Afhankelijk van het daadwerkelijke uitgaventempo is nu de verwachting dat er in 2022 langlopend geld nodig zal zijn tot een bedrag van € 27 miljoen in 2022 en
€ 38 miljoen in 2023. De financiële gevolgen van eventuele aanpassingen van de investeringsplanning (en/ of grondexploitaties) en daaruit voortvloeiende wijziging van de financieringsbehoefte inclusief rentegevolgen voor de begroting worden in de tussenrapportages verwerkt.

Voor langlopende geldleningen hanteren wij de marktrente en berekenen jaarlijks de gemiddelde rente over de langlopende leningen. De gemiddelde rente van deze leningen per 1 januari 2021 is 2,955%.

Overzicht Langlopende leningen 2020 2021 2022 2023 2024
Stand leningen 39.598.500 35.844.700 59.464.400 91.933.800 84.931.800
Nieuwe leninge 0 27.000.000 38.000.000 0 0
Reguliere aflossingen 3.753.800 3.753.800 5.122.500 7.002.100 6.548.300
Gemiddeld rentepercentage 2,955% 3,086% 1,848% 1,115% 1,063%

Herstructurering van de leningenportefeuille
Jaarlijks wordt een fors bedrag aan rente over het geleende geld betaald. De gemiddelde rente bedraagt momenteel ongeveer 3%. De toch al sterke reservepositie, en daar bovenop verkoop van de aandelen Eneco, biedt de gemeente de kans de langlopende geldleningen om te zetten in een lening tegen een lagere rente. In juni heeft de BNG hiervoor het aanbod gedaan om deze lening te verstrekken tegen 0,29% met een looptijd van 15 jaar. Echter er moet wel een boeterente van € 7.100.000 betaald worden. Deze is € 160.000 hoger dan het totale rentevoordeel van € 6.940.059 over 15 jaar.
Vanwege de extra kosten zijn de volgende twee alternatieven met een vergelijkbaar resultaat onderzocht;

  1. Vorming van een bestemmingsreserve “Overrente”.
  2. Ophogen van de kapitaallasten reserve.

Bij het eerste alternatief wordt de leningenportefeuille niet geherstructureerd naar één lening, maar blijft de bestaande leningenportefeuille in tact. Dat voorkomt de betaling van voornoemde
€ 160.000 en resulteert in een meer flexibele begroting (omdat we geen onomkeerbaar besluit nemen).
Dit alternatief heeft dezelfde financiële voordelen op het saldo van de begroting door een bestemmingsreserve te vormen ter grootte van het voordeel dat bij de herstructurering zou ontstaan. Jaarlijks komt nu een deel uit deze reserve ten gunste van de begroting. Het deel dat jaarlijks aan de begroting wordt toegevoegd is dan gelijk aan het voordeel volgens de herstructurering.
Het tweede alternatief, de vorming van een kapitaallastenreserve levert in theorie dezelfde ruimte op. Echter, gezien de omvangrijke kapitaallastenreserve die in de Kadernota al is genoemd, ontstaat er dan in de toekomst een reëel risico dat de bestaande voorzieningen niet vervangen kunnen worden, omdat in de begroting onvoldoende financiële ruimte is om de kapitaallasten te dekken. Al met al een minder gewenste ‘route’.
Concluderend: in de begroting 2021-2024 is het alternatief van de bestemmingsreserve “Overrente” toegepast, omdat deze ons de meeste voordelen biedt en veel van de nadelen van een feitelijke herstructurering hierop niet van toepassing zijn.
Ten opzichte van een feitelijke herstructurering kent alternatief als voordelen:

  • Geen boeterente van € 160.000 waardoor er een lager bedrag uit de reserve nodig is.
  • Geen verandering in het renterisico bij herfinanciering.
  • Geen effecten in doorbelastingen via omslagrente.
  • In financieel betere tijden terug te draaien (flexibiliteit in de financiën).
  • Is transparant en eenvoudig.

Door het college is de toepassing van de bestemmingsreserve “Overrente” voorgelegd voor een uitspraak aan de Commissie BBV en ook de toezichthouder ‘Provincie Zuid-Holland’. Zou de in de begroting gekozen methodiek onverhoopt niet tot instemming leiden, dan kan altijd nog worden teruggevallen op een traditionele herfinanciering via de BNG.

