Inleiding

Terug naar navigatie - - Inleiding

In de paragraaf financiering beschrijven we de plannen en acties op het gebied van liquiditeitsbeheer, de financiële positie en de hieraan verbonden risico’s voor de jaren 2027 tot en met 2030. Naast enkele onderwerpen die verplicht onderdeel uitmaken van deze paragraaf, gaan we ook in op een aantal ontwikkelingen die van belang zijn voor een goede uitvoering van de treasuryfunctie.

Wettelijke kaders en treasurystatuut

Terug naar navigatie - - Wettelijke kaders en treasurystatuut

De wettelijke kaders rondom de financieringsfunctie zijn vastgelegd in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Fido). Beheersing van de financiële risico’s speelt daarin een belangrijke rol. De uitwerking van deze kaders is vastgelegd in de financiële verordening 2025 en het treasurystatuut 2024.

Rentevisie en rentebeleid

Terug naar navigatie - - Rentevisie en rentebeleid

Rente speelt een belangrijke rol in de begroting. Het is, gezien de omvang van de bedragen, gewenst uw raad inzicht te geven in de keuzemogelijkheden en de factoren die invloed op de rente hebben. Dit alles vatten wij samen onder de term ‘rentebeleid’. We maken daarbij onderscheid tussen korte rente en lange rente. Van korte rente is sprake bij leningen tot maximaal 1 jaar en van lange rente bij termijnen van 1 jaar of langer. Het is van belang de renteontwikkelingen op de kapitaalmarkt te volgen vanwege de mogelijke risico’s. Daarom volgen wij dit nauwlettend en maken gebruik van de (online) informatie van een aantal geldverstrekkers.
De rente is het afgelopen jaar gestegen om de inflatie in de Eurozone naar 2,5% te krijgen. Voor nieuwe langlopende leningen houden we rekening met een rente van 3,8% (looptijd 20 jaar). Voor (korte) rente op kasgeld (looptijd < 1 jaar) rekenen we met 2,5%. Zolang het gunstiger is om voor liquiditeitstekorten een kasgeldlening voor enkele maanden af te sluiten, maken we hier gebruik van met inachtneming van de verplichte kasgeldlimiet.

Renterisicobeheer

Terug naar navigatie - - Renterisicobeheer

Algemeen

Terug naar navigatie - Renterisicobeheer - Algemeen

In dit onderdeel krijgt u inzicht in de renterisico’s van de gemeente. Risicobeheersing vormt één van de pijlers van de Wet Fido. Voor de bepaling van de renterisico’s die verbonden zijn aan de uitvoering van de treasuryfunctie zijn twee normen verplicht gesteld, te weten: kasgeldlimiet en renterisiconorm.

Kasgeldlimiet

Terug naar navigatie - Renterisicobeheer - Kasgeldlimiet

Met de kasgeldlimiet heeft de wetgever een norm gesteld voor het maximumbedrag aan kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) waarmee de gemeente haar activiteiten mag financieren. Het is bedoeld om te voorkomen dat fluctuaties van de korte rente direct grote impact hebben op de rentelasten tijdens het boekjaar. Wanneer in drie opeenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet wordt overschreden, dient dit door ons te worden gemeld bij de toezichthouder, de Provincie, inclusief een plan om weer te voldoen aan de limiet.
Hieronder is een prognose opgenomen van de kasgeldlimiet over 2027. Als er sprake is van een (langdurig) liquiditeitstekort wegen wij continu af of we kortlopend, langlopend of beide in combinatie financieren. Dit is uiteraard afhankelijk van de verschillende rentestanden en de (meerjarige) financieringsbehoefte.

Overzicht Kasgeldlimiet
1e kwartaal
2e kwartaal
3e kwartaal
4e kwartaal
1. Totaal vlottende schuld
-15.000.000
-15.000.000
-15.000.000
-15.000.000
2. Totaal vlottende middelen
2.500.000
2.500.000
2.500.000
2.500.000
Saldo
-12.500.000
-12.500.000
-12.500.000
-12.500.000
4a. Begrotingstotaal 2027
191.045.200
4b. Bij ministeriële regeling vastgestelde percentage
8,5%
4. Kasgeldlimiet
16.238.800
16.238.800
16.238.800
16.238.800
Toets Kasgeldlimiet
5. Ruimte onder kasgeldlimiet (4 + 3)
3.738.800
3.738.800
3.738.800
3.738.800

