C. Financieel technische uitgangspunten

Doorwerking structurele effecten uit P&C-documenten
De structurele effecten uit de Jaarrekening 2025 en 1e Tussenrapportage 2026 zijn onderdeel van de primitieve Begroting 2027.

Indexering met consumentenprijsindex op prijs- en loonstijging-gevoelige exploitatie-uitgaven
Om de (inflatiegevoelige) budgetten gedeeltelijk mee te laten groeien met de stijging van de inflatie wordt op basis van de prognose van het Centraal Plan Bureau (CPB) in het jaarlijks Centraal Economisch Plan van maart 2026 het inflatiepercentage van de Geharmoniseerde Consumentenprijsindex (HICP) gebruikt. Dit percentage bedraagt voor het begrotingsjaar 2027 1,9%.

Investeringen 2027-2030 en indexering
Voor de Begroting 2027 wordt volgens de nota Activabeleid een investeringslijst 2027-2030 opgesteld. Jaarlijks worden alle investeringen voor alle jaarschijven geïndexeerd met de Geharmoniseerde Consumentenprijsindex (HICP) van het CPB voor 2027 1,9%. Een realistische planning van deze investeringen zou moeten leiden tot een meer evenwichtige spreiding over de planperiode uitgaande van een realistische ambtelijke capaciteitsinzet. De kapitaallasten zijn gerekend vanaf 1 januari van het jaar ná oplevering van de investering.

Regionale indexering (vier grote) gemeenschappelijke regelingen
In november 2025 heeft het college ingestemd met de door de kring van gemeentesecretarissen (KGS) voorgestelde financiële kaders voor de op te stellen begrotingen voor gemeenschappelijke regelingen VRR, GGD, DCMR en GRJR binnen de regio Rotterdam-Rijnmond. Dit betekent een (totale) inflatiecorrectie van 3,41%.
Voor de MRDH geldt een afwijkend percentage. Regio Haaglanden coördineert de indexering van de inwonersbijdrage aan het programma Economisch Vestigingsklimaat. Deze indexering komt voor 2027 uit op 3,8%.

Indexering van (belasting)tarieven en heffingen
Belastingen en heffingen worden conform het tarievenbeleid met de inflatie gecorrigeerd ofwel met 1,9%. Daarnaast wordt bij de opbrengsten rekening gehouden met de woningbouwplanning (areaaluitbreiding) en verminderingen op aanslagen in verband met bezwaren.

Algemene uitkering uit het Gemeentefonds
De algemene uitkering in de Begroting 2027 wordt berekend op basis van de meicirculaire 2026, gebaseerd op de Voorjaarsnota van het Rijk met mogelijk nieuw kabinetsbeleid.

Marktrente financieringstekort
De marktrente voor het te berekenen financieringstekort wordt gebaseerd op de rente (ontwikkelingen) in april 2026 op basis van een 20-jarige lening met jaarlijkse aflossing: 3,8% meerjarig voor nieuw af te sluiten leningen. Kort geld wordt gebaseerd op 2,5%.

Rente grondexploitaties
In de MeerjarenPrognose Grondexploitaties (MPG) 2026 zijn de laatste voorschriften uit het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) toegepast. Op basis van de berekening in de Jaarrekening 2025 wordt in het (meest actuele) MPG 2026 1,1% (omslag)rente toegerekend (vorig jaar 1,50%). Vanaf 2025 is het vanuit de BBV verplicht de omslagrente te hanteren en geen eigen percentage voor grondexploitaties. De discontovoet blijft gehandhaafd op 2%.

Rente investeringen (omslagrente)
Het BBV schrijft voor dat rente via de taakvelden wordt toegerekend aan de programma’s. Door gebruik te maken van een renteomslag wordt de manier van verantwoorden van de rente geharmoniseerd. Voor 2027 hanteren we een omslagpercentage van 1,2% (2026: 1,1% definitief volgens de paragraaf Financiering). De gehanteerde omslagrente mag niet meer dan 0,5% afwijken van de berekende omslagrente. Bij het opstellen van de begroting wordt nogmaals bekeken of we binnen deze marge blijven.

Dividend
De dividendopbrengsten worden gebaseerd op het niveau van de werkelijke ontvangsten en indien mogelijk op een meerjarenprognose van de betreffende verbonden partij.  

 Financieel toezichtkader van de Provincie
De uitgangspunten van de Provincie om voor repressief toezicht in aanmerking te komen zijn:

  1. De Begroting 2027-2030 moet structureel en reëel in evenwicht zijn of als de Begro­ting niet structureel en reëel in evenwicht is, moet aannemelijk zijn dat dit evenwicht uiterlijk in 2030, het laatste jaar van de meerjarenraming, tot stand wordt gebracht.
  2. De vastgestelde Jaarrekening 2025 moet vóór 15 juli 2026 en de Begroting 2027 vóór 
    15 november 2026 aan Gedeputeerde Staten toegezonden zijn.
  3. Beoordeeld wordt of de Jaarrekening 2025 structureel en reëel in evenwicht is. Als dit niet het geval is, dan beoordeelt de Provincie dit in relatie tot de uitkomsten van de nieuwe Begroting. Met ‘structureel en reëel evenwicht’ wordt bedoeld dat de begrote structurele lasten zijn gedekt door begrote structurele baten. Het gaat daarbij om volledige en realistische/ haalbare ramingen.
  4. Mochten bezuinigingen, ombuigingen en/of taakstellingen/stelposten nodig zijn, dan ziet zij graag een reëel bezuinigingsplan bij de Begroting tegemoet met daarin onderbouwde maatregelen, die in de tijd ook gerealiseerd kunnen worden. Dit geldt ook voor GR-en, waarbij alleen concrete bezuinigingen in de gemeentelijke Begroting mogen worden opgenomen na een besluit van het Algemeen Bestuur van de GR.
  5. Ingeval van tekorten heeft de gemeente sinds 2024 de mogelijkheid om maximaal 10% van het surplus van de Algemene reserve te benutten om de Begroting structureel sluitend te maken binnen de gestelde eisen van voldoende weerstandscapaciteit en een solvabiliteit van minimaal  20%. Een deel van de Algemene reserve wordt dan als een structurele reservemutatie beschouwd, als uitzondering op de regel dat inzet van reserves incidenteel van aard is.