6. Financieel-technische uitgangspunten

6. Financieel-technische uitgangspunten

Investeringen 2022-2025
Voor de begroting 2022 wordt volgens de nota Activabeleid 2016 een investeringslijst 2023-2025 opgesteld. Een realistische planning van deze investeringen moet leiden tot een evenwichtige spreiding over de planperiode. De onontkoombaarheid van een investering in een bepaald jaar moet worden aangetoond. De kapitaallasten zijn gerekend vanaf 1 januari van het jaar ná oplevering van de investering.

Prijsstijging op uitgaven
In de begroting 2020 en 2021 zijn de budgetten niet geïndexeerd. Dit jaar is het financieel mogelijk de budgetten gedeeltelijk mee te laten groeien met de stijging met de inflatie volgens het geharmoniseerde consumentenprijsindex (HICP)
Op basis van de prognose van het Centraal Plan Bureau in het jaarlijks Centraal Economisch Plan 2021 uit maart 2021 wordt landelijk rekening gehouden met en prijsstijging van 1,4%.
Voor het meerjarenperspectief (2022-2025) wordt uitgegaan van constante prijzen (geen indexering).

Indexering tarieven
Belastingen en heffingen worden conform het tarievenbeleid met de inflatie gecorrigeerd.
Daarnaast wordt bij de opbrengsten rekening gehouden met de woningbouwplanning (areaaluitbreiding) en verminderingen op aanslagen (in verband met bezwaren).
Voor het bepalen van de hoogte en de samenstelling van de tarieven voor (gebonden) heffingen, zoals riool- en afvalstoffenheffing en lijkbezorgingsrechten wordt uitgegaan van kostendekkende tarieven.

Algemene uitkering uit het Gemeentefonds
De algemene uitkering in de begroting 2022 wordt berekend op basis van de meicirculaire 2021.

Gemeenschappelijke regelingen – indexering begroting 2021
Op 24 november 2020 heeft het college ingestemd met de door de Kring van gemeentesecretarissen voorgestelde financiële kaders voor de op te stellen begrotingen door gemeenschappelijke regelingen Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR), Gemeentelijke Gezondheidsdiensten (GGD), Dienst centraal milieubeheer Rijnmond (DCMR) en Gemeenschappelijke regeling jeugdhulp Rijnmond (GRJR). Dit houdt een inflatiecorrectie in van 1,9% (inclusief nacalculatie over de jaren 2019-2021).
Voor de MRDH geldt een afwijkend percentage. Regio Haaglanden coördineert de indexering van de inwonersbijdrage aan het programma Economisch Vestigingsklimaat. Deze indexering komt uit op 2,6% voor loonkosten en 1,6% voor de materiële kosten. De bijdrage per inwoner neemt per saldo toe met 1,84% van € 2,72 tot € 2,77.

Algemene reserve
In Nota Reserves en Voorzieningen Ridderkerk 2021 - 2024 is als ondergrens van de algemene reserve € 20 miljoen opgenomen.
Op advies van de provincie, Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) wordt in de begroting nog geen rekening gehouden met de mogelijke voordelen van de herijking van de algemene uitkering uit het gemeentefonds.

Rente
Marktrente financieringstekort
De marktrente voor het te berekenen financieringstekort wordt gebaseerd op de rente per 18 maart 2021 van een 20-jarige lening met jaarlijkse gelijke aflossing: 0,5%.

Rente grondexploitaties
In de Meerjarenprognose grondexploitaties (MPG) van maart 2021 zijn de laatste voorschriften uit het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) toegepast. Op basis van de berekening in de jaarrekening 2020 is in het MPG 2021 1,7% rente toegerekend aan de grondbedrijfcomplexen.

Dividend
In deze financieel onzekere tijden wordt de dividendopbrengst in de begroting gehandhaafd op het niveau van de begroting 2021.

Financieel toezichtkader van de provincie
In maart 2019 hebben de provincies een Gemeenschappelijk Financieel Toetsingskader (GTK) 2020 voor de gemeenten gepubliceerd. Dit toetsingskader is in de plaats van het Gemeentelijke Toetsingskader 2014 gekomen. De belangrijkste wijzigingen zijn:

  • Meer uniformiteit in het toezicht en maatwerk per gemeente;
  • Risicogericht toezicht;
  • Proportioneel toezicht;
  • Transparantie.

De uitgangspunten voor repressief toezicht zijn echter ongewijzigd. Om voor repressief toezicht in aanmerking te komen moet:

  1. De begroting 2022-2025 structureel en reëel in evenwicht zijn of als de begroting niet structureel en reëel in evenwicht is, moet aannemelijk zijn dat dit evenwicht uiterlijk in 2025, het laatste jaar van de meerjarenraming, tot stand wordt gebracht.
  2. De vastgestelde jaarrekening 2020 vóór 15 juli en de begroting 2022 vóór 15 november aan Gedeputeerde Staten te zijn toegezonden.

Naast deze uitgangspunten geldt ook dat de jaarrekening 2020 structureel en reëel in evenwicht moet zijn. In het geval de jaarrekening niet structureel in evenwicht is, moet het structureel tekort worden betrokken bij het onderzoek van de begroting 2022.
Met het ‘structureel en reëel evenwicht’, in bovenstaande punten, wordt bedoeld dat in de begroting de structurele lasten zijn gedekt door structurele baten. Reëel houdt in dat sprake is van volledige, realistische en haalbare ramingen.

De begrotingscirculaire gemeenten 2021-2024 van de provinciaal toezichthouder is de meest recente begrotingscirculaire van de provincie Zuid-Holland. In deze circulaire zijn de eisen uit het GTK 2020 nog eens bevestigd. Verder laat de provincie weten bij de beoordeling aandacht te besteden aan de structurele begrotingspositie.

Over mogelijke bezuinigingen, ombuigingen en taakstellingen wordt gesteld dat deze ook voldoende onderbouwd moeten zijn met een reëel bezuinigingsplan. Daarmee wordt bedoeld dat het een aannemelijk plan is met voldoende zekerheid om de maatregelen tijdig en volledig te realiseren.