Renterisiconorm

Terug naar navigatie - Renterisicobeheer - Renterisiconorm

De renterisiconorm heeft als doel de risico’s te beperken van een toekomstig stijgende kapitaalmarktrente bij herfinanciering (van aflossingen op bestaande leningen) en renteherzieningen op bestaande langlopende leningen. Hierdoor ontstaat een goede spreiding van de langlopende leningenpositie en wordt het renterisico gelijkmatig over de jaren verdeeld. Jaarlijks kan maximaal 20% van het begrotingstotaal in aanmerking komen voor herfinanciering en/of renteherziening.
Het onderstaande overzicht maakt duidelijk dat er ruimte is binnen de renterisiconorm om ook eventuele extra investeringen of uitgaven (bijvoorbeeld voor grondexploitatie) met lang vreemd vermogen te financieren.

Renterisico op vaste schuld
2027
2028
2029
2030
1. Netto renteherziening op vaste schuld
0
0
0
0
2. Betaalde aflossingen
-6.085.000
-9.085.000
-10.585.000
-10.585.000
3. Renterisico op vaste achuld (1 + 2)
-6.085.000
-9.085.000
-10.585.000
-10.585.000
Renterisiconorm
4a. Begrotingstotaal 2027
191.045.200
4b. Bij ministeriële regeling vastgestelde percentage
20,0%
4. Renterisiconorm
38.209.000
38.209.000
38.209.000
38.209.000
Toets Renterisiconorm
5. Ruimte onder renterisiconorm (4 - 3)
32.124.000
29.124.000
27.624.000
27.624.000

Liquiditeitsplanning en financieringsbehoefte

Terug naar navigatie - - Liquiditeitsplanning en financieringsbehoefte

Algemeen

Terug naar navigatie - Liquiditeitsplanning en financieringsbehoefte - Algemeen

De financieringspositie wordt bepaald door diverse factoren, zoals de ontwikkeling van het investeringsniveau en –tempo, wisselende baten in de grondexploitaties en mutaties in de geldleningenportefeuille. Met een liquiditeitenplanning brengen we meer structuur aan in de verwachte inkomsten en uitgaven.

Financieringsbehoefte

Terug naar navigatie - Liquiditeitsplanning en financieringsbehoefte - Financieringsbehoefte

Voor de komende jaren staan hoge uitgaven voor (specifieke) investeringen gepland. Vanwege dit verwachte investeringsvolume prognosticeren we voor de periode 2027 tot en met 2030 nieuwe langlopende financieringen. Dit doen wij door middel van zogenaamde totaalfinanciering; we financieren op basis van onze totale behoefte en dus niet apart per (investerings)project.

Overzicht Financieringsbehoefte
2027
2028
2029
2030
Boekwaarde kapitaaluitgaven per 31 december
Vaste activa
297.499.600
324.243.400
326.598.700
321.792.600
Grondbedrijf
0
0
0
0
Totaal te financieren kapitaalgoederen
297.499.600
324.243.400
326.598.700
321.792.600
Boekwaarde financieringsmiddelen per 31 december
Geldleningen
124.330.800
145.245.800
134.660.800
124.075.800
Reserves
87.805.500
81.747.300
78.702.200
75.656.300
Voorzieningen
18.839.200
14.575.900
14.495.400
14.780.400
Totaal financieringsmiddelen
230.975.500
241.569.000
227.858.400
214.512.500
Financieringsoverschot (+) of -tekort (-)
-66.524.100
-82.674.400
-98.740.300
-107.280.100

Leningenportefeuille

Terug naar navigatie - Liquiditeitsplanning en financieringsbehoefte - Leningenportefeuille

Bij een (structureel) liquiditeitstekort sluiten we een langlopende geldlening af door middel van een zorgvuldig offertetraject om daarmee tegen een zo gunstig mogelijke marktrente te kunnen afsluiten.

In onderstaand overzicht is het verloop van de reeds opgenomen langlopende leningen en de nieuw te verwachte af te sluiten langlopende leningen opgenomen. Uitgaande van de geactualiseerde investeringsplanning verwachten we in 2027 maximaal € 60 miljoen aan nieuw langlopende financiering nodig te hebben. Vanaf 2028 houden we nog eens rekening met maximaal € 30 miljoen. Door de toename van de langlopende leningen daalt de solvabiliteitsratio, maar blijft meerjarig wel in categorie B – neutraal (zie paragraaf 2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing).