Uitzettingen

Wanneer er sprake is van een overliquiditeit zijn de mogelijkheden om dit tijdelijk renderend weg te zetten op een deposito beperkt. Dit als gevolg van de wet op het verplicht schatkistbankieren. Bij de schatkist kunnen overtollige middelen eventueel tijdelijk op deposito worden weggezet. Hier krijgen we een rente vergoed die gelijk is aan de rentes die de Nederlandse staat betaalt op leningen die ze op de markt aangaat. Op dit moment is deze rente 0%, bij overliquiditeit wordt er daarom geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om dit op deposito zetten. Bij overliquiditeit kan dit conform het treasurystatuut ook gebruikt worden om tijdelijke liquiditeitstekorten binnen de BAR-organisatie op te vangen door het verstrekken van een onderlinge kasgeldlening tegen marktconforme rente. Zolang er sprake is van een negatieve rente op kasgeldleningen worden er geen onderlinge leningen afgesloten.

Verstrekte leningen
In 2014 is een lening verstrekt aan de BAR-Organisatie voor de financiering van de materiële vaste activa die betrekking hebben op de bedrijfsvoering, welke zijn overgedragen van de gemeente aan de BAR-Organisatie. In onderstaand overzicht wordt het verloop van deze lening weergegeven.

Naam geldnemer Saldo begin 2021 Mutaties 2021 Saldo eind 2021
BAR-organisatie 42.700 -33.900 8.800
Totaal verstrekte geldleningen 42.700 -33.900 8.800

Renteomslag

Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat rente via de taakvelden wordt toegerekend aan de programma’s. Door gebruik te maken van een renteomslag wordt de manier van verantwoorden van de rente in de begroting geharmoniseerd. Op advies van de commissie BBV wordt voor het berekenen van de renteomslag onderstaand model gebruik. Hiermee geven we inzicht in de rentelasten voor externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening.
Het BBV schrijft voor dat de gehanteerde omslagrente niet meer dan 0,5% mag afwijken van de berekende omslagrente. Conform onderstaande berekening komen we voor 2021 uit op een (berekend) renteomslag-percentage van 0,97%. De omslagrente die we hanteren is 1,3% (conform Kadernota 2021) en blijft daarbij binnen de toegestane afwijking.

Schema rentetoerekening
Externe rentelasten financiering +/+ 1.395.900
Externe rentebaten financiering -/- 1.800
Saldo rentelasten en rentebaten 1.394.100
Rente die doorberekend wordt aan de grondexploitaties -/- 35.100
Rente over het eigen vermogen +/+ 119.200
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente 1.478.200
Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) -/- 2.128.900
Renteresultaat op het taakveld Treasury -650.700
Toe te rekenen rente 1.478.200
Boekwaarde per 1-1-2020 152.066.800
Gemiddelde rente 0,97%

Garantstelling

In het verleden zijn regelmatig garantstellingen geweest voor leningen aan derden. Met het oog op de financiële risico’s die de gemeente hierbij loopt, wordt terughoudend omgegaan met het honoreren van deze aanvragen. Alleen als het maatschappelijk belang ermee gediend is en er voldoende zekerheden gesteld worden, wordt een garantie verleend. Per 1 januari 2020 is het totaal van de directe garantstellingen voor verenigingen en stichtingen € 53,9 miljoen. Het totaal van de garantstellingen met een achtervangfunctie via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw is € 37,6 miljoen. Het risico dat de gemeente loopt bij deze garantstellingen is meegenomen in de berekening van ons weerstandvermogen.

Relatiebeheer

Met onze huisbankier BNG vindt periodiek overleg plaats waarbij actuele ontwikkelingen, zoals de herstructureringsmogelijkheden van langlopende geldleningen worden besproken. Verschillende banken en financiële instellingen geven regelmatig adviezen over het vastzetten van gelden en het beheer van de leningenportefeuille. In het treasurystatuut staat de administratieve organisatie, interne controle en informatievoorziening beschreven. Handhaving hiervan en optimalisatie blijft onder de aandacht.