In deze (primitieve) begroting is vanwege het structureel sluitend maken en als onderdeel van de Kaderbrief 2027 een stelpost ‘onderuitputting afschrijvingslasten’ opgenomen. Dit doen we omdat de praktijk laat zien dat investeringen achterblijven. Omdat de verwerkte investeringen in deze begroting niet allemaal volgens plan gerealiseerd zullen worden heeft dit gevolgen voor de bijhorende financiering. Aanpassingen van de investeringsplanning/ grondexploitaties en de daaruit voortvloeiende wijzigingen in de financieringsbehoefte verwerken we in de tussenrapportages.

Overzicht langlopende leningen
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Stand leningen per 1-1
49.583.300
45.033.300
70.415.800
124.330.800
145.245.800
134.660.800
Nieuwe leningen
0
30.700.000
60.000.000
30.000.000
0
0
Reguliere aflossingen
-4.550.000
-5.317.500
-6.085.000
-6.085.000
-6.085.000
-6.085.000
Aflossing nieuwe leningen
0
0
0
-3.000.000
-4.500.000
-4.500.000
Stand leningen per 31-12
45.033.300
70.415.800
124.330.800
145.245.800
134.660.800
124.075.800
Gemiddeld rentepercentage
2,988%
3,340%
3,392%
3,533%
3,523%
3,022%

Uitzettingen

Terug naar navigatie - - Uitzettingen

Op grond van de Regeling Schatkistbankieren zijn decentrale overheden verplicht om overtollige liquide middelen aan te houden in ’s Rijks schatkist. Overtollige middelen kunnen ook tijdelijk via deposito’s bij de schatkist worden aangehouden. De hoogte van de rentevergoeding is gelijk aan de rente waartegen de Nederlandse Staat zichzelf financiert op de geld- en kapitaalmarkten (de zogenoemde ‘inleenrente’).

Renteomslag

Terug naar navigatie - - Renteomslag

Het Besluit begroting en verantwoording (BBV) schrijft voor dat rente via de taakvelden wordt toegerekend aan de programma’s. Door gebruik te maken van een renteomslag wordt de manier van verantwoorden van de rente in de begroting geharmoniseerd. Op advies van de commissie BBV wordt voor het berekenen van de renteomslag onderstaand model gebruikt. Hiermee geven we inzicht in de rentelasten voor externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening. Conform onderstaande berekening komen we voor 2027 uit op een gemiddelde renteomslagpercentage van 1,03%. Voor 2027 hanteren we een omslagpercentage van afgerond 1,20% conform het uitgangspunt in de Kaderbrief 2027.

Schema rentetoerekening
+ of -
Bedrag
Externe rentelasten over de korte en lange financiering
+/+
2.589.200
Externe rentebaten
-/-
250.000
Totaal door te rekenen externe rente
2.339.200
Rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend
-/-
Rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
-/-
Saldo door te rekenen externe rente
2.339.200
Rente over het eigen vermogen
+/+
Rente over voorzieningen
+/+
113.000
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
2.452.200
Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
-/-
0
Renteresultaat op het taakveld treasury
Toe te rekenen rente
2.452.200
Boekwaarde per 1-1-2027
238.391.000
Renteomslagpercentage
1,03%

Garantstellingen

Terug naar navigatie - - Garantstellingen

In het verleden zijn regelmatig garantstellingen geweest voor leningen aan derden. Met het oog op de financiële risico’s die de gemeente hierbij loopt, gaan wij terughoudend om met het honoreren van deze aanvragen. Alleen als het maatschappelijk belang ermee gediend is en er voldoende zekerheden gesteld worden, wordt een garantie verleend.
In 2021 heeft het college de nota Garantstellingen en leningen vastgesteld. In deze nota zijn de beleidskaders beschreven en geven we handvatten voor de besluitvorming door het formuleren van criteria en voorwaarden, waarmee we de risico’s zoveel mogelijk beperken en meer inzichtelijk maken.
Per 1 januari 2026 is het totaal van de directe garantstellingen € 41 miljoen. Het totaal van de garantstellingen met een achtervangfunctie via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw is € 47,8 miljoen. Het risico dat de gemeente loopt bij deze garantstellingen is meegenomen in de berekening van het weerstandvermogen.

Relatiebeheer

Terug naar navigatie - - Relatiebeheer

Met de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) vindt periodiek overleg plaats waarbij we nieuwe ontwikkelingen bespreken. Verschillende kredietverstrekkers geven regelmatig adviezen over het aantrekken en uitzetten van gelden. Ook in 2027 maken we gebruik van de verschillende adviserende instanties om optimaal te kunnen profiteren van de beschikbare financiële instrumenten. In ons treasurystatuut hebben wij de administratieve organisatie, interne controle en informatievoorziening uitvoerig beschreven.